Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/6.5.4.1
6.5.4.1 Het arrest Abbey National I
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS419399:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld ook HvJ EG 8 februari 2007, nr. C-435/05, BNB 2007/308, r.o. 28 (Investrand). Let wel, btw die drukt op kosten die uitsluitend betrekking hebben op een handeling die volledig buiten de economische activiteit vallen komt in het geheel niet voor aftrek in aanmerking. Zie bijvoorbeeld HvJ EG 13 maart 2008, nr. C-437/06, V-N 2008/14.20, r.o. 30 (Securenta).
Van Kesteren houdt voor mogelijk dat in het geval dat er nog een tussenstap wordt genomen bijvoorbeeld wanneer de kosten die met het oog op de onbelastbare handeling zijn gemaakt volledig worden doorbelast aan een dochtervennootschap. Deze mogelijkheid heeft zich in de jurisprudentie nog niet voor gedaan. Ik vraag mij of er in die omstandigheden wel sprake is van een extra stap in de Midland Bank-toets, of dat die doorbelasting in die omstandigheden een op zichzelf belaste handeling vormt waarvan de gemaakte kosten onderdeel uitmaken van de kostprijs. In dat geval is er sprake van directe kosten in eerste, en niet in tweede instantie. Zie H.W.M. van Kesteren, ‘Directe en algemene kosten in de btw’, WFR 2008/318.
Het arrest Abbey National I betreft de vraag naar de aftrekbaarheid van btw op kosten gemaakt met het oog op de overdracht van een deel van de onderneming van Abbey National I. Omdat het Verenigd Koninkrijk artikel 5 lid 8 Zesde BTW-Richtlijn (thans: artikel 19 Btw-richtlijn) heeft geïmplementeerd wordt deze overdracht aangemerkt als de overgang van een algemeenheid van goederen op basis waarvan de overdracht wordt aangemerkt als een nietbelastbare handeling. De overdracht vindt derhalve plaats buiten de reikwijdte van de btw. De vraag is wat dit betekent voor het recht op aftrek van voorbelasting van btw die drukt op kosten die worden gemaakt met het oog op een dergelijke overdracht.
Het Hof van Justitie verwijst naar het Midland Bank-arrest om in herinnering te brengen dat:
“[V]olgens het fundamentele beginsel van het btw-stelsel, dat is neergelegd in artikel 2 Eerste en Zesde richtlijn, bij elke transactie inzake productie of distributie btw verschuldigd is, onder aftrek van de btw waarmee de onderscheidene elementen van de prijs rechtstreeks zijn belast […].
–28 Uit dat beginsel en uit de regel, dat voor het recht op aftrek een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen gebruikte goederen of diensten en de belaste handelingen moet bestaan, volgt, dat het recht op aftrek van de btw die op deze goederen of diensten drukt, vooronderstelt dat de voor het verwerven van die goederen of diensten gedane uitgaven een van de bestanddelen van de prijs van de belaste handelingen zijn.”
Echter, aangezien de overdracht van een algemeenheid van goederen geen belastbare handeling in een later stadium is, maar een onbelastbare prestatie, is het niet mogelijk om de kosten rechtstreeks en onmiddellijk te verdisconteren in de prijs voor een dergelijke handeling. Hieruit is af te leiden dat het niet mogelijk is directe kosten te onderkennen met betrekking tot onbelastbare handelingen.1
Wat rest is de tweede stap van de Midland Bank-toets.2 Het Hof van Justitie stelt vast dat een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de gemaakte kosten en de gehele bedrijfsactiviteit. De kosten maken deel uit van de algemene kosten van de belastingplichtige en zijn als zodanig bestanddelen van de prijs van de producten van de onderneming. Er kan immers weinig twijfel over bestaan dat de door Abbey National I gemaakte kosten hun oorzaak vinden in de bedrijfsactiviteit. De overdracht van het bedrijfsonderdeel is op zichzelf bezien geen belastbare handeling, maar ontegenzeggelijk deel van de economische activiteit. De kosten waren immers niet gemaakt als de bedrijfsactiviteit niet had bestaan. Indien geen sprake is van directe kosten, moeten het dus algemene kosten zijn.
Hierbij gaat het Hof van Justitie overigens uit van een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de kosten en de gehele economische activiteit, vóór de overdracht, zodat er geen verstoring van de neutraliteit kan optreden. Abbey National I krijgt derhalve (pro rata) aftrek voor de btw op de kosten die worden gemaakt met het oog op de overdracht. Voor zover het oordeel van het Hof van Justitie ingaat op een rechtstreeks verband tussen de kosten en een afgebakend gedeelte van de economische activiteit verwijs ik naar paragraaf 4.5.2.