Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/6.2.3.2
6.2.3.2 Recht op winst en/of reserves
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS382890:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 75 (MvT).
Koelemeijer 2012, p. 44, bepleit dat alleen de algemene vergadering bevoegd is de winst te bestemmen.
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 69 (MvT).
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 68 (MvT).
Kamerstukken I 2011/12, 31 058, nr. E, p. 14 (Nadere MvA I). Zie ook: Bier 2012 (2), p. 169.
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 70 (MvT). Zie ook Kamerstukken I 2011/12, 31 058, nr. E, p. 8 (Nadere MvA I).
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 75 (MvT).
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 86-87 (MvT).
Bij gebrek aan stemrecht in de algemene vergadering zijn voornamelijk de aan het stemrechtloze aandeel verbonden financiële rechten van belang. De financiële rechten vormen een ‘wezenlijk onderdeel van het aandeelhouderschap’.1Art. 2:216 BW geeft de stemrechtloze aandeelhouder recht op dividend, althans in beginsel recht op uitkering daarvan. Ik licht die voorwaardelijkheid toe. Art. 2:216 lid 1 BW bepaalt dat de algemene vergadering bevoegd is tot bestemming van de winst die door de vaststelling van de jaarrekening is bepaald en tot vaststelling van uitkeringen, voor zover het eigen vermogen groter is dan de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden. De statuten kunnen de bevoegdheden tot bestemming van de winst die door de vaststelling van de jaarrekening is bepaald en tot vaststelling van uitkeringen beperken of toekennen aan een ander orgaan. Onder een beperking valt bijvoorbeeld dat de statuten bepalen dat de winst rechtstreeks ten goede komt aan de aandeelhouders of dat een deel van de winst toekomt aan bepaalde personen (statutair winstrecht). Een andere mogelijkheid is dat de statuten voorschrijven dat de winst onder bepaalde omstandigheden wordt gereserveerd. Bij de statuten kan de bevoegdheid tot bestemming van winst of de vaststelling van uitkeringen worden toegekend aan een ander orgaan.2 Het aangewezen orgaan moet een orgaan zijn in de zin van art. 2:189a BW, bijvoorbeeld het bestuur van de vennootschap.3 In het geval waarin de statuten bepalen dat de winst die blijkt uit de jaarrekening toekomt aan de aandeelhouders, dient het besluit tot vaststelling van de jaarrekening te worden beschouwd als het besluit dat strekt tot uitkering.4 Dat besluit vereist goedkeuring van het bestuur, alvorens rechtsgeldig kan worden overgegaan tot betaalbaarstelling van de uitkering.5 Art. 2:216 lid 1 BW geldt ook voor tussentijdse uitkeringen.6
Uit het voorgaande volgt dat de (stemrechtloze) aandeelhouder niet zonder meer recht op uitkering van de winst heeft. De algemene vergadering of een ander daartoe aangewezen orgaan moet daartoe besluiten. De algemene vergadering heeft daarin een keuze. Zij kan de winst reserveren of uitkeren of een combinatie daarvan. Daarbij geldt als eis dat het eigen vermogen groter moet zijn dan de wettelijke en statutaire reserves. Vervolgens, nadat de algemene vergadering tot uitkering van de winst of een gedeelte daarvan heeft besloten, moet krachtens art. 2:216 lid 2 BW het bestuur dat uitkeringsbesluit goedkeuren. Het bestuur kan de goedkeuring slechts weigeren indien het weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de vennootschap na de uitkering niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Art. 2:216 lid 3 BW voorziet bovendien in aansprakelijkheidsancties voor zowel bestuurder als aandeelhouder. Indien de vennootschap na een uitkering niet kan voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, zijn de bestuurders die dat ten tijde van de uitkering wisten of redelijkerwijs behoorden te voorzien jegens de vennootschap hoofdelijk verbonden voor het tekort dat door de uitkering is ontstaan, met de wettelijke rente vanaf de dag van de uitkering. Art. 2:248 lid 5 BW is in dat geval van overeenkomstige toepassing. Degene die de uitkering ontving, bijvoorbeeld een aandeelhouder, terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te voorzien dat de vennootschap na de uitkering niet zou kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden is gehouden tot vergoeding van het tekort dat door de uitkering is ontstaan, ieder voor ten hoogste het bedrag of de waarde van de door hem ontvangen uitkering, met de wettelijke rente vanaf de dag van de uitkering. Ter zake van deze aansprakelijkheid van de kapitaalverschaffer zonder stemrecht verwijs ik naar paragraaf 6.6.
Art. 2:216 lid 6 BW bepaalt dat bij de berekening van het bedrag, dat op ieder aandeel zal worden uitgekeerd, slechts het bedrag van de verplichte stortingen op het nominale bedrag van de aandelen in aanmerking komt. Met andere woorden: voor de berekening van het dividend per aandeel moet gekeken worden naar het nominale bedrag van dat aandeel. Daarvan kan in de statuten of telkens met instemming van alle aandeelhouders worden afgeweken. Art. 2:216 lid 6 BW ziet niet alleen op uitkering van winst, maar ook op andere uitkeringen.7
Art. 2:216 lid 7 BW stelt dat bij de statuten kan worden bepaald dat aandelen van een bepaalde soort of aanduiding geen of slechts beperkt recht geven tot deling in de winst of reserves van de vennootschap. Daaruit volgt dat wel sprake kan zijn van een stemrechtloos aandeel met beperkt winstrecht. De grens is de laatste volzin van art. 2:228 lid 5 BW, namelijk dat ten aanzien van stemrechtloze aandelen niet op grond van art. 2:216 lid 7 BW kan worden bepaald dat zij geen recht geven tot deling in de winst of de reserves van de vennootschap. Aan een stemrechtloos aandeel zal daarom altijd enig recht op uitkering van winst of reserves verbonden moeten zijn.8 Onder uitkeringen schaar ik ook het recht op het liquidatieoverschot als bedoeld in art. 2:23b BW. Voor dat standpunt en ook overigens verwijs ik naar paragraaf 4.2.5. Kortom, het recht op winst en/of reserves van de stemrechtloze aandeelhouder is niet ongeclausuleerd.