Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/2.5.7
2.5.7 Het pleitbaar standpunt begrip buiten Nederland
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS569898:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
G. Toifl merkt in G. Toifl, Der subjektive Tatbestand im Steuer- und Steuerstrafrecht. Wissen, Wollen, Absicht und Irrtum bei der Besteuerung des Einkommens, Wien: LexisNexis 2010, p. 209, op dat M. Harms in 2005, toen zij rechter in het BGH was, heeft gezegd: “so wird schnell deutlich, dass damit nicht gemeint ist, man müssen jeden Buchungs- oder Bilanzierungsvorgang, der nicht mit der Rechtsauffassung der Finanzverwaltung in den Richtlinien übereinstimmt, bei dem man sich aber etwa auf die BFH-Rechtsprechung oder andere seriöse Quellen berufen kann, erläutern. Weicht man allerdings bei einer Gestaltung von allen gängigen Rechtsauffassungen ab, so ist man gut beraten, diese der Finanzverwaltung gegenüber offen zu legen…”. Zie voorts K. Randt, ‘Reichweite und Grenzen der steuerliche Erklärungspflicht im Steuerstrafrecht’, in: W. Spindler, K. Tipke, T. Rödder (red.), Steuerzentrierte Rechtsberatung, Köln: Verlag Otto Schmidt 2009, p. 1255-1267.
Toifl 2010, p. 208: “Ist eine Offenlegung aller abgabenrechtlich maßgebenden Sachverhaltselemente erfolgt, käme demnach eine strafrechtliche Verantwortlichkeit nicht in Betracht, weil der objektive Tatbestand nicht erfüllt ist.”
VwGH 19 december 2001, 2001/13/0064. Voorts VwGH 19 december 2001, 99/13/0035 en VwGH 27 maart 2002, 99/13/0027 waarin het VwGH van objektive Vertretbarkeit spreekt.
VwGH 6 augustus 1996, 95/17/0109. Tannert u.a, Finanzstrafgesetz, Wien: Manzsche Verlagsund Universitätsbuchhandlung Loseblattsammlung (Dezember 2009), p. 46: “Eine abweichende, aber im Rahmen einer nicht unvernünftigen Normenauslegung bleibende Rechtsansicht ist stets als vertretbar anzusehen.”
Gesetzeswortlaut: VwGH 18 februari 1983, 81/17/0012, VwGH 7 december 1982, 82/14/0088.
Sinn der Bestimmung des Gesetzes: VwGH 2001/05/0371 (een niet fiscale zaak).
Sinn der Willensäußerung des Gesetzgebers: VwGH 8 april 1983, 81/17/0199.
Toifl 2010, p. 205-206.
IRC section 6662 (b)(2) io. (d)(2)(b)(i).
26 CFR 1.6662-3 (b) (1).
26 CFR 1.6662-4 (d) en 26 CFR 1.6662-3 (b) (1).
26 CFR 1.6662-4 (d) (2): “The substantial authority standard is an objective standard involving an analysis of the law and application of the law to relevant facts.”
26 CFR 1.6662-4 (d) (3) (i): “… the taxpayer’s belief…is not relevant in determining whether there is substantial authority…”
26 CFR 1.6662-4 (d) (3) (i): “There is substantial authority for the tax treatment of an item only if the weight of the authorities supporting the treatment is substantial in relation to the weight of authorities supporting contrary treatment.” Het is overigens mogelijk dat in verband met hetzelfde vraagstuk over uitleg of toepassing van de wet meer standpunten met substantial authority bestaan
26 CFR 1.6662-4 (d) (3) (ii): “The weight accorded an authority depends on its relevance and persuasiveness, and the type of document providing the authority.”
26 CFR 1.6662-4 (d) (3) (iii).
26 CFR 1.6662-3 (b) (3) “If a return position is reasonably based on one or more of the authorities set forth in § 1.6662-4 (d) (3) (iii) …the return position will generally satisfy the reasonable basis standard…”
S.E. Faber, ‘Over belastingrisico’s, opinies en ‘comfort levels”, WFR 2008/6780, p. 991-1000
Het pleitbaar standpunt begrip of een daarmee vergelijkbaar begrip is ook in de fiscale straf- en boetejurisprudentie van Duitsland en Oostenrijk en in het fiscale boeterecht van de Verenigde Staten te vinden.
Hierna wordt, ter vergelijking met de zojuist beschreven invulling van het pleitbaar standpunt begrip in de Nederlandse fiscale boetejurisprudentie, nader bezien op welke wijze het pleitbaar standpunt begrip of een daarmee vergelijkbaar begrip in deze landen is ingevuld. Daarbij wordt voor de volledigheid eerst kort de invloed van het pleitbaar standpunt begrip op de mogelijkheden om te beboeten of te bestraffen besproken. Het pleitbare standpunt heeft in deze landen namelijk een andere invloed dan in Nederland. In hoofdstuk 5 wordt de invloed van het pleitbaar standpunt begrip in Duitsland, Oostenrijk en de Verenigde Staten uitgebreid uitgewerkt.
