Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.11
4.11 Het aandeelhoudersregister (art. 2:194 BW)
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS384089:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Op 17 december 2012 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie een brief aan de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2012/13, 32 608, nr. 4) over zijn voornemen tot het instelling van een centraal aandeelhoudersregister voor besloten en niet-beursgenoteerde vennootschappen. De redenen daarvoor zijn het tegen gaan van misbruik van rechtspersonen, belastingontduiking (denk aan de vastgoedfraude en de BTW-carrousel fraude) en witwassen. Een centraal aandeelhoudersregister biedt de mogelijkheid eenvoudig vast te stellen wie de aandeelhouders van een besloten en niet-beursgenoteerde vennootschap is en welke aandelen in welke rechtspersonen bepaalde personen hebben, aldus de minister.
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 48 (MvT). Zie ook Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 7, p. 14 (Nota van wijziging).
Kamerstukken II 2010/11, 32 426, nr. 3, p. 24 (MvT).
Kamerstukken II 2010/11, 32 426, nr. 8, p. 11 (Nota van wijziging). Kamerstukken I 2011/12, 31 058 en 32 426, nr. C, p. 8 (MvA I).
Kamerstukken II 2010/11, 32 426, nr. 7, p. 25 (NV II) en Kamerstukken II 2010/11, 32 426, nr. 8, p. 11 (Nota van wijziging).
Een beslag op aandelen op naam moet ook in het aandeelhoudersregister worden aangetekend mede vanwege de blokkerende werking van het beslag, zie art. 474c lid 4 jo. 474e Rv.
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 48 (MvT).
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 49 (MvT).
Art. 2:194 BW geeft een regeling over het aandeelhoudersregister.1 Het artikel bepaalt onder meer dat het bestuur van de vennootschap een register houdt waarin de namen en adressen van alle aandeelhouders zijn opgenomen, met vermelding van de datum waarop zij de aandelen hebben verkregen, de datum van de erkenning of betekening, de soort of aanduiding van de aandelen, en van het op ieder aandeel gestorte bedrag. Indien een aandeelhouder niet gebonden is aan een statutaire verplichting of eis als bedoeld in art. 2:192 lid 1 BW, wordt dat vermeld. In het register worden opgenomen de namen en adressen van de houders van certificaten van aandelen waaraan vergaderrecht is verbonden, met vermelding van de datum waarop het vergaderrecht aan hun certificaat is verbonden en de datum van erkenning of betekening. Het register wordt regelmatig bijgehouden; daarin wordt mede aangetekend elk verleend ontslag van aansprakelijkheid voor nog niet gedane stortingen. Aandeelhouders en anderen van wie gegevens in het register moeten worden opgenomen, verschaffen aan het bestuur tijdig de nodige gegevens. Het bestuur verstrekt desgevraagd aan een aandeelhouder en een houder van een certificaat van een aandeel waaraan bij of krachtens de statuten vergaderrecht is verbonden om niet een uittreksel uit het register met betrekking tot zijn recht op een aandeel of certificaat van een aandeel. Rust op het aandeel een recht van vruchtgebruik of een pandrecht, dan vermeldt het uittreksel aan wie de in de art. 2:197, 2:198 en 2:227 BW bedoelde rechten toekomen. Het bestuur legt het register ten kantore van de vennootschap onder meer ter inzage van de aandeelhouders en de houders van certificaten van aandelen waaraan bij of krachtens de statuten vergaderrecht is verbonden.
Op grond van art. 2:227 lid 2 BW kan aan een certificaat vergaderrecht worden toegekend. Indien hiervan gebruik wordt gemaakt, is het van belang dat de vennootschap daarvan op de hoogte is. Bij de organisatie van de algemene vergadering zal immers bekend moeten zijn wie moet worden opgeroepen. In verband met de invoering van de mogelijkheid van stemrechtloze aandelen was in een eerder ontwerp van art. 2:194 lid 1 BW bepaald dat, indien aan aandelen op grond van een statutaire regeling geen stemrecht toekomt, dit moet worden vermeld in het aandeelhoudersregister. De vermelding is onder meer van belang vanwege art. 2:24d BW, waarin is bepaald dat stemrechtloze aandelen niet meetellen bij de berekening van meerderheden en quora in de algemene vergadering, aldus de memorie van toelichting en de oorspronkelijke gedachte van de wetgever.2 Voor het overige verwijs ik ten aanzien van de certificaathouder naar paragraaf 4.4.6 waar ik ‘zijn’ overgangsrecht besprak.
