Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/6.15
6.15 Hoger beroep tegen confirmation order: mootness doctrine
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
R.F. Broude, Reorganizations under Chapter 11 of the Bankruptcy Code, Law Journal Press, 2013, p. 14-2.
Vgl. In re Aldelphia Communications Corp., 361 B.R. 337 (2007); In re Adelphia Communications Corp., 367 B.R. 84 (2007).
Re Information Dialogues, Inc, 662 F.2d 475, 467-477 (8th Cir. 1981); re Continental Airlines, 91 F.3d 553, 563 (3d Cir. 1996); re First Union Real Estate Equity & Mortgage Investments v. Club Associates, 956 F.2d 1065 (11th Cir. 1992); re Frito Lay, Inc. v. LTV Steel Co. (Chateaugay Corp.), 10 F3d 944 (2d Cir. 1993); re UNR Industries, Inc., 20 F3d 766, 769 (7th Cir); re RGT2LT Investments, LDC v. Charter Communications, Inc., 691 F.3d 476 (2d Cir. 2012).
Re Information Dialogues, Inc, 662 F.2d 475, 467-477 (8th Cir. 1981): “… the mootness doctrine promotes an important policy of bankruptcy law – that court approved reorganizations be able to go forward in reliance on such approval unless a stay has been obtained.” Re Continental Airlines, 91 F.3d 553, 563 (3d Cir. 1996): “High on the list of prudential considerations (…) is the reliance by third parties, in particular investors, on the finality of the transaction”. Re Mac Panel Co. v. Virginia Panel Corp., 283 F.3d 622, 625 (4th Cir. 2002): “the doctrine of equitable mootness is a pragmatic principle, grounded on the notion that, with the passage of time after a judgment in equity and implementation of that judgment, effective relief on appeal becomes impracticable, imprudent, and therefore inequitable.”
Tegen een homologatiebeslissing (confirmation order) staat formeel hoger beroep open. Het hoger beroep heeft geen schorsende werking. Aan het akkoord kan uitvoering worden gegeven hangende het hoger beroep. Een partij kan in een versnelde procedure om schorsing (“stay”) van de uitvoering van het akkoord hangende het hoger beroep verzoeken. Schorsing wordt echter zelden toegewezen.1 Een schorsingsverzoek wordt in de praktijk meestal alleen toegewezen indien de verzoeker zekerheid stelt voor de mogelijke schade die als gevolg van de schorsing kan ontstaan. De potentiële schade en de verlangende zekerheid ter dekking daarvan, kan aanzienlijk zijn. In de re Aldelphia zaak wees de rechter een schorsingsverzoek toe onder de voorwaarde dat de verzoeker voor enkele miljarden dollars zekerheid stelde.2
Het kan een lange tijd duren voordat op het hoger beroep is beslist. Zo lang kan de uitvoering van het akkoord meestal niet op zich laten wachten. Op grond van de zogenoemde mootness doctrine heeft zich de praktijk ontwikkeld dat partijen ervoor kiezen uitvoering aan het akkoord te geven hangende het hoger beroep tegen de homologatiebeslissing. De Amerikaanse rechter heeft onder ogen gezien dat de uitvoering van het akkoord op de beslissing op het hoger beroep niet kan wachten en dat een eenmaal uitgevoerd akkoord bezwaarlijk ongedaan kan worden gemaakt. De mootness doctrine houdt in essentie in dat de rechter het hoger beroep inhoudelijk niet in behandeling neemt indien de appellant geen schorsing heeft gevraagd en gekregen en het akkoord vervolgens is uitgevoerd en de gevolgen daarvan niet of bezwaarlijk ongedaan kunnen worden gemaakt (“unscrambling the egg”).3 Volgens de rechtspraak is de mootness doctrine gebaseerd op het belangrijke uitgangspunt dat aan een eenmaal goedgekeurd akkoord uitvoering moet kunnen worden gegeven en dat derden, in het bijzonder investeerders, op de finaliteit van het akkoord moeten kunnen vertrouwen.4 De rechtspraak heeft het recht op hoger beroep tegen de homologatiebeslissing op economische en praktische redenen daarmee feitelijk, en terecht, in de ban gedaan.