Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/152:152 Het ontkrachten van onverpandbaarheidsbedingen vergt ingrijpen van de wetgever
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/152
152 Het ontkrachten van onverpandbaarheidsbedingen vergt ingrijpen van de wetgever
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD19143:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervóór par. 6.4.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de literatuur is er veelvuldig voor gepleit om de mogelijkheden om vorderingen onoverdraagbaar en/of onverpandbaar te maken te beperken. Voor mij staat vast dat beperking van de mogelijkheden van partijen om hun uit overeenkomst voortvloeiende vorderingen onoverdraagbaar en/of onverpandbaar te maken een dwingende wetsbepaling vergt. Het schrappen van de in art. 3:83 lid 2 BW gecodificeerde mogelijkheid om overdracht van vorderingen met goederenrechtelijk effect uit te sluiten, volstaat daarbij niet. Het staat partijen immers vrij om, ook zonder dat zulks zou zijn gecodificeerd, binnen de grenzen van de wet hun vordering onoverdraagbaar en/of onverpandbaar te maken.1 Om aan onoverdraagbaarheids- en/of onverpandbaarheidsbedingen hun werking te ontnemen, zou de wetgever moeten bepalen in welke gevallen en/of in hoeverre dergelijke bedingen al dan niet het beoogde effect hebben.