Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/IV.8.3.1.2:IV.8.3.1.2 Efficiëntie: kosten-batenanalyse
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/IV.8.3.1.2
IV.8.3.1.2 Efficiëntie: kosten-batenanalyse
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS456774:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie http://www.uscourts.gov/statistics-reports/analysis-reports/wiretap-reports voor alle telefoontaps rapport vanaf 1997, laatst geraadpleegd op 12 januari 2017.
K.S. Bankston & A. Soltani, ‘Tiny Constables and the Cost of Surveillance: Making Cents Out of United States v. Jones’, The Yale Law Journal Online 2014, 123, p. 341-350.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat de methode valide is en waarheidsgetrouwe resultaten oplevert is een noodzakelijke voorwaarde, maar op zichzelf niet voldoende. Methoden met hoge kosten, bijvoorbeeld doordat kostbaar apparatuur moet worden aangeschaft of omdat de methode arbeidsintensief is, kunnen in de praktijk niet of slechts in geringe mate worden ingezet. Politieeenheden beschikken nu eenmaal niet over een oneindig kapitaal en mankracht. Hierdoor is ook efficiëntie een belangrijke maatstaf voor de beoordeling van de instrumentele geschiktheid van opsporingsmethoden. Het gaat hierbij om de kosten die moeten worden gemaakt om de gewenste resultaten te verkrijgen.
Voor neurogeheugendetectie geldt het volgende: Per onderzoek in een strafzaak dienen deze opeenvolgende handelingen door de GKT-deskundige( n) te worden verricht: (1) het onderzoeken van de plaats delict; (2) het opstellen van de items voor de test; (3) het afnemen van de test; (4) het analyseren van de data en; (5) het rapporteren over de output. Dat de GKT-deskundige zowel de plaats delict moet onderzoeken als de neurogeheugendetectietest moet opstellen, afnemen en scoren, laat zien dat hij een recherchekundige en een medische/psychologische opleiding moet hebben genoten. Naast deze basiskennis moet hij als neurogeheugendetectie-specialist worden opgeleid en het lijkt aannemelijk dat de autoriteiten hiervoor de kosten moeten dragen. Hetzelfde geldt voor de aanschaf van apparatuur, zoals fysiologische en neurologische meetapparatuur en computers om de data op te slaan en te analyseren. Deze kosten zijn niet direct van invloed op de kosten van de inzet van neurogeheugendetectie in een specifieke zaak, maar moeten wel voorafgaand aan de introductie van neurogeheugendetectie in het Nederlandse strafprocesrecht worden gemaakt. Idealiter worden meerdere regionale GKT-eenheden opgericht. Het is, voornamelijk vanuit het oogpunt dat lekkage van informatie de afname van neurogeheugendetectie vrijwel onmogelijk maakt, belangrijk dat de test zo snel mogelijk wordt afgenomen. Dit betekent dat de deskundigen snel de plaats delict moeten onderzoeken op geschikte onderwerpen voor de test en de test het liefst voor het eerste verhoor moeten afnemen. Hiervoor zijn korte aanrijtijden essentieel, vandaar de keuze voor regionale eenheden.
