Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/317
317 Kan de pandhouder een kwaliteitsrekening aanhouden?
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 16-03-2026
- Datum
16-03-2026
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD51548:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
HR 13 juni 2003, NJ 2003, 196 m.nt. WMK, JOR 2003/209 m.nt. SCJJK en A. Steneker (Coöperatie Beatrix/Procall); zie nr. 4 van laatstgenoemde noot. Vgl. ook Steneker 2004a, p. 347, Steneker 2005, p. 59, voetnoot 17 en Snijders/Rank-Berenschot 2007, nr. 548. Snijders 2004a, p. 305, heeft verdedigd dat de Hoge Raad met dit arrest de kwaliteitsrekening van de pandhouder niet heeft willen uitbannen.
Richtlijn nr. 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten (PbEG 2002, L 168/43) en Titel 2 Boek 7 BW.
Kamerstukken II, 2004/05, 30 138, nr. 3 (Memorie van Toelichting), p. 14-15 en Kamerstukken I, 2004/05, 28 874, nr. E (Nadere Memorie van Toelichting), p. 7.
Allereerst is onduidelijk of de pandhouder vermogensscheiding door het openen van een kwaliteitsrekening wel kan bewerkstelligen. Enerzijds biedt art. 3:246 lid 5 BW hier geen duidelijke grondslag voor, is er geen andere wettelijke regeling die dit mogelijk maakt en heeft de Hoge Raad de mogelijkheden tot vermogensscheiding door middel van een buitenwettelijke kwaliteitsrekening beperkt tot enkele beroepsgroepen die het afgescheiden van hun eigen vermogen aanhouden van giraal geld tot hun kernactiviteiten mogen rekenen.1 Anderzijds gaat de minister van Justitie er in de toelichting van de wet tot uitvoering van de Europese Richtlijn betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten2 vanuit dat de pandgever vermogensscheiding door middel van een kwaliteitsrekening kan bewerkstelligen. Helaas geeft de minister daarbij niet aan op grond waarvan hij een en ander mogelijk acht. Ook geeft de minister geen inzicht in de vereisten waaraan volgens hem voldaan moet zijn om de vermogensscheiding te kunnen bewerkstelligen.3 Wordt geen vermogensscheiding bewerkstelligd, dan lopen de pandgever en de eventuele andere tot de opbrengst gerechtigden het risico dat de crediteuren van de pandhouder verhaal nemen op het geïnde.