Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.2.8.1
8.2.8.1 Rechtvaardiging
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Onder lopende contracten versta ik contracten waarbij prestaties aan weerszijde van het contract nog openstaan; vgl. artikel 37 Fw.
Zie in dit verband ook B.S.J.M. van Gangelen en G.H. Gispen, Voorstellen tot verbetering van de surseance en het akkoord, in “Overeenkomsten en insolventie”, red. N.E.D. Faber, J.J. van Hees en N.S.G.J. Vermunt, Kluwer, 2012, p. 323 en R. J. van Galen, Knelpunten in ons insolventierecht, Ondernemingsrecht 2014/81 en R.J. van Galen, De surseance als echte reorganisatieprocedure, TvI 2015/23.
Zie in dit verband ook T.H. Jackson, The Logics and Limits of Bankruptcy Law, Cambridge MA: Harvard University Press 1986, p. 108 e.v.
Een waardevolle en mijns inziens noodzakelijke voorziening in het kader van een pre-insolventieakkoord is de mogelijkheid om de schuldenaar te bevrijden van lopende contracten1 die een negatieve waarde hebben, dat wil zeggen contracten waarbij de openstaande prestaties en tegenprestaties aan weerszijden voor de onderneming een per saldo last vormen. Ik duid dit soort contracten kortheidshalve hier ook wel aan als “negatieve contracten”. In manifeste gevallen zou men deze ook beeldender kunnen omschrijven als “wurgcontracten”.2
In een situatie waarin de schuldenaar genoodzaakt is een akkoord aan te bieden, kampt de onderneming met het financiële onvermogen om alle bestaande en toekomstige verplichtingen (uit bestaande contracten) te voldoen. Worden toekomstige verplichtingen uit bestaande negatieve contracten volledig onaangetast gelaten, dan drukt dat de waarde van de onderneming en wordt het financiële onvermogen van de vennootschap uitsluitend afgewenteld op de groep van partijen met reeds bestaande vorderingen. De groep met toekomstige vorderingen uit reeds bestaande contracten wordt ontzien. Hier bestaat geen rechtvaardiging voor. Beide groepen hebben dezelfde obligatoire concurrente status. Zou geen akkoord tot stand komen en de onderneming in staat van faillissement geraken, dan zouden partijen met toekomstige vorderingen uit bestaande contracten in beginsel op dezelfde wijze worden getroffen als partijen met reeds bestaande vorderingen. Toekomstige vorderingen van de wederpartij uit bestaande negatieve contracten zouden in beginsel in een concurrente vordering tot schadevergoeding moeten (kunnen) worden omgezet om de gelijkheid van schuldeisers te waarborgen3 (voor zover voor afwijking van dit gelijkheidsbeginsel geen goede zakelijke reden bestaat in het belang van de crediteuren als groep; zie ook paragrafen 8.5 en 8.9.6.2 hierna).