Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.1.3.3
III.6.1.3.3 Communitaristische kritiek
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS455589:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
C. Fuchs, ‘Towards an alternative concept of privacy’, JICES 2011, 4, p. 220-237.
C. Fuchs, ‘Towards an alternative concept of privacy’, JICES 2011, 4, p. 225, 231.
A. Etzioni, The Limits of Privacy, New York, NY: Basic Books 1999, p. 183.
C. Fuchs, ‘Towards an alternative concept of privacy’, JICES 2011, 4, p. 231-232.
A. Etzioni, The Limits of Privacy, New York, NY: Basic Books 1999, p. 2-5.
C. Fuchs, ‘Towards an alternative concept of privacy’, JICES 2011, 4, p. 231, 233.
A. Etzioni, The Limits of Privacy, New York, NY: Basic Books 1999, p. 183.
Het openbaar maken van medische gegevens levert volgens hem te weinig voordeel voor de maatschappij op. A. Etzioni, The Limits of Privacy, New York, NY: Basic Books 1999, p. 184.
A. Etzioni, The Limits of Privacy, New York, NY: Basic Books 1999, p. 104-111.
A. Etzioni, The Limits of Privacy, New York, NY: Basic Books 1999, p. 47-53.
A. Etzioni, The Limits of Privacy, New York, NY: Basic Books 1999, p. 207 e.v. Zie ook D. Elgesem, ‘Book review The Limits of Privacy’, Ethics and Information Technology 2000, 2, p. 189-191.
C. Fuchs, ‘Towards an alternative concept of privacy’, JICES 2011, 4, p. 231.
C. Fuchs, ‘Towards an alternative concept of privacy’, JICES 2011, 4, p. 231.
C. Fuchs, ‘Towards an alternative concept of privacy’, JICES 2011, 4, p. 232.
Een ander kritiekpunt, mede vanuit een cultureel oogpunt, komt uit communitaristische hoek. Centraal staat het ‘privacy-fetisjisme’ waaraan men lijdt in het Westen, en voornamelijk in de Verenigde Staten van Amerika. Er wordt te veel belang gehecht en aandacht besteed aan de privésfeer. De overdreven aandacht voor en het nadruk leggen op het belang van het recht op respect voor privacy heeft volgens Fuchs een aantal negatieve consequenties.1 Het recht op respect voor privacy is een individualistisch, liberaal, bourgeois, Westers-georiënteerd recht2 dat de burger de mogelijkheid geeft informatie af te schermen terwijl de maatschappij meer is gebaat bij openbaarmaking,3 en het recht maskeert negatieve consequenties van het kapitalisme, het beschermt namelijk de rijken.4 Etzioni richt zich daarbij voornamelijk op de afweging tussen het recht op respect voor privacy van individuen en maatschappelijke belangen.5 Fuchs beargumenteert juist dat het recht op respect voor privacy de rijken beschermt en daarmee het gat tussen arm en rijk in stand blijft of zelfs wordt vergroot.6 Deze twee visies worden achtereenvolgens besproken.
Door de opkomst van nieuwe en meer geraffineerde technologieën die de opslag en analyse van informatie verbetert, beargumenteert Etzioni dat individuele privacy een gevaar vormt voor maatschappelijke gezondheid en maatschappelijke veiligheid.7 De maatschappij heeft op het gebied van gezondheids- en veiligheidsbeleid de behoefte aan zoveel mogelijk informatie. Als voorbeelden geeft hij de verplichte controle op Hiv-besmetting van moeders zodat kinderen zo snel mogelijk kunnen worden behandeld, het openbaar maken van gegevens van zedendelinquenten, het decrypten van digitale communicatie en transacties, registreren van biometrische gegevens om personen eenvoudiger te identificeren en het openbaar maken van medische gegevens (bijvoorbeeld voor verzekeringsmaatschappijen). Bij deze onderwerpen is het belang van de maatschappij op het gebied van gezondheid en veiligheid volgens hem groter dan het recht op respect voor privacy van één burger.8 Zo stelt het gebruik van biometrische gegevens de overheid in staat onder andere identiteitsfraude en illegaliteit beter aan te pakken.9 Ook het publiceren van gegevens over veroordeelde pedofielen versterkt de maatschappelijke veiligheid volgens hem. Uit meta-analyses blijkt dat een aanzienlijk deel van de veroordeelde pedofielen recidiveert.10 Door het openbaar maken van adresgegevens neemt de sociale controle op pedofielen toe. Hij concludeert dan ook dat het recht op respect voor privacy, in de zin van vrijstelling van observatie, mag worden beperkt voor het algemene belang.
