Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.3:III.6.3 Privacy als juridisch concept in de rechtspraak van de Hoge Raad
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.3
III.6.3 Privacy als juridisch concept in de rechtspraak van de Hoge Raad
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS453175:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook het Nederlandse recht bevat bepalingen betreffende de bescherming van de privacy van burgers. Voor dit boek, met als één van de twee doelen het onderzoek naar de mogelijkheid van de toepassing van de GKT in het Nederlandse strafprocesrecht, is het noodzakelijk om ook naar de Nederlandse privacyregelingen te kijken om te beoordelen hoe ruim (of eng) de bescherming hier te lande op dit gebied is en op welke wijze inbreuken op het recht op respect voor privacy kunnen worden vorm gegeven. Het EVRM geeft namelijk slechts minimumvereisten voor mensenrechtelijke bescherming, waardoor de deur open staat voor lidstaten om uitgebreidere bescherming op het gebied van specifieke mensenrechten te bieden. De vraag is dus in hoeverre de jurisprudentie van de Hoge Raad die biedt. De Nederlandse privacywetgeving en -rechtspraak worden in deze paragraaf aan de orde gesteld om een antwoord te formuleren op de deelvraag: op welke wijze wordt het recht op privacy door de HR uitgelegd? In de paragrafen die hierna volgen worden dan achtereenvolgens (1) de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad over het recht op privacy vergeleken en (2) een kader op grond de bevindingen over het filosofische en juridische concept privacy opgesteld waaraan opsporingsmethoden in het algemeen en de toepassing van de (neuro)geheugendetectie in het bijzonder kunnen worden getoetst.
Hieronder volgt eerst een beschrijving van de ontwikkeling van het ‘privacyrecht’ in Nederland. Hierbij besteed ik kort aandacht aan de historische ontwikkeling van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de Nederlandse Grondwet. Vervolgens worden de verschillende bepalingen waarin het algemene recht of aspecten van privacybescherming in zijn opgenomen nader uitgewerkt. Achtereenvolgens worden de persoonlijke levenssfeer inclusief persoonsgegevens (paragraaf 3.2), het lichaam (paragraaf 3.3) en het briefgeheim (paragraaf 3.4) besproken. Hierbij wordt de meeste nadruk gelegd om de bescherming van algemene persoonlijke levenssfeer en de onaantastbaarheid van het lichaam omdat neurogeheugendetectie voornamelijk inbreuk maakt op deze twee onderwerpen. De neurogeheugendetectiemethode levert weinig tot geen persoonsgegevens op omdat hersenactiviteit een incidentele biologische parameter is. Ook wordt door neurogeheugendetectie geen correspondentie door de autoriteiten aan onderzoek onderworpen.
III.6.3.1 InleidingIII.6.3.2 Bescherming van de persoonlijke levenssfeerIII.6.3.3 De onaantastbaarheid van het lichaamIII.6.3.4 Overige privacyrechtenIII.6.3.5 Rechtvaardiging van inbreuken op grondrechten uit het privacyclusterIII.6.3.6 Conclusie