In de Duitse fiscale straf- en boetejurisprudentie leidt het innemen van een pleitbaar standpunt niet tot een strafbare of beboetbare gedraging, zolang de belastingplichtige de belastingdienst maar in staat heeft gesteld een eigen oordeel over de belastingheffing te vormen door alle fiscaal relevante feiten juist en volledig in de aangifte weer te geven. Volgens het Bundesgerichtshof, de equivalent van de Hoge Raad, moet de belastingplichtige hiertoe overgaan als zijn Rechtsauffassung objektiv zweifelhaft oftewel zijn standpunt objectief gezien voor twijfel vatbaar is. Van objectieve twijfel moet in ieder geval worden gesproken als de door de belastingplichtige ingenomen Rechtsaufassung afwijkt van de jurisprudentie, de richtlijnen van de belastingdienst of van de bestendige rechtspraktijk.1,2
Ook in de Oostenrijkse fiscale strafjurisprudentie kan niet worden gesproken van een strafbare gedraging zolang de belastingplichtige de belastingdienst door alle fiscaal relevante feiten juist en volledig te presenteren in staat heeft gesteld een eigen oordeel over de belastingheffing te vormen en hij een vertretbare Rechtsansicht, een pleitbaar standpunt heeft ingenomen.3 Bij het vertretbare Rechtsansicht draait het volgens de jurisprudentie van het Verwaltungsgerichtshof, de hoogste bestuursrechter in Oostenrijk, om objektive Vertretbarkeit.4 Uit de jurisprudentie en de literatuur is op te maken dat een vertretbare Rechtsansicht opkomt bij bepalingen die voor verschillende uitleg vatbaar zijn.5 Een Rechtsansicht kan vertretbar zijn op grond van de letterlijke tekst van die bepaling,6 de strekking van die bepaling,7 of de wil van de wetgever,8 oftewel aan de hand van de verschillende methoden van rechtsvinding die kunnen worden gehanteerd om een bepaling te interpreteren en toe te passen. Daarnaast kan volgens de Oostenrijkse literatuur een Rechtsansicht vertretbar zijn op grond van eenduidige jurisprudentie, de heersende mening in de literatuur of wanneer een bepaling uit het Oostenrijkse belastingrecht mogelijk in strijd is met het unierecht.9
In het belastingrecht van de Verenigde Staten is een position, een standpunt over de interpretatie of toepassing van het recht, een wettelijk begrip dat voor twee verschillende (civil) accuracy penalties, oftewel boetes wegens een door onnauwkeurigheid veroorzaakte onjuiste belastingheffing, van belang kan zijn.
Voor de accuracy penalty in verband met substantial understatement, oftewel de boete wegens het doen van een aanmerkelijk te lage belastingaangifte, is in beginsel geen plaats indien en voor zover de onjuiste belastingheffing is veroorzaakt door een position die minstens op substantial authority berust.10 Voor de accuracy penalty wegens negligence oftewel onbewuste schuld is geen plaats indien en voor zover de onjuiste belastingheffing is veroorzaakt door een standpunt met een reasonable basis in the law.11
In Treasury Regulations, beleidsbesluiten, is nauwkeurig omschreven wanneer een position substantial authority of een reasonable basis in the law heeft.12 Hiervoor moet er in ieder geval sprake zijn van een objectief verdedigbaar standpunt dat ziet op interpretatie of toepassing van de wet.13 De overtuiging van de belastingplichtige is hierbij derhalve niet van belang.14 Van substantial authority kan vervolgens worden gesproken als het gewicht van de argumenten vóór het standpunt aanmerkelijk is in verhouding tot het gewicht van de argumenten tégen het standpunt.15 Het gewicht van elk argument hangt af van de relevantie en overtuigingskracht van het argument en de bron waar het argument op is gebaseerd.16 Deze bronnen zijn limitatief in het beleid opgesomd en bestaan onder meer uit de relevante wettelijke bepalingen, de parlementaire geschiedenis en de jurisprudentie.17 Een standpunt dat op een reasonable basis berust, wordt omschreven als een standpunt dat redelijkerwijs is gebaseerd op de zojuist genoemde bronnen.18
In de praktijk worden de zojuist genoemde gradaties van verdedigbaarheid gekwantificeerd.19 Bij een reasonable basis wordt uitgegaan van een kans van ongeveer 20% dat het standpunt van de belastingplichtige wordt gevolgd en bij substantial authority van een kans van ongeveer 40%.
Uit het voorgaande komt naar voren dat in de fiscale straf- en boetejurisprudentie van Duitsland en Oostenrijk en in het fiscale boeterecht van de Verenigde Staten, evenals in de fiscale boetejurisprudentie in Nederland, aan de hand van objectieve criteria wordt bepaald of een standpunt pleitbaar is. De vraag wanneer een standpunt pleitbaar is, wordt in deze landen, evenals naar mijn mening in Nederland, beantwoord aan de hand van de rechtsbronnen en rechtsvindingsmethoden waarmee het belastinggeschil wordt beoordeeld.