De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.18.3.3:IV.18.3.3 Intrekking wegens het niet voldoen aan een aan de beschikking verbonden voorwaarde (§ 49 lid 2 sub 2 VwVfG)
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.18.3.3
IV.18.3.3 Intrekking wegens het niet voldoen aan een aan de beschikking verbonden voorwaarde (§ 49 lid 2 sub 2 VwVfG)
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS375298:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Auflage.
Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 49 VwVfG Rn. 50, Ehlers/Schröder 2010 (1), p. 510, Erichsen/Brügge 1999 (2), p. 498.
Maurer 2011, p. 319, Knack/Henneke 2010, § 49 VwVfG Rn. 44, Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 49 VwVfG Rn. 57.
Erichsen/Brügge 1999 (2), p. 498.
Kopp/Ramsauer 2014, § 49 VwVfG Rn. 38a, Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 49 VwVfG Rn. 49.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van § 36 lid 2 onder 4 VwVfG kan aan een beschikking een voorwaarde1 worden verbonden, inhoudende een doen, dulden of nalaten. Het niet (tijdig) voldoen aan een dergelijke voorwaarde kan op grond van § 49 lid 2 sub 2 VwVfG leiden tot intrekking van de beschikking. Bepalend is of niet (tijdig) aan de voorwaarde is voldaan. Dat de begunstigde daaraan ook schuld heeft, is op grond van deze bepaling niet vereist. Een en ander kan wel een rol spelen bij de belangenafweging.2 Bij uitoefening van de intrekkingsbevoegdheid dient het evenredigheidsbeginsel in acht genomen te worden. Heeft de voorwaarde slechts een ondergeschikte betekenis, dan rechtvaardigt dit veelal niet de intrekking van de (gehele) beschikking.3 Tevens speelt het evenredigheidsbeginsel een rol bij de vraag of alvorens tot intrekking wordt overgegaan, de begunstigde een termijn moet worden gegund om alsnog aan de voorwaarde te voldoen. Daarbij is onder meer van belang of vervulling van de voorwaarde nog mogelijk is.4 Evenals bij de intrekking op grond van een daartoe strekkend voorbehoud, geldt dat rechtmatigheid van de voorwaarde niet vereist is om tot intrekking te kunnen overgaan. Ook hier is het voldoende dat de voorwaarde in werking is getreden. Eventuele onrechtmatigheid van de voorwaarde dient te worden meegenomen in de belangenafweging.5