Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/5.4.2:5.4.2 Element i): De overgang of overdracht
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/5.4.2
5.4.2 Element i): De overgang of overdracht
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS420627:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
A-G Van Hilten, conclusie bij HR 5 maart 2010, nr. 08/01615, BNB 2010/195.
Zie in deze in zin ook R.R.J.M. Keijser, ‘De overdracht van een onderneming, geruisloos? (art. 31 Wet OB)’, WFR 1985/472.
Zie in gelijke zin G.J. van Norden, Het concern in de BTW, Deventer: Kluwer 2007, blz. 265.
HvJ EG 8 februari 1990, nr. C-320/88, BNB 1990/271 (SAFE).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zowel de Btw-richtlijn als de Wet OB 1968 spreekt over de overgang van een algemeenheid van goederen. De vraag kan worden opgeworpen of dit begrip ‘overgang’ op andere wijze dient te worden uitgelegd dan het in artikel 14 lid 1 Btw-richtlijn en artikel 3 lid 1 onderdeel a Wet OB 1968 genoemde ‘overdracht of overgang’. Met A-G Van Hilten ben ik van mening dat dit niet het geval is.1 Zij wijst erop dat het onderscheid tussen overdracht en overgang in andere taalversies van artikel 14 Btw-richtlijn, niet wordt gemaakt. Ik ga er dan ook van uit dat aan het gebruik van beide termen door het Hof van Justitie in het arrest Zita Modes geen belang toekomt.
Het komt mij evenwel voor dat een overdracht een actieve (rechts)handeling suggereert, terwijl een overgang eventueel zonder een actie zou kunnen geschieden. Het woord ‘overgang’ is in artikel 3 Wet OB 1968 bijvoorbeeld opgenomen om gevallen waarin een goed het bedrijfsvermogen verlaat zonder dat de belastingplichtige een rechtstreeks daarop gerichte handeling verricht als levering aan te merken.2
Men denke met betrekking tot dit onderscheid ook aan het gebruik en de betekenis van het woord ‘overdracht’ in Boek 3 van het BW. De civiele overdracht is het rechtsgevolg van de overgang van vervreemder op verkrijger. Daarmee is overdracht een specifieke vorm van rechtsovergang. Buiten overdracht omvat overgang bijvoorbeeld ook opvolging onder algemene titel (zoals de juridische fusie of splitsing). Wanneer wordt aangenomen dat het gebruik van beide termen in de Nederlandse taalversie van de Btw-richtlijn en de Nederlandse Wet OB 1968 gerelateerd is aan de terminologie uit het Nederlandse civiele recht, dan kan geconcludeerd worden dat de reikwijdte van de geruisloze overgang zich uitstrekt tot andere vormen van rechtsovergang dan louter de civiele eigendomsoverdracht.3
Het SAFE-arrest leidt naar mijn idee niet noodzakelijkerwijs tot de conclusie dat een overgang in de zin van artikel 19 Btw-richtlijn moet worden gelezen als “een overgang of overdracht om als een eigenaar over een lichamelijke zaak te beschikken”, uit artikel 14 Btw-richtlijn.4 Daarvoor heeft met name de term ‘overgang’ te veel een generiek karakter. Ik ga er echter van uit dat dit in beginsel altijd het geval is. Naar mijn idee valt iedere (rechts)handeling die leidt tot een vermogensovergang van het ene (bedrijfs-)vermogen naar het andere (bedrijfs)vermogen, binnen de reikwijdte van het begrip ‘overgang’ in artikel 19 Btw-richtlijn.
5.4.2.1 Juridische titel5.4.2.2 Doorlopende diensten5.4.2.3 Aflopende diensten met betrekking tot ontvlechting5.4.2.4 Vestiging van een beperkt recht5.4.2.5 Inbreng5.4.2.6 Inbreng van (een algemeenheid van) goederen