Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/I.2.4.1:I.2.4.1 Neurogeheugendetectie in India: de zaak Sharma
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/I.2.4.1
I.2.4.1 Neurogeheugendetectie in India: de zaak Sharma
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS451962:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een overzicht van reacties: http://www.nytimes.com/2008/09/15/world/asia/15brainscan.html, laatst geraadpleegd op 6 januari 2017.
Supreme Court of India 5 mei 2010, nr. 1267/2004.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sharma (de latere verdachte) is, voordat zij naar Pune verhuist om daar te gaan studeren, verloofd met Udit Brahati (het latere slachtoffer). Sharma maakt op de campus van Pune deel uit van een eerstehulpteam, waarvan Pravin Khandelwal (haar latere minnaar) ook deel uitmaakt. Vier maanden na de verhuizing naar Pune verbreekt Sharma de verloving met Brahati omdat zij gevoelens heeft ontwikkeld voor Khandelwal. Sharma stopt enkele maanden later, in december 2006, met haar studie om samen met Khandelwal te verhuizen naar Gurgaon.
In april 2007 brengen Sharma en Khandelwal een meerdaags bezoek aan Pune. Sharma diende volgens eigen zeggen enkele formulieren in te leveren om haar collegegeld terug te krijgen en zij wilde goedkeuring voor haar huwelijk met Khandelwal vragen aan een geestelijke en haar ouders. Khandelwal zelf ging in opdracht van zijn werkgever naar Pune. Beiden verbleven in een hostel, in de buurt van de campus, onder fictieve namen. Het hostel is geenszins in de buurt van het plaatselijke kantoor van de werkgever van Khandelwal gelegen. Tevens heeft de verdediging geen bewijs (van de werkgever) kunnen overleggen voor het werkbezoek van Khandelwal. Daarnaast kan een student alleen binnen 30 dagen na het stoppen met een studie het collegegeld terugkrijgen. De redenen die de verdediging voor het bezoek aan Pune gaven, zijn daarom volgens de officier van justitie niet aannemelijk. Volgens de officier van justitie waren zij in Pune om de ex-verloofde van Sharma om het leven te brengen.
Tijdens het bezoek aan Pune belt Sharma de moeder van haar ex-verloofde, ook onder een (andere) fictieve naam, om het telefoonnummer van Brahati te achterhalen. Met Brahati maakt zij een afspraak om ’s avonds samen te eten. Zij ontmoeten elkaar bij een McDonalds, maar Sharma heeft zelf ‘prasad’ voor Brahati gemaakt die hij daar ook nuttigt. Na het diner vertrekt Brahati naar zijn woning maar hij wordt nog diezelfde avond opgenomen in het ziekenhuis. De volgende dag belt de verdachte, wederom onder een fictieve naam, naar een vriend van Brahati om te vragen hoe het met het slachtoffer gaat. De vrienden van Brahati worden hierdoor achterdochtig en weten via de telecommunicatieaanbieder te achterhalen dat de oproep afkomstig is van het hostel waar Sharma en Khandelwal verblijven.
Enkele vrienden van Brahati besluiten Sharma en Khandelwal te confronteren met hun verdenkingen. Sharma ontkent en verklaart dat zij geen restanten van de maaltijd meer bij zich heeft. De vrienden vermoeden namelijk dat Brahati is vergiftigd en willen de restanten laten onderzoeken. Samen met de vrienden van Brahati gaat Sharma vervolgens naar het ziekenhuis op bezoek bij haar ex-verloofde. Als Sharma in het ziekenhuis iets uit haar tas wil halen, ziet een van de vrienden een pakket met voedsel in de tas zitten en neemt het in beslag. Nog dezelfde avond verlaten Sharma en Khandelwal Pune.
Brahati overlijdt de volgende dag. Uit postmortaal onderzoek blijkt dat Brahati is overleden door een overdosis arsenicum. Het voedsel, dat bij Sharma in beslag was genomen, bevat ook arsenicum. Hierdoor wordt Sharma uiteindelijk gedagvaard om zich voor de moord op haar ex-verloofde Brahati te verantwoorden. De advocaat van Sharma weet voldoende twijfels te zaaien bij de rechters door te wijzen op de afwezigheid van een motief en dat het bewijs ‘purely and simply circumstantial’ is. Waarom zou Sharma Brahati iets aan willen doen of wraak willen nemen terwijl zij juist de verloving heeft verbroken? Misschien heeft Brahati, omdat hij de verbreking van de verloving nog niet heeft verwerkt, wel zelfmoord gepleegd door arsenicum aan de maaltijd toe te voegen.
De rechter benoemt een deskundige die onderzoek doet naar het geheugen van Sharma. Met een EEG wordt onderzocht of Sharma een gedetailleerde herinnering (van de voorbereiding) van de moord op Brahati in haar geheugen heeft opgeslagen. Sharma kreeg tijdens de GKT drie verschillende categorieën woorden of zinnen te horen: 1) neutrale woorden (om een baseline van hersenactiviteit vast te stellen, vergelijkbaar met de irrelevants uit figuur 4); 2) controlewoorden (informatie die niets met de strafzaak te maken heeft maar wel persoonlijke relevantie heeft) en; 3) details van de strafzaak. In deze zin wijkt het gedane onderzoek af van wat hierboven is beschreven. In deze zaak zijn geen verschillende antwoordmogelijkheden bij de daderkennisvragen gebruikt. Bij het onderzoek naar het schuldige geheugen van Sharma wordt enkel hersenactiviteit bij controle-items (die niets met het strafbare feit te maken hebben en ook geen plausibele afleiders zijn) vergeleken met de activiteit bij de relevante items. Hierdoor is er veel kritiek geweest op de toegepaste methode omdat deze niet overeenkomt met de gebruikelijke (en wetenschappelijk aanvaarde) methode, terwijl de in deze casus gebruikte methode ook nooit is onderworpen aan peer review.1
Het vonnis geeft verder geen details over de gebruikte woorden en zinnen. Uit de resultaten van de GKT zou volgens de deskundige blijken dat Sharma de moord op Brahati heeft gepleegd. Uiteindelijk wordt het elektroencefalogram als doorslaggevend bewijsmiddel tegen Sharma gebruikt. Door het schuldige geheugen van Sharma vindt de rechter het verhaal van de aanklager aannemelijker dan het verhaal van de verdediging.
Dit is een rechtszaak waarin een neuropsychologische test veel stof heeft doen opwaaien, omdat het als doorslaggevend bewijs is gebruikt terwijl verschillende auteurs op de methodologische problemen van de concrete toepassing hebben gewezen. Overigens heeft het Hooggerechtshof van India twee jaren later, waarin verschillende klachten tegen het gebruik van de methode zijn ingediend, de methode ongrondwettelijk verklaard.2