Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/V.21.3.6
V.21.3.6 Kwalificatie intrekking
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS376538:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Dieperink 2003, p. 74.
Zij het dat wellicht moet worden bezien of de tekst van deze bepaling voldoende is toegespitst op de intrekking bij wijze van sanctie. Vgl. bijvoorbeeld Michiels en De Waard 2007, p. 25. Zij stellen voor aan art. 5:2 lid 1 aanhef en onder a Awb ook het ontnemen van een aanspraak, recht of ander voordeel toe te voegen.
Deze kwalificatie heeft tot gevolg dat de bepalingen van titel 5.1 Awb van toepassing zijn. Wat betreft art. 5:6 Awb kan in dit kader worden opgemerkt dat deze bepaling zich naar zijn aard niet leent voor toepassing ten aanzien van de figuur van de intrekking, nu het moeilijk voorstelbaar is dat een beschikking wordt ingetrokken bij wijze van herstelsanctie en voor dezelfde overtreding (vgl. art. 5:6 Awb) een andere herstelsanctie (last onder bestuursdwang of last onder dwangsom) wordt opgelegd. Wel kan worden gedacht aan de situatie waarin een vergunning bij wijze van herstelsanctie wordt ingetrokken en tegelijkertijd bijvoorbeeld een (preventieve) last onder dwangsom wordt opgelegd voor het geval de overtreder na intrekking de voorheen vergunde activiteit blijft continueren. Hieraan staat art. 5:6 Awb echter niet in de weg, omdat het in dat geval twee verschillende overtredingen betreft. Een situatie als bedoeld in art. 5:7 Awb lijkt voorts moeilijk voorstelbaar. Art. 5:10 Awb is naar zijn aard niet van toepassing, nu de intrekking bij wijze van herstelsanctie niet verplicht tot betaling van een geldsom. Datzelfde geldt voor art. 5:10a Awb, nu deze bepaling ziet op een bestraffende sanctie.
Uit het onderzoek is gebleken dat een intrekkingsbeslissing onder omstandigheden als sanctie valt aan te merken. Dat is het geval wanneer een begunstigende beschikking wordt ingetrokken als reactie op een door de geadresseerde begane overtreding (vgl. ook art. 5:2 lid 1 aanhef en onder a Awb). Bezien vanuit de systematiek van de Awb, hoort de intrekking bij wijze van sanctie thuis in hoofdstuk 5 Awb.1
Het onderscheid tussen de intrekking bij wijze van herstelsanctie en intrekking bij wijze van bestraffende sanctie kan niet in algemene zin worden gemaakt. Per geval zal moeten worden bezien of de intrekking bij wijze van sanctie bestraffend van aard is. De definities van art. 5:2 Awb kunnen hierbij als leidraad dienen.2
Wel moet een kanttekening worden gemaakt ten aanzien van de intrekking bij wijze van bestraffende sanctie. Ten aanzien van de bestraffende intrekking van subsidiebeschikkingen is destijds door de Afdeling Advisering van de Raad van State opgemerkt dat een dergelijke intrekking een specifieke wettelijke grondslag vergt.3 Een specifieke bevoegdheid voor een bestraffende intrekking lijkt dan ook in de bijzondere wet gevonden te moeten worden.
Tekst conceptbepaling
‘De intrekking van een begunstigende beschikking op de gronden genoemd in sub a en d is een bestuurlijke herstelsanctie als bedoeld in artikel 5:2 lid 1 onder b Awb.’4