Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.3.6:III.6.3.6 Conclusie
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.3.6
III.6.3.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS455596:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik (het recht op respect voor) privacy vanuit verschillende kanten belicht. Als laatste staat in deze subparagraaf (3) het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer centraal, zoals dat ligt verankerd in de Nederlandse Grondwet en door de wetgever en Hoge Raad wordt uitgelegd. In deze afsluitende subparagraaf vat ik de bevindingen samen en trek conclusies over de betekenis van het recht op respect voor privacy in het Nederlandse recht. Dat geschiedt aan de hand van twee onderdelen. Ten eerste behandel ik de positiefrechtelijke, conceptuele betekenis van het begrip ‘privacy’ in het Nederlandse recht. Vervolgens wordt beschreven op welke wijze rechtmatig een inbreuk op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kan worden gemaakt. Hiermee wordt een antwoord gegeven op de deelvraag: op welke wijze wordt het recht op respect voor privacy door de HR uitgelegd? Dit antwoord vormt vervolgens de opmaat voor de volgende paragraaf (4) waarin de opgestelde (1) normatieve en (2) positiefrechtelijke betekenis van privacy met elkaar worden vergelijken (deelvraag 3) en op basis waarvan met betrekking tot het recht op respect voor privacy een toetsingskader wordt opgesteld waaraan opsporingsmethoden in het algemeen (deelvraag 4), en de GKT als testcase (deelvraag 5), kunnen worden getoetst.
III.6.3.6.1 Betekenis van het begrip ‘persoonlijke levenssfeer’ in het Nederlandse rechtIII.6.3.6.2 Rechtmatige beperking van de persoonlijke levenssfeer in het Nederlandse recht