Op het einde van zijn boek wordt deze stelling nader uitgewerkt. Etzioni maakt hierin een onderscheid tussen privacy als vrijstelling van observatie en privacy als vrijstelling van controle over private beslissingen.11 Volgens hem leidt meer openbaarheid (en dus minder vrijstelling van observatie) tot minder controle over beslissingen door de staat. Hoe meer zich in de openbaarheid afspeelt, hoe minder dwang de overheid zal gebruiken om gedragskeuze te beïnvloeden. De maatschappij zelf handhaaft dan de sociale orde. Als voorbeeld wordt de afwezigheid van middelenmisbruik in religieuze samenlevingen gegeven. In Mormoonse, Amish en bepaalde Moslim gemeenschappen is, vanwege de openbaarheid van het leven en het handhaven van de morele, religieuze normen door de samenleving, middelenmisbruik zeldzaam. Dan is het ook niet nodig voor de staat om de persoonlijke keuze van burgers om middelen te gebruiken te beïnvloeden en controleren. De vraag kan wel worden gesteld wat sociale controle (of onderdrukking) oplevert ten opzichte van politieke controle (of onderdrukking).
Fuchs gooit het over een andere boeg. Hij stelt een alternatief concept van privacy voor dat niet ziet op de verhouding tussen de staat en de burger, maar de ongelijkheid in welvaart tussen arm en rijk moet aanpakken.12 Privacy in het kapitalisme bevordert egoïsme en privaat bezit ten koste van het algemeen belang en houdt sociale structuren in stand. Als voorbeelden worden onder andere gegeven (1) het (vroegere) sterke bankgeheim van landen als Zwitserland en Liechtenstein, (2) de vrije consumptiemaatschappij (waar mensen vaak zonder aandacht voor consequenties voor de samenleving en het milieu consumeren en goederen weggooien) en (3) het in stand houden van de arbeidersklasse zodat de rijkdom bij een kleine groep burgers blijft (class antagonism between capital and work). Daarom verdedigt hij
‘a socialist notion of privacy that tries to strengthen the protection of consumers and citizens from corporate surveillance […] in order to increase transparency and privacy’.13
Een voorbeeld dat binnen deze visie past, is regulering van voedseletiketten en de voedselindustrie. Als fabrikanten transparanter zijn over de productie van voedsel, waaronder volledige openheid van de gebruikte ingrediënten, dan wordt de consument beter beschermd. Hij kan dan bijvoorbeeld zien welk vlees is behandeld met ammonium(hydroxide) om alles wat leeft in het vlees (salmonella, E-coli) te doden. In het algemeen gaat het bij deze theorie dus om wie privacy toekomt: de dominante, welvarende groep die daarmee rijkdom kan geheimhouden (door zo goedkoop mogelijk (en eventueel op gevaarlijke wijze) producten te produceren) of de mensen die onderaan de power pyramid (consumenten, werknemers) staan. Fuchs stelt dus een differentiatie van het recht op respect voor privacy voor: ‘Privacy should therefore be differentiated according to the position people and groups occupy in the power structure.’14
Deze communitaristische invalshoeken benadrukken dat het recht op respect voor privacy geen absoluut recht is. Deze invalshoek biedt derhalve aanknopingspunten om een beperkingsregime voor het recht op respect voor privacy op te stellen, dat (ook) in het strafprocesrecht kan worden gebruikt. Voornamelijk de door Eztioni voorgestelde belangenafweging tussen individuele privacy enerzijds en maatschappelijke veiligheid (door recidive te voorkomen en strafbare feiten op te sporen) anderzijds, is een afweging die de strafvordering niet vreemd is. Ook Fuchs’ gedifferentieerde privacy (alhoewel op een andere wijze dan door hem voorgesteld) is een van de uitgangspunten van het recht op respect voor privacy in de strafvordering. Het uitgangspunt is dat een grovere inbreuk op de privacy een strenger beperkingsregime verlangt. (De vraag rijst of deze redenering altijd opgaat of dat aan het recht op respect voor privacy een absolute (boven)grens kan worden gesteld.)