Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/3.4.3
3.4.3 Bouwen aan normen
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS412082:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie R. H. Happé, Drie beginselen van fiscale rechtsbescherming, Deventer: Kluwer 1996, blz. 54.
K. Lenaerts, ‘The Court’s Outer and Inner Selves: Exploring the External and Internal Legitimacy of the European Court of Justice’, in: M. Adams, H. de Waele, J. Meussen en G. Straetmans (red.), Judging the Judges, Oregon: Oxford and Portland 2013, blz. 47.
O.W. Holmes, The Common Law, Massachusetts: John Harvard Library 2009, blz. 3.
Voorbeelden in de btw zijn het aanmerken van een dochteronderneming als vaste inrichting als invulling van een ‘fiscaal-rationele’ oplossing in het arrest HvJ EG 20 februari 1997, nr. C-260/95, V-N 1997, blz. 1662 (DFDS), of de gespreide aftrek van voorbelasting in HvJ EG 3 maart 2005, nr. C-32/03, V-N 2005/15.8 (I/S Fini H).
Van belang om vast te stellen is dat het inroepen van de zaak Rompelman als precedent in de zaak INZO nodig is om aan te tonen dat aan het arrest Rompelman een principe ten grondslag ligt dat meer algemene werking heeft dan alleen betrekking hebbend op de in die zaak gestelde prejudiciële vraag. De beslissing in INZO plaatst het arrest Rompelman daarmee in een ander licht. Het als precedent inroepen van het principe dat volgt uit Rompelman maakt duidelijk dat de regel uit Rompelman niet slechts de oplossing voor het daar voorliggende geschil betreft, maar een niet op zichzelf staand juridisch principe. Ieder gebruik van een precedent heeft daarom de (verdere) veralgemenisering van het aan de oplossing van de eerdere zaak ten grondslag liggende principe tot gevolg.1 De basis van de stapel dijt dus uit met iedere toevoeging van een nieuwe bouwsteen. Op deze wijze vormt de stap-voor-stap-rechtspraak, waarvoor Rompelman de basis vormt, de juridische redenering voor volgende zaken.
De kern van de stap-voor-stap-jurisprudentie van het Hof van Justitie is dat de zaak Rompelman als founding stone2 en de daarop volgende (en toekomstige) zaken tezamen het dynamische juridische argument vormen op basis waarvan de normen van artikel 9 en 168 Btw-richtlijn hun betekenis krijgen. Dit betekent dat om INZO volledig te begrijpen raadpleging van Rompelman noodzakelijk is. Het betekent evenwel ook dat om Rompelman volledig te begrijpen raadpleging van INZO noodzakelijk is. Het is essentieel om in dit verband te onderkennen dat de verwijzing naar eerdere rechtspraak niet slechts de herhaling is van de eerdere stap, maar een stapsgewijs en perpetueel bouwen aan een juridisch discours aan de hand van de vragen die in de lidstaten daadwerkelijk aan de orde komen. Het toont voorts aan dat het leven van een rechtsnorm niet is gebaseerd op theorie of logica maar op ervaring.3 Pas als INZO erom vraagt, komt Rompelman tot wasdom. Het Hof van Justitie voegt toe aan de norm indien het rechtsleven erom vraagt. In die zin schiet mijn schematische weergave van een stapeling zaken tekort. Het geheel vormt de norm en is nooit vastomlijnd. Losse eindjes en nieuwe vragen kunnen in dit verband niet worden gezien als een tekortschieten van het Hof van Justitie maar als noodzakelijke voorwaarde voor een dynamisch rechtsgebied. De methode van het Hof van Justitie past op deze wijze beschouwd bovendien in de collegiale samenwerking met nationale gerechten. In dit licht van juridische prudentie moet de Cartesiaanse stap-voor-stap-stijl van het Hof van Justitie worden begrepen en gewaardeerd. In het vervolg van dit hoofdstuk onderzoek ik evenwel welke risico’s en beperkingen deze stijl met zich meebrengt.
In dit verband moet overigens worden vastgesteld dat tegenover de reeksen van rechtspraak zoals hiervoor omschreven, unieke ‘bouwstenen’ bestaan die nooit worden bevestigd en volstrekt op zichzelf staan. Dergelijke paradijsvogels zijn in het licht van bovenstaande analyse weinig bruikbaar waar het gaat om het vaststellen van het bereik van normen in het Unierecht.4