Deze noodzakelijke voorafgaande, algemene kosten maken de kosten per onderzoek echter niet duidelijk. Hiervoor is een beoordeling nodig over de input en throughput om tot de output te komen. Hierover is echter weinig informatie beschikbaar omdat slechts één land op structurele basis gebruik maakt van geheugendetectie in de strafvordering. Aan de hand van artikelen over de toepassing van geheugendetectie in Japan is enkel een inschatting te maken over de arbeidskosten per zaak. Op basis van de hoeveelheid GKT-deskundigen die in dienst zijn van de Japanse politie en de hoeveelheid zaken die zij per jaar behandelen, wordt duidelijk dat een deskundige ongeveer 25 uren bezig is met één onderzoek. Op basis van salarisinformatie uit vacatures voor deskundigen bij het Nederlands Forensisch Instituut komt dit neer op een bedrag tussen de € 535 en € 795 per onderzoek per deskundige. Daarbij komen dan nog de kosten voor de overige input en throughput, zoals vervoer, gebruikmaking van computer en meetapparatuur, afschrijving van dezelfde apparatuur en bureaukosten. Ook valt er wat voor te zeggen om medische controle verplicht te stellen omdat het afnemen van fysiologische en neurologische maten in de fysieke integriteit ingrijpt. De kosten voor de inzet van neurogeheugendetectie lijken daarmee hoger dan bij een DNA-vergelijking omdat voor de afname van het materiaal, het opstellen van het profiel en het automatisch vergelijken minder tijd nodig is en minder apparatuur wordt gebruikt. De kosten van neurogeheugendetectie lijken wel lager dan bijvoorbeeld een telefoontap of dynamische observatie. Uit het Amerikaanse Wiretap- rapport blijkt namelijk dat een gemiddelde telefoontap in de Verenigde Staten $ 50.000 kost1 en een dynamische observatie met één agent of één auto respectievelijk $ 50 en $ 100 per uur kosten (waarbij de kosten van het volgen van een persoon of object met een GPS-tracker slechts een schijntje van dit bedrag kost).2
Als laatste zijn nog twee factoren van belang die de kosten voor de inzet van een methode bepalen. Als de resultaten zijn verkregen, kan zich nog een kostenverhogende en -verlagende omstandigheid voordoen. De (mogelijke) kostenverhogende omstandigheid is de eventuele mogelijkheid om een contra- expertise toe te laten passen of een andere situatie die de finaliteit aantast. Normaliter zijn, naar Nederlands strafprocesrecht, geen rechtsmiddelen mogelijk tegen de toepassing van een opsporingsmethode. Daarnaast kan een contra-expertise minder noodzakelijk worden gemaakt als direct twee deskundigen de verkregen ruwe data beoordelen. Verder maakt niet elke verdachte gebruik van zijn recht op contra-expertise. Als laatste, mocht de verdachte daarvan wel gebruik maken, dan zijn de kosten voor de contraexpertise waarschijnlijk niet hoog. De GKT kan niet nog een keer worden afgenomen omdat de voorwaarde van naïviteit dan is geschonden. Dat betekent dat de enige mogelijkheid voor contra-expertise een nieuwe beoordeling van de ruwe data is en dat is natuurlijk veel minder tijdsintensief dan een volledig nieuwe neurogeheugendetectietest. De (mogelijke) kostenverlagende omstandigheid is de contextafhankelijk van het bewijs. Sommige bewijsmiddelen, namelijk identificerende gegevens zoals een DNA-profiel of vingerafdrukken, zijn ook in toekomstige onderzoeken waardevol. Met deze informatie kunnen meerdere (ook nog te plegen) strafbare feiten worden opgehelderd. Fysiologische en neurologische maten zoals die worden gebruikt bij (neuro)geheugendetectie vallen echter niet onder deze categorie van bewijsmiddelen. De biologische maten zijn een reactie op een op dat moment gepresenteerde stimulus en dus contextafhankelijk.
Samenvattend, neurogeheugendetectie is (zoals in de vorige subparagraaf is betoogd) een effectieve methode. In deze subparagraaf is de efficiëntie van neurogeheugendetectie bekeken. Per onderzoek zijn de arbeidskosten niet hoger dan bij andere methoden die regelmatig worden gebruikt. Ook het gebruik van andere input en throughput lijken geen onevenredige belasting voor het budget te vormen. Wel moet flink worden geïnvesteerd in de opleiding van deskundigen en de aanschaf van apparatuur. Neurogeheugendetectie lijkt ondanks deze investeringskosten, zeker gezien de sterke bewijswaarde om daderkennis aan een persoon toe te kunnen schrijven, een in voldoende mate efficiënte methode.