Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/5.6.1:5.6.1 Rechtspraak van de Hoge Raad
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/5.6.1
5.6.1 Rechtspraak van de Hoge Raad
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS594989:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Resp. HR 11 mei 1990, NJ 1990/544; HR 11 maart 2005, NJ 2005/576; HR 11 november 2005, NJ 2007/231.
Zie par. 2.3.
Een uitgebreidere casusbeschrijving staat in par. 7.8.2.
Zie daarover par. 3.5.
Rossel 1994, p. 337; Rogmans 2007/10, p. 12; Memelink 2009a, p. 5.
HR 11 november 2005, NJ 2007/213, r.o. 3.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
125. In Los Gauchos, Idee 2 en Ontvanger/Voorsluijs heeft de Hoge Raad geoordeeld dat ook de toerekening van kennis aan een rechtspersoon moet worden beoordeeld aan de hand van het Babbel-criterium.1 Deze gelijkschakeling juich ik toe. Het hebben van kennis alléén heeft doorgaans geen rechtsgevolg; kennis is relevant omdat het individu met die kennis een bepaalde handeling had moeten verrichten of juist nalaten.2 Het is daarom passend dat de vraag of de kennis van het individu geldt als kennis van de rechtspersoon volgens hetzelfde criterium wordt beoordeeld als de vraag of diens gedraging geldt als gedraging van de rechtspersoon. De toerekening van kennis zal soms in het verlengde liggen van de toerekening van een gedraging. Dat kwam al aan de orde bij randnummer 107. Ook bij LosGauchos was dit het geval. In die zaak lag de vraag voor of Los Gauchos een daad van bekendheid had verricht met betrekking tot een tegen haar gewezen verstekvonnis.3 De verkeersopvattingen vormen daarnaast een geschikte maatstaf voor de toerekening van kennis aan rechtspersonen omdat die toerekening primair een vorm is van risicoverdeling.4 De verkeersopvattingen worden in het verbintenissenrecht bij uitstek gebruikt voor het toedelen van risico’s.5
In Ontvanger/Voorsluijs legt de Hoge Raad uit wat de rechtvaardiging vormt voor het hanteren van het Babbel-criterium bij het toerekenen van een onrechtmatige gedraging aan een rechtspersoon:
“Een dergelijke maatstaf biedt een oplossing voor het probleem dat een juridische constructie als een rechtspersoon slechts door natuurlijke personen aan het maatschappelijk verkeer kan deelnemen. Toerekening van onrechtmatige gedragingen aan de rechtspersoon wordt dan mede gerechtvaardigd doordat de in feite handelende persoon en de rechtspersoon aan wie dat handelen wordt toegerekend, vanuit het perspectief van de benadeelde tot op zekere hoogte met elkaar zijn te vereenzelvigen.”6
Die maatstaf leent zich volgens de Hoge Raad niet voor toerekening van de kennis van een zelfstandig adviseur aan zijn opdrachtgever, omdat hun verhouding dikwijls niet naar buiten zal blijken en de opdrachtgever ook zelfstandig kan en veelal zal optreden.