Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.18.3.5
IV.18.3.5 Intrekking vanwege gewijzigd recht (§ 49 lid 2 sub 4 VwVfG)
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374121:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Detterbeck 2013, p. 241.
Dat laatste wordt ook wel aangeduid als hypothetische causaliteit. Zie Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 49 VwVfG Rn. 74.
Zie onder meer Detterbeck 2013, p. 241.
Detterbeck 2013, p. 241, Kopp/Ramsauer 2014, § 49 VwVfG Rn. 50a, Knack/Henneke 2010, § 49 VwVfG Rn. 56, Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 49 VwVfG Rn. 80, Erichsen/ Brügge 1999 (2), p. 499.
Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 49 VwVfG Rn. 80, Ehlers/Schröder 2010 (2), p. 825.
Vergünstigung.
Daaronder wordt verstaan: ‘jede rechtserhebliche Handlung zur Nutzung der Vergünstigung […], insbes. auch Aufwendungen zur Vorbereitung der Verwirklichung von Maβnahmen aufgrund einer Erlaubnis’. Vgl. Knack/Henneke 2010, § 49 VwVfG Rn. 59. Vergelijkbaar: Ehlers/Schröder 2010 (2), p. 825.
Kopp/Ramsauer 2014, § 49 VwVfG Rn. 52.
Erichsen/Brügge 1999 (2), p. 500.
Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 49 VwVfG, Rn. 75 en Erichsen/Brügge 1999 (2), p. 500.
Zoals reeds is opgemerkt is het moment waarop de beschikking is gegeven bepalend voor beoordeling van de (on)rechtmatigheid van de beschikking. In het Duitse systeem kan een beschikking na verlening daarvan niet onrechtmatig worden (met uitzondering van de situatie waarin aan een wetswijziging terugwerkende kracht is toegekend1). Enkel de beschikkingen die op het moment van verlening onrechtmatig zijn, kunnen dus worden ingetrokken op grond van § 48 VwVfG. Het kan echter voorkomen dat na verlening van de beschikking de voor die beschikking geldende wettelijke voorschriften wijzigen, waardoor de beschikking niet meer met deze voorschriften in overeenstemming wordt geacht te zijn. Rücknahme op grond van § 48 VwVfG is uitgesloten, nu de beschikking op het moment van verlening wel in overeenstemming was met het recht. Wat overblijft is de mogelijkheid van een intrekking op grond van § 49 lid 2 sub 4 VwVfG. Op grond van deze bepaling kan een beschikking worden ingetrokken indien het bestuursorgaan vanwege gewijzigde wettelijke voorschriften (einer geänderten Rechtsvorschrift) bevoegd zou zijn geweest de beschikking niet te geven.2 Het kan daarbij ook gaan om het van kracht worden van nieuwe voorschriften of het ex nunc intrekken van bestaande voorschriften.3 Een wijziging van beleidsregels valt niet onder de reikwijdte van deze bepaling.4 Hetzelfde geldt voor een wijziging in de jurisprudentie.5
Voor toepassing van § 49 lid 2 sub 4 VwVfG bestaat alleen dan ruimte wanneer de geadresseerde van de begunstigde beschikking6 nog geen gebruik heeft gemaakt7 dan wel op grond van de beschikking nog geen Leistungen heeft ontvangen. Zo kan een vergunning om te bouwen niet meer worden ingetrokken vanwege gewijzigde wettelijke voorschriften, indien reeds met uitvoering van de vergunde activiteiten is begonnen.8 Bij Leistungen geldt dat voldoende is dat deze door de begunstigde is ontvangen. Niet is vereist dat de Leistung is verbruikt.9 Betreft het terugkerende Leistungen, dan geldt dat het feit dat in het verleden Leistungen zijn ontvangen, niet in de weg staat een intrekking ex nunc.10 Tot slot is, evenals bij § 49 lid 2 aanhef en onder 3 VwVfG, vereist dat zonder intrekking het algemeen belang zou worden geschaad.