Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.3.1.4:3.3.1.4 Het bewijs
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.3.1.4
3.3.1.4 Het bewijs
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS567436:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
G.J.M. Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, bewerkt door M.J. Borgers, Deventer: Kluwer 2014, p. 757-759.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De strafrechter mag slechts overgaan tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit indien hij ervan is overtuigd dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Tot die overtuiging moet hij zijn gekomen aan de hand van limitatief in de wet opgesomde bewijsmiddelen. De bewijslast rust hierbij uitsluitend op het openbaar ministerie.1 In het voorbeeld van de onjuiste aangifte zal het openbaar ministerie wettig, oftewel door middel van de in de wet opgesomde bewijsmiddelen, en overtuigend moeten bewijzen dat de verdachte belastingplichtige een uitgereikt aangiftebiljet opzettelijk onjuist heeft ingevuld en als gevolg daarvan te weinig belasting zou kunnen worden geheven.
Zoals hiervoor gezegd, worden de elementen verondersteld aanwezig te zijn als de delictsomschrijving is vervuld. Dit heeft tot gevolg dat bij de derde materiële vraag, de vraag of de verdachte strafbaar is, de bewijslast anders ligt. Het ligt hierbij niet zozeer op de weg van het openbaar ministerie, maar meer op de weg van de verdachte om aan te voeren en aannemelijk te maken dat een strafuitsluitingsgrond van toepassing is. In het voorbeeld van de onjuiste aangifte ligt het op de weg van de verdachte belastingplichtige om aan te voeren en aannemelijk te maken dat hij met een pistool op de borst is gedwongen de aangifte onjuist in te vullen.