Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.18.4.3
IV.18.4.3 Niet handelen conform aan de beschikking verbonden voorwaarde (§ 49 lid 3 sub 2 VwVfG)
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS378966:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Zij het dat het op grond van het derde lid van § 49 VwVfG mogelijk is om met terugwerkende kracht in te trekken. Vgl. Stelkens/Bonk/Sachs 2014, § 49 VwVfG, Rn. 105.
De voorwaarde moet wirksam zijn. Zie Suerbaum 1999, p. 371, Kopp/Ramsauer 2014, § 49 VwVfG Rn. 72. Voorts geldt dat het om tot intrekking over te gaan voldoende is dat de aan de beschikking verbonden voorwaarde in werking is getreden, zij het dat eventuele onrechtmatigheid van de voorwaarde wel een element is dat wordt meegenomen in de belangenafweging. Zie Suerbaum 1999, p. 373.
Omdat het in zijn Verantwortungsbereich ligt.
Kopp/Ramsauer 2014, § 49 VwVfG Rn. 72a.
Veder kan de beschikking worden ingetrokken indien een aan de beschikking verbonden voorwaarde niet of niet binnen de in de beschikking gestelde termijn is vervuld (§ 49 lid 3 aanhef en onder nr. 2 VwVfG). Deze grond komt overeen met § 49 lid 2 aanhef en onder 2 VwVfG.1 Ook hier geldt dat de voorwaarde dat de beschikking in werking moet zijn getreden in de zin van § 43 VwVfG.2 Voor intrekking op deze grond is ook niet vereist dat sprake is van schuld aan de zijde van de begunstigde. Wel geldt dat het niet vervullen van de voorwaarde voor risico van de begunstigde komt.3 Is bijvoorbeeld gedrag van een derde de oorzaak, dan kan dit enkel tot intrekking leiden indien het gedrag van de derde valt toe te rekenen aan de begunstigde.4