Art. 2:189a BW biedt de mogelijkheid aandelen een bepaalde aanduiding te geven. Dat kunnen aandelen zijn met speciale rechten, bevoegdheden en verplichtingen op grond van art. 2:192 BW, maar ook winstrechtloze of stemrechtloze aandelen (art. 2:216 lid 7 en art. 2:228 lid 5 BW). Anders dan bij aandelen van een bepaalde soort, blijkt bij aandelen met een bepaalde aanduiding niet uit de statuten dat aan een specifiek aandeel een bijzondere positie is verbonden. Daarom is registratie van de bepaalde aanduiding van belang.3 De Invoeringswet van het wetsvoorstel van de flex-BV heeft de bepaling verder aangescherpt. Niet het stemrechtloze karakter van aandelen moet worden vermeld, maar de soort of aanduiding van de aandelen die worden gehouden. Indien er aandelen met bijzondere rechten zijn, kan uit de vermelding in het register van de soort of de aanduiding van de aandelen met behulp van de statuten worden vastgesteld welke rechten er wel of niet aan het aandeel zijn verbonden. Die omvatten dus zowel de winst- als de stemrechten.4 Ook de ‘persoonsgebonden niet-gebondenheid’ aan een statutaire verplichting van een aandeelhouder op grond van art. 2:192 BW moet worden geregistreerd.5
Tevergeefs zoekt men in art. 2:194 BW naar het participatiebewijs. Bezien vanuit de optiek van het vergaderrecht, lijkt dat op het eerste gezicht een logische gedachte. Niet uit te sluiten is echter dat in de contractuele voorwaarden van (de uitgifte van) het participatiebewijs vergaderrecht aan de houder van het participatiebewijs worden toegekend. Indien dat het geval is, is op dit punt het onderscheid tussen het participatiebewijs en het certificaat met vergaderrecht vervallen. Hetzelfde geldt voor de aandeelhouder die geen stemrecht heeft en de vruchtgebruiker of pandhouder die wel stemrecht hebben. De aandeelhouder zonder stemrecht heeft immers wel vergaderrecht. Het hebben van vergaderrecht is daarom geen onderscheidend criterium. Andere argumenten om het participatiebewijs met vergaderrecht niet in het aandeelhoudersregister te registreren, zijn er ook niet. De participatie vertegenwoordigt kapitaal in de vennootschap, gelijk een aandeel. De houder van het participatiebewijs heeft wel ingebracht of gestort, terwijl de pandhouder of vruchtgebruiker een dergelijke inbreng niet heeft gedaan.6 De inbreng van de houder van het participatiebewijs is, naar mijn mening, te meer reden om hem wel in het aandeelhoudersregister op te nemen. Ook jegens de houder van een participatiebewijs moet de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid in acht genomen worden. Ik verwijs naar paragraaf 7.4.2. Het onderscheid wel of geen stemrecht is ook geen criterium, omdat de stemrechtloze aandeelhouder wel in het aandeelhoudersregister wordt geregistreerd. Datzelfde geldt door de pandhouder of vruchtgebruiker zonder stemrecht (voor een stil pandrecht uiteraard niet). Ook in deze zin is er geen reden de houder van het participatiebewijs niet in het aandeelhoudersregister te registreren. Het staat het bestuur van een vennootschap uiteraard vrij een apart register van houders van participatiebewijzen bij te houden. Ten aanzien van vergadergerechtigde certificaathouder merkt de wetgever op: “Overwogen is om te voorzien in een afzonderlijk register van certificaathouders, maar inpassing in art. 2:194 BW heeft als voordeel dat gebruik kan worden gemaakt van het systeem van het aandeelhoudersregister, waarmee men in de praktijk al bekend is. In de praktijk is al een model ontwikkeld voor het bijhouden in het aandeelhoudersregister van certificaten die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven.” 7 De wetgever heeft dus niet voor een apart certificaathoudersregister gekozen.
Het aandeelhoudersregister kan elektronisch worden bijgehouden, bijvoorbeeld een website met een inlogcode voor aandeelhouders en certificaathouders met vergaderrecht. Het bestuur van de vennootschap kan ook gegevens invoeren in een computersysteem dat door aandeelhouders en certificaathouders met vergaderrecht ten kantore van de vennootschap geraadpleegd kan worden.8