De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/V.21.3.9:V.21.3.9 Termijn voor intrekking
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/V.21.3.9
V.21.3.9 Termijn voor intrekking
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374136:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het feit dat een beschikking gedurende een bepaalde periode onaangetast blijft, kan bij de geadresseerde het vertrouwen wekken dat deze niet meer zal worden ingetrokken.1 In het bestuursrecht wordt een en ander onder meer erkend doordat op diverse plaatsen vervaltermijnen worden gehanteerd: na het verstrijken van een bepaalde periode vervalt de bevoegdheid tot intrekking. Zowel in de jurisprudentie als in de wetgeving zijn dergelijke vervaltermijnen terug te vinden. Bestudering van de ter beantwoording van deelvraag 2 geselecteerde wetten heeft laten zien dat de duur van deze termijnen sterk uiteen loopt.
In de Duitse regeling inzake intrekking wordt ten aanzien van de intrekking van begunstigende beschikkingen een vervaltermijn gehanteerd, welke in feite een beslistermijn is. Als bij het bestuursorgaan feiten bekend worden welke aanleiding kunnen geven tot intrekking, dient binnen een jaar daadwerkelijk tot intrekking te worden besloten. Gebeurt dit niet, dan vervalt de bevoegdheid tot intrekking. De reikwijdte van de termijn is beperkt. De termijn geldt enkel ingeval van intrekking van een begunstigende beschikking. De termijn geldt voorts niet wanneer de beschikking ten gevolge van bedrog is verleend.
In een algemene regeling inzake intrekking zou eveneens iets kunnen worden bepaald over de termijn binnen welke het bestuursorgaan tot intrekking dient over te gaan. Steeds mag immers van het bestuursorgaan worden verwacht dat het voortvarend handelt wanneer zich feiten of omstandigheden voordoen welke kunnen leiden tot intrekking en het bestuursorgaan hiervan op de hoogte is.2 Een en ander bevordert tijdig handelen door het bestuursorgaan en dient de rechtszekerheid aan de zijde van de geadresseerde.
Om te zorgen dat met het hanteren van een termijn de rechtszekerheid daadwerkelijk wordt gediend, mag de termijn niet te lang zijn. Een lastig punt is welke termijn dan moet worden gehanteerd. Uit de bestudering van de bijzondere delen bleek dat de termijnen die in het nationale recht worden gehanteerd, nogal uiteen lopen. Voorts is een gefixeerde termijn star, omdat geen rekening kan worden gehouden met de omstandigheden van het concrete geval. Daarom zou, in navolging van de Model Rules, gedacht kunnen worden aan een flexibele termijn. Wat in een concreet geval als redelijke termijn heeft te gelden, kan dan per geval worden ingevuld, waarbij bijvoorbeeld rekening kan worden gehouden met de grond voor intrekking, het belang dat met de intrekking wordt gediend, het belang van de geadresseerde van de beschikking, etc.
De vraag is of een dergelijke termijn absoluut moet zijn, in die zin dat deze steeds geldt. Mijns inziens moet een beperking worden aangebracht in die zin dat de termijn enkel betrekking heeft op de situatie waarin een begunstigende beschikking wordt ingetrokken. Eenzelfde beperking geldt in het Duitse recht.
Tekst conceptbepaling:
‘Een besluit tot intrekking van een begunstigende beschikking wordt genomen binnen een redelijke termijn nadat de grond voor intrekking zich heeft voorgedaan.’