Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.4.2.1:3.4.2.1 Inleiding schuld
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.4.2.1
3.4.2.1 Inleiding schuld
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS569903:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Hullu 2015, p. 262, 266
De Hullu 2015, p. 266, noot 361.
Kamerstukken II 1954/55, 4080, 3, p. 16-17 (MvT).
Kamerstukken II 1957/58, 4080, 29 (Nota inzake enige amendementen), p. 3.
De Hullu 2015, p. 263-266.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de invoering van het Wetboek van Strafrecht is uitsluitend voor delicten met een groot rechtsbelang naast een opzetvariant ook een schuldvariant in het leven geroepen.1 Vermogensdelicten vielen hier niet onder.2 Ook in het fiscale strafrecht komen, zoals hiervoor opgemerkt, delictsomschrijvingen met schuld als bestanddeel niet voor.
In het fiscale boeterecht zijn opzet en grove schuld pas met ingang van de Tweede Wereldoorlog voor de toenmalige verhoging bij navordering van belang geworden. Tot de invoering van de AWR in het begin van de jaren ‘60 werden de woorden opzet en grove onachtzaamheid gebruikt. In de fiscale boetebepalingen van de AWR werden in plaats daarvan de woorden opzet en grove schuld opgenomen, zonder dat daarvoor een toelichting werd gegeven.3 In de parlementaire behandeling voorafgaand aan de invoering van de AWR is over de invulling van het begrip grove schuld weinig opgemerkt, behalve dat de wetgever het onwenselijk vond dat vergrijpboetes konden worden belopen in gevallen van geringere laakbaarheid dan grove schuld.4
Hierna wordt het fiscale grove schuldbegrip met behulp van de strafrechtelijke theorie over het schuldbegrip beoordeeld. Ik begin met de theorie uit het strafrecht en vertaal deze theorie vervolgens naar de boetebepalingen die verband houden met het doen van een onjuiste aangifte. Hoewel schuld en opzet in het strafrecht algemene leerstukken vormen, vindt de concrete invulling ervan namelijk steeds vanuit het desbetreffende delict plaats.5