Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/153:153 Partij-autonomie en de belangen van de debiteur
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/153
153 Partij-autonomie en de belangen van de debiteur
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 28-07-2025
- Datum
28-07-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD19144:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een dergelijk ingrijpen in de partij-autonomie is naar mijn mening uitsluitend geboden als daar redenen voor zijn die zwaarder wegen dan de vrijheid van partijen om hun verbintenisrechtelijke betrekkingen vorm te geven. Deze vrijheid van schuldeisers en schuldenaren om de vorderingen uit hun overeenkomsten onoverdraagbaar en/of onverpandbaar te maken moet worden afgewogen tegen de belangen van beoogde cessionarissen en pandhouders. Als uitgangspunt geldt dat derden de verbintenisrechtelijke betrekkingen van partijen bij een overeenkomst hebben te nemen zoals die zijn, juist omdat zij daarbij geen partij zijn. Dat zij belanghebbende zijn is op zichzelf onvoldoende reden voor invloed van hun belangen op die betrekkingen, net zomin als het een reden is voor een andere (methode van) uitleg van die betrekkingen.1
Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat de debiteur van een vordering er belang bij kan hebben om overdracht of verpanding van een vordering op hem te voorkomen dan wel te beperken. De debiteur die vele schuldeisers heeft wil mogelijk niet het risico lopen dat hij na betaling aan de (oorspronkelijke) schuldeiser nogmaals moet betalen omdat hij een mededeling van een verpanding of een overdracht over het hoofd heeft gezien, of hij wil de kosten vermijden die hij zou moeten maken om zulks te voorkomen. Een debiteur kan er ook belang bij hebben dat hij niet beperkt wordt in zijn mogelijkheden om zich met betrekking tot (toekomstige) vorderingen op zijn crediteur op verrekening te beroepen.2 Hij kan daarnaast vrezen dat een cessionaris of pandhouder zich minder coulant jegens hem zal opstellen, bijvoorbeeld omdat hij met hem, anders dan met de crediteur, geen duurzame relatie heeft die beide partijen willen behouden.3