Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/3.2.5
3.2.5 “De markt verslaan”: actief vermogensbeheer
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS597599:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie: Van Setten 2009, nr. 4.34. Een praktisch reden is bijvoorbeeld dat de marktportefeuille zich nu eenmaal niet exact laat bepalen. De marktportefeuille zou alle risicodragende beleggingen moeten omvatten. In de praktijk wordt daarom gebruik gemaakt van zeer breed samengestelde financiële indices zoals de FTSE All Share Index. In een efficiënte markt zou een breed samengestelde financiële index immers een goede afspiegeling moeten vormen van de marktportefeuille.
AFM De wetenschap over de resultaten van actief en passief beleggen 2011 en de daar vermelde literatuur; Van Setten 2009, nr. 4.38 en de daar genoemde literatuur; Commissie Frijns 2010, p. 39-40.Ook DUFAS erkent dat “de markt verslaan” niet eenvoudig is en dat slechts weinig actieve vermogensbeheerders daar consistent in slagen. Zij benadrukt evenwel dat het dus wel kán en dat het bij het aanstellen van een actieve vermogensbeheerder aankomt op een goed selectieproces (DUFAS Actief beleggen en indexbeleggen 2010, hoofdstuk 6).
De kosten van actief beheerde beleggingsfondsen liggen al gauw 100 basispunten hoger dan bij passief beheerde fondsen (AFM Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw 2009, p. 26). Voor actief individueelvermogensbeheer liggen de kosten vermoedelijk in vergelijkbare mate hoger.
Er zit echter een paradox in de hypothese. Markten zijn efficiënter, naarmate beleggers actiever op zoek zijn naar marktinformatie. Maar als markten volledig efficiënt waren, loonde het niet om die marktinformatie te zoeken. Uit onderzoek blijkt dat de kapitaalmarkten inderdaad niet helemaal efficiënt zijn, maar wel in sterke mate.1
Dit betekent dat er ruimte is voor actieve beleggers om op zoek te gaan naar inefficiënties op de markt. Beleggers die erin slagen om zulke inefficiënties op te sporen, kunnen die informatie gebruiken om een buitengewoon rendement te behalen. Tamelijk veel vermogensbeheerders pretenderen dat zij daar ook in slagen, dat zij inderdaad beter presteren dan de markt. Vermogensbeheerders krijgen vaak ook een beleggingsmandaat op grond waarvan zij actief mogen afwijken van de vastgestelde efficiënte portefeuille met het oog op het behalen van zulke buitengewone rendementen. Zij worden actieve vermogensbeheerders genoemd.
Onderzoek laat echter, in het beste geval, gemengde resultaten zien over het succes van actieve vermogensbeheerders. Een vermogensbeheerder kan immers ook door toeval een bovengemiddeld resultaat behalen. Een gemiddelde vermogensbeheerder moet in ieder geval niet in staat worden geacht om consistent betere resultaten dan de markt te behalen.2
Actieve vermogensbeheerders maken bovendien meer kosten. Indien en voor zover er al sprake is van bovengemiddelde rendementen, is het nog maar de vraag of de extra kosten daar tegenop wegen.3 Bovendien impliceert actief vermogensbeheer dat wordt afgeweken van de efficiënte portefeuille en daarmee een blootstelling aan (diversifieerbare) onsystematische risico’s. Voor een belegger is van belang hoe hij dit risico kan beheersen en het mogelijke succes van een actieve vermogensbeheerder kan meten. Er is dus alle reden om hier dieper op in te gaan.