De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.18.4.2:IV.18.4.2 Aanwending niet conform doel beschikking (§ 49 lid 3 sub 1 VwVfG)
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.18.4.2
IV.18.4.2 Aanwending niet conform doel beschikking (§ 49 lid 3 sub 1 VwVfG)
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS377675:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de eerste plaats kan intrekking plaatsvinden indien de Leistung niet, niet meteen na verlening of niet meer voor het in de beschikking bepaalde doel wordt gebruikt (§ 49 lid 3 aanhef en onder 1 VwVfG). Zoals reeds aangegeven moet het doel met het oog waarop de Leistung is verleend, blijken uit de beschikking.1 Intrekking mag ook plaatsvinden indien de gelden slechts gedeeltelijk niet voor het doel zijn aangewend. Een en ander dient dan wel te worden meegenomen in de belangenafweging.2 Met het niet meteen na verlening van de beschikking voor het gestelde doel gebruiken van de Leistung wordt bedoeld dat deze niet binnen een passende en redelijke termijn is aangewend voor het gestelde doel. De lengte van deze termijn is afhankelijk van de concrete Leistung.3 Niet van belang is om welke reden de middelen niet of in strijd met het doel van de Leistung zijn aangewend. Voor de bevoegdheid tot intrekking op grond van § 49 lid 3 aanhef en onder nr. 1 VwVfG is het voldoende dát de middelen niet of in strijd met het doel van de Leistung zijn aangewend.4