Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.1.4:III.6.1.4 Conclusie
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.6.1.4
III.6.1.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS453168:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik blijf deze term gebruiken omdat in bijvoorbeeld Posners economische theorie, Prosser privaatrechtelijke analyse en Thomsons reductionisme ‘privacy’ (voornamelijk) als property right wordt gezien. R.A. Posner, ‘John A. Sibley Lecture: The Right of Privacy’, Ga. L. Rev. 1978, 3, p. 393-422 en W.L. Prosser, ‘Privacy’, Cal. L. Rev. 1960, 3, p. 383-423 en J.J. Thomson, ‘The Right to Privacy’, Philosophy & Public Affairs 1975, 4, p. 295-314.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hierboven zijn verschillende rechtsgronden van, kritische beschouwingen over en alternatieve concepten voor het begrip ‘privacy’ besproken. Op grond van deze informatie wordt hieronder aan de hand van een aantal thema’s een normatief toetsingskader van privacy uiteen gezet. Ik meen dat het belang, de reikwijdte en de inhoud van recht op privacy moeten worden gefundeerd op een netwerk, een samenspel van rationes. De eerste stap in deze conclusie is derhalve het uiteen zetten van dit netwerk. Het belang van dat netwerk wordt duidelijk gemaakt aan de hand van de telkens terugkerende discussie over de categorisatie van het recht op privacy als een eigendoms-1 of een persoonlijkheidsrecht. Die tweedeling is terug te vinden in de indeling in de rationes geheimhouding en persoonlijkheid én in de reductionistische kritiek en de economische theorie en de respons daarop van onder andere Rachels, Scanlon, Gerstein, Reiman en Bloustein. Ten tweede staat de culturele (on)afhankelijkheid van het recht op respect voor privacy. De vraag of het EHRM vanuit een andere (multi)cultureel perspectief een andere invulling aan privacy geeft dan de Hoge Raad kan in de volgende paragraaf rijzen. Een belangrijk onderdeel dat daarbij wordt behandeld, is of privacy een algemeen geldende kern bezit die voor iedereen en te allen tijde geldt of dat de betekenis en reikwijdte afhankelijk zijn van bijvoorbeeld culture identiteit. Ten derde en als laatste onderdeel sluit deze paragraaf vervolgens af met een normatief privacyconcept.
III.6.1.4.1 Hybride privacytheorie: afschermingspersoonlijkheidstheorieIII.6.1.4.2 Privacy en cultuur