Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.6.4.1
II.6.4.1 Algemeen
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374100:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Barkhuysen en Bos 2011, p. 18, 20. Zie voorts Barkhuysen en Bos 2014, p. 102 met een verwijzing naar ABRvS 14 augustus 2013, Gst. 2013/116 m.nt. Hennekens. Zie ook de toelichting bij art. 17 Handvest: ‘Dit artikel stemt overeen met artikel 1 van het aanvullend protocol bij het EVRM […]. De formulering is gemoderniseerd, maar overeenkomstig artikel 52, lid 3, heeft dit recht dezelfde inhoud en reikwijdte als het door het EVRM gewaarborgde recht en de door het EVRM toegestane beperkingen mogen niet worden overschreden.’ Zie voorts HvJ EU 3 september 2015, EHRC 2015/213.
Zie onder meer EHRM 23 september 1982, NJ 1988/290 m.nt. Alkema (Sporrong en Lönnroth t. Zweden), EHRM 12 oktober 2004, EHRC 2004/107 m.nt. Driessen (Kjartan Ásmundsson t. IJsland), EHRM 21 februari 1986, zaaknr. 8793/79 (James e.a. t. Verenigd Koninkrijk) en EHRM 7 juli 1989, zaaknr. 10873/84 (Tre Traktörer Aktiebolag t. Zweden).
Op Europees niveau zijn diverse bepalingen te vinden die het recht op eigendom beschermen. Gewezen kan worden op artikel 1 EP en art. 17 van het Handvest. Op grond van art. 52 lid 3 Handvest geldt kort gezegd dat wanneer rechten uit het Handvest corresponderen met rechten uit het EVRM, beide rechten qua inhoud en reikwijdte overeenkomen.1 Om die reden worden zij tezamen besproken.
Hoewel men op het eerste gezicht zou kunnen denken dat bepalingen omtrent eigendom niet relevant zijn in het kader van de intrekking van beschikkingen, blijkt dat niet zo te zijn. Het eigendomsbegrip wordt autonoom uitgelegd. Deze uitleg is tevens zeer ruim. Een intrekkingsbeslissing kan daarom ook onder het bereik van de artikelen 1 EP en 17 Handvest vallen. Het gevolg daarvan is dat de in deze bepalingen neergelegde waarborgen van toepassing zijn. Om die reden worden beide bepalingen in dit hoofdstuk besproken. Allereerst wordt stilgestaan bij het eigendomsbegrip. Vervolgens wordt bezien wanneer een intrekking als een aantasting van dit eigendomsrecht wordt gekwalificeerd.
Overeenkomstig standaardjurisprudentie van het EHRM kunnen uit art. 1 EP drie hoofdregels worden afgeleid. De eerste regel wordt gezien als een algemeen beginsel dat ten grondslag ligt aan deze bepaling. Dit beginsel, neergelegd in de eerste zin van de eerste alinea, houdt in dat eenieder een recht heeft op ongestoord genot van zijn of haar eigendom. Dit beginsel wordt uitgewerkt in de twee overige hoofdregels. De tweede hoofdregel is neergelegd in de tweede volzin van de eerste alinea. Deze regel houdt in dat ontneming van eigendom slechts onder bepaalde voorwaarden mag plaatsvinden. De derde regel, neergelegd in de tweede alinea van artikel 1 EP, houdt in dat regulering van eigendom slechts mag plaatsvinden in het algemeen belang. De laatste twee regels moeten worden gezien in het licht van de eerste, meer algemene regel.2