Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/5.8.2.2
5.8.2.2 Elementen
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366332:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hieraan staat niet in de weg dat het controle-element geen rol speelt bij de “gewone” biedplicht voor een individuele aandeelhouder die de bieddrempel overschrijdt; immers voor dergelijke gevallen is het controle-element reeds ingebakken in het 33⅓%-criterium, zie p. 557-558.
UEK-Verfügung 434/01 van 13 november 2009 (Thurella AG), nr. 1.1.
In genoemde Quadrant-zaak verplichtte de doelvennootschap, die partij was bij de overeenkomst (vgl. hierna voetnoot 418), zich tot het opnemen van de aandelen van haar wederpartij in haar registers, als gevolg waarvan de hieraan verbonden stemrechten pas konden worden uitgeoefend.
Übernahmekammer der Eidgenössischen Bankenkommission 29 mei 2008 (Sulzer), nr. 64-69.
Zie meest recent UEK-Verfügung 560/01 van 11 april 2014 (Mikron Holding AG); UEK-Verfügung 544/01 van 13 augustus 2013 (Leclanche SA) en UEK-Verfügung 535/01 van 24 mei 2013 (Schmolz + Bickenbach AG).
Art. 31 jo art. 10 lid 1 BEHV-FINMA.
Vgl. Köpfli 2000, p. 164. Hij betoogt dat de wetgever onder een georganiseerde groep heeft verstaan handelen in overeenstemming met een hogere organisatiegraad.
Zie UEK-Empfehlung 3 juni 2005 (Forbo Holding AG), nr. 3.3 en Köpfli 2000, p. 168.
UEK-Verfügung 536/01 van 24 juli 2013 (Sulzer AG und OC Oerlikon Corporation AG).
Übernahmekammer der Eidgenössischen Bankenkommission 29 mei 2008 (Sulzer), nr. 51. Zie eerder in vergelijkbare zin Köpfli 2000, p. 170.
Übernahmekammer der Eidgenössischen Bankenkommission 29 mei 2008 (Sulzer), nr. 51-52.
Idem, nr. 53.
I. Doel
Uit art. 31 en art. 10 lid 1 BEHV-FINMAvolgt dat de samenwerking moet geschieden met het oog op de controle (Beherrschung) van de doelvennootschap. Enige tijd was onduidelijk of dit in de uitvoeringsverordening neergelegde element wel kon derogeren aan de “gewone” biedplicht van art. 32 BEHG, waar dit niet als vereiste wordt genoemd. Het Bundesgericht (BG), de hoogste Zwitserse rechter, oordeelde uiteindelijk van wel met een beroep op de delegatiebepaling van art. 32 lid 6 BEHG krachtens welke de FINMA nadere regels kan stellen.1,2
Of in een voorkomend geval sprake is van samenwerking met het oog op de controle moet worden beoordeeld aan de hand van objectieve maatstaven.3 Belangrijke elementen daarbij zijn afspraken aangaande de uitoefening van het stemrecht, de samenstelling van het bestuur en de strategie van de doelvennootschap.4 Partijen werken samen met het oog op de controle wanneer de gezamenlijke verwerving van stemrechten hen in staat stelt de controle uit te oefenen en als uit de omstandigheden blijkt dat de controle ook daadwerkelijk is nagestreefd.5 Afspraken over het handhaven van een status quo gelden niet als zodanig, ook niet indien partijen daarnaast afspraken maken over: i) de uitoefening van stemrechten6; ii) het al dan niet (her)benoemen van bestuurders en iii) het niet aangaan van een fusie met een derde.7 Volgens vaste praktijk van de UEK wordt samenwerking om de doelvennootschap te saneren geacht te zijn gericht op de controle8, zij het dat hiervoor een vrijstelling geldt (art. 32 lid 2 sub e BEHG).
Defensief acting in concert, samenwerking met het oog op het frustreren van een bod, is niet geregeld in Zwitserland. Onduidelijk is of een dergelijk handelen als “Beherrschung” in de hiervoor bedoelde zin wordt gezien.
II. Vorm
Naar Zwitsers recht wordt acting in concert verdeeld in twee subspecies, namelijk: i) handelen in overeenstemming en ii) handelen als groep.9 Dit verschil heeft geen praktische betekenis.10 Er gelden dan ook geen verschillende eisen. Voor geen van beide gevallen is van belang op grond waarvan de afstemming tot stand komt. Naast overeenkomsten kunnen ook andere georganiseerde voorzieningen (andere organisierte Vorkehrungen) tot een biedplicht leiden. Hoewel de niet-afdwingbaarheid van de gemaakte afspraken niet van invloed is,11 wordt wel geëist dat partijen niet meer geheel vrij zijn inzake de stemrechtuitoefening.12 Langs die lijn volstaat niet de enkele belangenparallellie binnen een financieringsconsortium, tot gunste waarvan een pandrecht op aandelen in de doelvennootschap is gevestigd.13
Hoewel het onder de verplicht bod-regeling van art. 32 BEHG moet gaan om samenwerking ten aanzien van de koop of uitoefening van stemrechten wil dat niet zeggen dat partijen ook steeds in hun hoedanigheid van aandeelhouder moeten handelen. Acting in concert kan ook worden aangenomen indien de verbondenheid van partijen op andere wijze blijkt, bijvoorbeeld omdat zij tevens bestuurders waren en al jaren een gemeenschappelijke strategie voerden.14 Het enkele feit dat partijen dezelfde advocaat hebben, is hiervoor onvoldoende.15
III. Duur
Voor acting in concert is vereist dat er wordt samengewerkt op stabiele en duurzame wijze, die een toevalscoalitie overstijgt.16 Eenmalige stemafspraken gelden – ook als het om zeer belangrijke onderwerpen gaat, zoals het ontslag van bestuurders – doorgaans niet als zodanig.17 Een overeenkomst met een looptijd van negentien maanden is in ieder geval voldoende stabiel en duurzaam in hiervoor bedoelde zin.18