Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.1.1.2.c
Toegankelijkheidstheorie
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS453167:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
J.H. Moor, ‘Towards a Theory of Privacy in the Information Age’, Computers and Society 1997, 3, p. 31 en H.T. Tavani, ‘Philosophical Theories of Privacy: Implications for an Adequate Online Privacy Policy’, Metaphilosophy 2007, 1, p. 9. Zie ook P.B. Thompson, ‘Privacy, secrecy and security’, Ethics and Information Technology 2001, 3, p. 18.
J.H. Moor, ‘Towards a Theory of Privacy in the Information Age’, Computers and Society 1997, 3, p. 31.
H.T. Tavani, ‘Philosophical Theories of Privacy: Implications for an Adequate Online Privacy Policy’, Metaphilosophy 2007, 1, p. 7-8.
H.T. Tavani, ‘Philosophical Theories of Privacy: Implications for an Adequate Online Privacy Policy’, Metaphilosophy 2007, 1, p. 9.
J.S. Mill, Principles of Political Economy, Vol. 2, Toronto: University of Toronto Press 1965, p. 938: ‘there is a circle around every individual human being which no government …. ought to be permitted to overstep: there is a part of the life of every person who has come to years of discretion, within which the individuality of that person ought to reign uncontrolled either by any other individual or by the public collectively. That there is, or ought to be, some space in human existence thus entrenched around, and sacred from authoritative intrusion, no one who professes the smallest regard to human freedom or dignity will call in question: the point to be determined is, where the limit should be placed; how large a province of human life this reserved territory should include. I apprehend that it ought to include all that part which concerns only the life, whether inward or outward, of the individual, and does not affect the interests of others.’
Mede omdat niet duidelijk is over welke (categorieën) persoonlijke informatie een burger controle mag verwachten en hoeveel en welk soort controle hij over die informatie heeft, zien onder andere Tavani en Moor meer in een limited access-theorie voor privacy.1 Tavani geeft als voorbeeld dat men geen controle heeft over publieke persoonlijke informatie, bijvoorbeeld als men tijdens het boodschappen doen een bekende tegen komt die een korte blik in de winkelwagen werpt. Ook de locatie waar iemand werkt, is publieke persoonlijke informatie waarover normaliter niet vrijelijk kan worden beschikt. Het reizen naar de werkplek gebeurt voor een groot gedeelte via de openbare weg en is dus voor het grote publiek zichtbaar. ‘[T]o protect ourselves we needto make sure the right people and only the right people have access to relevant informationat the right time.’2
Daarom stelt Tavani het onderscheid tussen nonpublic personal information en public personal information voor.3 Niet-publieke persoonlijke informatie is gevoelig en vertrouwelijk, zoals medische gegevens en financiële administratie, en is normaal gesproken niet voor het publiek zichtbaar. Publieke persoonlijke informatie is informatie die af te leiden is uit gedragingen die zich in de openbaarheid afspelen, zoals de inhoud van een winkelwagen of de locatie van een werkplek. Privacy in de zin van beperkte toegankelijkheid is eigenlijk een afgezwakte afzonderingsvariant. Volledige afzondering is niet mogelijk en waarschijnlijk niet wenselijk. Op die tekortkomingen speelt de beperkte toegankelijkheidstheorie in, door informatie uit bepaalde gebieden (de niet-publieke persoonlijke informatie) ontoegankelijk te maken voor het grote publiek terwijl andere informatie (de publieke persoonlijke informatie) toegankelijk is.4 Dit lijkt sterk op Mills cirkel van privacy.5
Daarnaast spreekt de beperkte toegankelijkheidstheorie een voorkeur uit over welke vorm van controleren van belang is voor privacy. Het gaat namelijk om het beheersen van de informatie door te bepalen wie niet-publieke informatie in mag zien. Door aan te geven op welk terrein (niet-publieke persoonlijke informatie) en op welke wijze (beheersing) informatie kan worden gecontroleerd, neemt de beperkte toegankelijkheidstheorie twee problemen – het definiëren van het begrip ‘controle’ en het niet bepalen welke informatie mag worden gecontroleerd – weg waarmee de controletheorie worstelt.