Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.2.1.3
III.6.2.1.3 Woning
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS454376:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 16 december 1992, appl. no. 13710/88, r.o. 30 (Niemietz vs. Duitsland).
Vgl. D.J. Harris, M. O’Boyle, E.P. Bates & C.M. Buckley, Harris, O’Boyle & Warbrick: Law of the European Convention on Human Rights, Oxford: Oxford University Press 2009, p. 376.
EHRM 16 december 1992, appl. no. 13710/88, r.o. 30 (Niemietz vs. Duitsland) en EHRM 14 maart 2013, appl. no. 24117/08, r.o. 104 (Bernh Larsen Holding AS en anderen vs. Noorwegen).
EHRM 25 februari 2014, appl. no. 44817/04, r.o. 31 (Kilyen vs. Roemenië).
EHRM 16 december 1992, appl. no. 13710/88 (Niemietz vs. Duitsland).
EHRM 16 december 1992, appl. no. 13710/88, r.o. 30 (Niemietz vs. Duitsland). Zie ook EHRM 14 maart 2013, appl. no. 24117/08, r.o. 105 (Bernh Larsen Holding AS en anderen vs. Noorwegen).
EHRM 25 juli 2013, appl. no. 27183/04, r.o. 134 (Rousk vs. Zweden). Zie ook EHRM 9 oktober 2007, appl. no. 7205/02, r.o. 57 (Stankova vs. Slowakije) en EHRM 15 januari 2009, appl. no. 28261/06, r.o. 18 (Cosic vs. Kroatië) en EHRM 18 juli 2013, appl. 7177/10, r.o. 37-40 (Brezec vs. Kroatië).
EHRM 25 juli 2013, appl. no. 27183/04, r.o. 137 (Rousk vs. Zweden).
Omdat dit onderzoek twee doelen verenigt, namelijk het opstellen van een toetsingskader voor opsporingsmethoden en dat toetsingskader toepassen op (neuro)geheugendetectie, wordt ervoor gekozen om ook de overige twee artikel 8 lid 1 EVRM onderdelen uit te werken. De afname van (neuro)geheugendetectie vindt niet in een woning plaats en betreft geen onderzoek naar correspondentie, maar voor een algeheel beeld over de betekenis van het recht op respect voor privacy kunnen deze twee privacyelementen wel van belang zijn.
In vergelijking met de vorige twee onderdelen van het recht op respect voor privacy, is het begrip woning smaller en duidelijker. Een van de vragen die kunnen rijzen, is de vraag of het woord ‘woning’ alleen de geregistreerde, bewoonde woning beschermt of bijvoorbeeld alle gebouwen waarin een deel van het privé- en/of familieleven zich afspeelt. In ieder geval is duidelijk dat ook het woord woning niet beperkt moet worden opgevat.1 Het EHRM interpreteert het begrip autonoom2 en richt zich bij de uitleg van het begrip woning meer op het Franse woord domicile dan op het Engelse home: ‘the word “domicile” in the French text has a broader connotation – covers residential premises and may extend also to certain professional or business premises’.3
Een duidelijk voorbeeld dat onder het onderdeel woning valt, is een betreding zonder toestemming van de daadwerkelijke woning door de politie.4 Maar ook het betreden van professionele of zakelijke gebouwen valt onder de reikwijdte van de ‘woning’. In de zaak Niemietz werd het kantoor van een advocaat doorzocht met de opdracht om documenten in beslag te nemen om de ware identiteit achter een alias te ontdekken.5 Iemand had namelijk onder een alias een beledigende (en licht bedreigende) brief naar een rechter gestuurd over een lopende kwestie ter zake van de in sommige Duitse Bundesländer verplichte kerkelijke belasting. De enige aanwijzing die de politie had, was dat post aan de alias via een postbus werd doorgestuurd naar de advocaat Niemietz. Naast dat het doorzoeken van het kantoor een inbreuk op het privéleven en correspondentie opleverde, overwoog het EHRM dat een zakelijk kantoor ook wordt beschermd onder het concept woning. Omdat werk en privé vaak vermengen, valt onder het begrip woning ook de bescherming van professionele of zakelijke gebouwen.6 Het onderdeel woning uit artikel 8 EVRM beschermt echter niet enkel tegen betreding van de woning. Ook het genot van de woning valt onder het begrip.7 Bij uitzetting of gedwongen verkoop overwoog het EHRM dat ‘the loss of one’s home is a most extreme form of interference with the right to respect for the home’.8