Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/4.3.7:4.3.7 Wanneer is een akkoord “aangenomen” of “verworpen”?
Het pre-insolventieakkoord 2016/4.3.7
4.3.7 Wanneer is een akkoord “aangenomen” of “verworpen”?
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De constatering dat een tegenstemmende klasse niet door een of méér vóór stemmende klassen kan worden gebonden, betekent dat, indien men tegenstemmende partijen wil binden louter op basis van democratisch gezag (dus zonder een inhoudelijke rechterlijke dwangbeslissing), iedere klasse vóór het akkoord zal moeten stemmen. De tegenstemmende partijen kunnen immers uitsluitend worden gebonden door een vóór stemmende meerderheid binnen hun eigen klasse.
Indien de bindende werking van het akkoord louter is gebaseerd op meerderheidsinstemming van de stemgerechtigde partijen zelf (en een inhoudelijke rechterlijke dwangbeslissing dus niet nodig is om binding teweeg te brengen), zou men het akkoord als “aangenomen” kunnen omschrijven. Daarvoor is dus nodig dat iedere klasse vóór stemt, dat wil zeggen in iedere klasse de meerderheid van de leden vóór stemt.
Indien één of méér klassen tegen het akkoord hebben gestemd, zou men het akkoord als “verworpen” kunnen beschouwen. De tegenstemmende leden binnen die tegenstemmende klassen kunnen dan alleen nog maar worden gebonden met dwang van een inhoudelijke rechterlijke beslissing. Deze rechterlijke dwang wordt beeldend ook wel omschreven als “cram down”.
De binding van individuele tegenstemmende crediteuren op basis van democratische besluitvorming binnen een klasse zou men kunnen aanduiden als “horizontale cram down”. De binding van gehele tegenstemmende klassen op basis van een rechterlijke beslissing zou men kunnen aanduiden als “verticale cram down”. In plaats van te spreken van “horizontale” en “verticale” cram down heeft het mijn voorkeur om de horizontale “cram down” van individuele crediteuren binnen een klasse aan te duiden als “democratische binding” en de term cram down te reserveren voor de cram down van één of meer gehele tegenstemmende klassen op basis van een rechterlijke beslissing.