Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.7.4:III.7.4 Algemeen toetsingskader voor het nemo-teneturbeginsel
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.7.4
III.7.4 Algemeen toetsingskader voor het nemo-teneturbeginsel
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS458010:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De twee hoofdvragen van dit onderzoek zijn aan welke instrumentele en rechtsbeschermende criteria opsporingsbevoegdheden idealiter moeten worden beoordeeld en de toepassing van deze criteria op de mogelijke inzet van (neuro)geheugendetectie in het Nederlandse strafprocesrecht. Vanuit het eerlijk procesrecht zijn het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht geselecteerd als criteria omdat zij van essentieel belang zijn voor de regulering van opsporing bij de verdachte. Hierboven zijn filosofische grondslagen en de rechtspraak van twee instanties beschreven en geanalyseerd. Deze drie delen worden hieronder met elkaar vergeleken zodat van het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht concrete criteria kunnen worden opgesteld waaraan opsporingsmethoden kunnen worden beoordeeld. Hiervoor worden in deze paragraaf de antwoorden op de drie deelvragen van dit hoofdstuk geformuleerd, te weten: (1) in welke mate komen de theoretische en positiefrechtelijke uitwerking van het nemo-teneturbeginsel met elkaar overeen?; (2) aan welke criteria (uit de theorie en/of het positieve recht) moeten opsporingsmethoden worden beoordeeld op hun overeenstemming met het nemo-teneturbeginsel? en; (3) in hoeverre kan (neuro)geheugendetectie, in het licht van het nemo-teneturbeginsel, rechtmatig worden afgenomen in het Nederlandse strafprocesrecht?
III.7.4.1 Vergelijking van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge RaadIII.7.4.2 Het nemo-teneturbeginsel vanuit filosofisch en positiefrechtelijke perspectief vergelekenIII.7.4.3 Toetsingskader voor de toepassing van opsporingsmethoden in overeenstemming met het nemo-teneturbeginsel