Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.6.2.2.2
II.6.2.2.2 Intrekking in het belang van de openbare orde
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS375271:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Dölle en Elzinga 2004, p. 389.
Hennekens 2010, p. 12.
Hennekens 2007, p. 4-5.
Zie ABRvS 23 mei 1995, AB 1995/475 m.nt. Rogier: ‘De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het doel van de opgelegde (sluitings)maatregel het herstellen dan wel voorkomen van verstoring van de openbare orde was.’
ABRvS 14 februari 2007, AB 2007/135 m.nt. Vermeer (New Yangste Kiang).
Ook Schlössels is kritisch. Zie Schlössels 2008, p. 101.
Zie bijvoorbeeld art. 31 lid 1 aanhef en onder c DHw.
De bevoegdheid hiertoe is veelal neergelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening. Zie bijvoorbeeld ABRvS 12 oktober 2000, JB 2000/328.
ABRvS 2 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2769.
Michiels en De Waard 2007, p. 27/28. Zie in dezelfde zin Van Buuren, Jurgens en Michiels 2011, p. 15.
ABRvS 27 maart 2002, JB 2002/124 m.nt. Albers en AB 2002/195 m.nt. Neerhof (Dutch Courage Management) en ABRvS 18 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA3187.
ABRvS 23 september 2009, AB 2010/70 m.nt. Vermeer, ABRvS 2 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP2763 (Harry’s American Bar) en ABRvS 22 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0629.
Albers 2009, p. 181 e.v. Zie ook Albers 2014, p. 45 e.v.
Albers 2009, p. 183 en Albers 2014, p. 48.
In de eerste plaats is twijfel mogelijk wanneer een beschikking wordt ingetrokken in het belang van de openbare orde. Het begrip openbare orde valt niet eenvoudig te definiëren. Dölle en Elzinga spreken in dit kader van een ‘containerbegrip’.1 Hennekens omschrijft openbare orde als ‘het ordelijk verloop van het gemeenschapsleven’.2 Niet alleen bij verstoring van de openbare orde, maar ook bij dreiging daarvan kan worden opgetreden. Zo kan een verstoring worden voorkomen.3, 4
Het begrip openbare orde wordt soms behoorlijk ruim uitgelegd. Een voorbeeld biedt een uitspraak van de Afdeling uit 2007. Aanleiding voor de intrekking was dat bij het betreffende restaurant personen werkzaam waren die niet beschikten over een geldige verblijfs- en tewerkstellingsvergunning. De Afdeling overwoog:
‘Evenmin stond het feit dat aan appellanten een nieuwe vergunning was afgegeven, er aan in de weg dat de burgemeester rekening mocht houden met de genoemde overtredingen. Voorts is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat de genoemde overtredingen een inbreuk vormden op de openbare orde als bedoeld in art. 2.3.6 lid 4 onder c en f APV, op welke bepalingen het bestreden besluit mede is gebaseerd.’5
Annotator Vermeer merkt ten aanzien van deze overweging het volgende op:
‘Er kan naar mijn mening geen enkele twijfel over bestaat dat die openbare orde niet wordt geschonden door een Chinese keukenhulp die in de keuken groente voor de Foeh Yong Hai staat te snijden, zonder dat hij beschikt over een geldige tewerkstellingsvergunning ingevolge art. 2 WAV’.
Met annotator Vermeer meen ik dat dat wel een erg ruime interpretatie van het begrip openbare orde is.6 Door het laten verrichten van werkzaamheden door een persoon zonder dat daarvoor een tewerkstellingsvergunning is verleend te scharen onder een schending van de openbare orde wordt het begrip openbare orde mijns inziens een lege huls. De overtreding heeft immers niets van doen een ‘ordelijk verloop van het gemeenschapsleven’.
Ter bescherming van de openbare orde kunnen bijvoorbeeld drank- en horecavergunningen worden ingetrokken.7 Ook exploitatievergunningen kunnen veelal op deze grond worden ingetrokken.8 Een voorbeeld biedt een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak uit 2011, waarin een exploitatievergunning voor de duur van 6 maanden werd ingetrokken, omdat in de directe omgeving van de betreffende horeca-inrichting een schietincident had plaatsgevonden.9 Michiels en De Waard wijzen erop dat bij de intrekking wegens bescherming van de openbare orde niet is vereist dat zich een overtreding heeft voorgedaan. Daarnaast behoeft, wanneer zich wel een overtreding heeft voorgedaan, deze niet te zijn begaan door de geadresseerde van de beschikking. Ook overtredingen begaan door derden kunnen immers aanleiding vormen om tot intrekking over te gaan. Om die reden is de intrekking in het kader van de openbare orde naar hun oordeel dan ook geen sanctie.10 Die opvatting lijkt mij verdedigbaar. Voornoemde uitspraak van de Afdeling uit 2011 maakt duidelijk dat voor intrekking ter bescherming van de openbare orde niet is vereist dat door de vergunninghouder een overtreding is begaan. In diverse uitspraken kwalificeert de Afdeling de intrekking wegens gevaar voor de openbare orde dan ook als maatregel.11 Daarmee lijkt een onderscheid te worden gemaakt met de intrekking bij wijze van sanctie, waarbij de intrekking wel een reactie vormt op een door de geadresseerde begane overtreding. In andere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak wordt de intrekking in het kader van de openbare orde daarentegen gekwalificeerd als herstelsanctie.12 De Afdeling is dus blijkbaar van mening dat de intrekking wegens gevaar voor de openbare orde niet bestraffend van aard is.
Albers is kritisch op de jurisprudentie waarin de intrekking in het kader van de openbare orde steevast niet als bestraffend wordt aangemerkt. Zij wijst daarbij onder meer op de situatie dat onder de noemer van gevaar voor de openbare orde wordt opgetreden, terwijl kan worden betwijfeld of de openbare orde nog in het geding is, nu tussen de ordeverstoring en het uiteindelijke optreden van de overheid lange tijd is verstreken.13 Ik deel haar oordeel in zoverre, dat ik vind dat bij een intrekking wegens gevaar voor de openbare orde ook daadwerkelijk van gevaar voor de openbare orde sprake moet zijn. Wanneer dit niet (meer) het geval is, zou ik, evenals Albers, menen dat van de betreffende intrekkingsbevoegdheid geen gebruik meer mag worden gemaakt. Dat zou immers neigen naar détournement de pouvoir.14