Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.2.8.2:8.2.8.2 Gevolgen van beëindiging: toekenning concurrente schadevordering
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.2.8.2
8.2.8.2 Gevolgen van beëindiging: toekenning concurrente schadevordering
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in vergelijkbare zin de consultatiereactie van de Nederlandse Orde van Advocaten, 12 december 2014, p. 18.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om een onderneming van ongewenste contracten te bevrijden, zou degene die bevoegd is een akkoord aan te bieden de bevoegdheid moeten hebben om lopende contracten bij eenzijdige verklaring te beëindigen. Een voor de hand liggend eerste gevolg van de contractsbeëindiging zou zijn dat de wederpartij niet langer onverkort nakoming van de oorspronkelijk bedongen prestatie kan vorderen.
Een tweede gevolg van de beëindiging zou moeten zijn dat de wederpartij een concurrente vordering verkrijgt ter grootte van de volledige (bestaande en toekomstige) schade die zij als gevolg van de beëindiging lijdt.1 Met andere woorden, de beëindigde (toekomstige) rechten van de wederpartij onder de overeenkomst converteren bij beëindiging in een contante vordering tot schadevergoeding. Dit sluit aan bij de regeling voor de niet-gestanddoening van wederkerige overeenkomsten in surseance of faillissement (vgl. artikelen 37, 37a en 236 en 236a Fw) en vertoont ook gelijkenis vertonen met de regeling voor assumption en rejection van contracten onder het Amerikaanse recht. Zie hierover nader paragraaf 6.9 hiervoor.
Deze in principe direct opeisbare concurrente schadevergoedingsvordering zou vervolgens moeten kunnen worden “meegenomen” in het akkoord. Indien onvoldoende liquide middelen beschikbaar zijn om de vordering onmiddellijk te voldoen, zou het akkoord de termijn van betaling uit kunnen stellen of de vordering kunnen omzetten in aandelen of andere instrumenten. Is er onvoldoende waarde beschikbaar om vorderingen met concurrente status (geheel) te voldoen, dan zou het akkoord de aanspraak kunnen reduceren of geheel elimineren. De omvang van de initiële schadevergoedingsvordering (voordat het akkoord deze eventueel converteert of reduceert) is van belang, omdat deze medebepalend is voor het relatieve aandeel dat de contractant als concurrent schuldeiser in de beschikbare waarde heeft en voor het stemrecht van de betrokken partij.
De totstandkoming van een akkoord kan nog steeds het belang van een contractspartij met toekomstige vorderingen dienen, ook al verliest de contractspartij haar recht op nakoming van de oorspronkelijk bedongen prestaties en worden de toekomstige vorderingen uit het contract in een contante vordering tot schadevergoeding geconverteerd. Het doel van het akkoord is immers om méér waarde te behouden dan het geval zou zijn in het alternatief van faillissement. Een wederpartij zal dan ook in de regel mogen verwachten met een akkoord een groter deel van haar contractbeëindigingsschade vergoed te krijgen dan anders in faillissement het geval zou zijn.