Formele aspecten van de btw. De formeelrechtelijke aspecten van het belastingrecht geven de kaders aan op welke wijze een bepaald proces gevolgd moet worden. In dit thema wordt ingegaan op de praktische invulling van het formele belastingrecht voor de heffing van btw oftewel een aangifte belasting.
In dit thema krijgt u antwoord op de volgende vragen:
•
Welke eisen gelden er voor een deugdelijke administratie?
•
Wat is een Tax Control Framework?
•
Tot op welke hoogte hebben btw-ondernemers een zorg- en onderzoeksplicht?
•
Hoe is de werking van de Btw-richtlijn en de Btw-verordening (rechtstreekse werking of implementatie)?
•
Wat is de suppletieverplichting uit eigen beweging?
•
Welke zijn de factuurvereisten? Welke gevolgen hebben onjuiste facturen? Wat is een aanvaardbare aangifte?
•
Welke mogelijkheden van bezwaar en beroep zijn er?
Inleiding
Naast de materiële btw-regelgeving gelden voor btw-ondernemers ook formele bepalingen. Voor de heffing van btw wordt gekeken naar het Europese recht en naar het nationale recht. Echter, voor het formele recht geldt over het algemeen het nationale recht aangezien het formele recht niet geharmoniseerd is. Op basis van rechtspraak en wettelijke bepalingen worden eisen gesteld aan de administratie van een btw-ondernemer. De administratie vormt onder andere de basis voor het indienen van een btw-aangifte. Daarnaast is een btw-ondernemer verantwoordelijk voor het indienen van een aanvaardbare aangifte. Eventuele correcties moeten via een suppletie hersteld worden. Ook worden voorwaarden gesteld aan een factuur die een btw-ondernemer uitreikt of ontvangt.
De Raad van de Europese Unie heeft op 11 maart 2025 de 'Richtlijn BTW in het digitale tijdperk' (EU 2025/516) (VAT in the Digital Age – ViDA) formeel aangenomen. In november 2024 had de Raad een politiek akkoord bereikt. De geleidelijke inwerkingtreding van de aangenomen regelgeving zal aanzienlijke gevolgen hebben voor ondernemers die in de EU handel drijven, met name voor degenen die betrokken zijn bij grensoverschrijdende handel. ViDA brengt nieuwe wetgeving op het gebied van digitale rapportageverplichtingen, onder meer op het gebied van e-invoicing, wijzigingen op het gebied van platformeconomie en het heeft als doel het voorkomen van meerdere btw-registraties.
Eisen aan de administratie
Administratieplichtigen zijn gehouden een administratie te voeren voor de belastingheffing. Ondernemers voor de btw zijn gehouden om aantekeningen te houden van de door hem en aan hem geleverde prestaties.
Tax Control Framework
Ondernemers richten hun beheersingssystemen in om hun bedrijfsprocessen te optimaliseren en op die manier hun doelstellingen te behalen, ook de fiscale positie is daarbij ook van belang.
Zorg- en onderzoeksplicht btw-ondernemers
De belastingplichtige heeft een zorg- en onderzoeksplicht naar de status en de betrouwbaarheid van zijn afnemer. Het recht op aftrek van betaalde btw, teruggave van btw of het nultarief kunnen (achteraf) worden geweigerd.
Boekenonderzoek
Eenieder is desgevraagd (op verzoek van de inspecteur) verplicht tot inlichtingenverstrekking aan de inspecteur.
Steekproef
Een steekproef wordt door de Belastingdienst doorgaans ingezet bij een boekenonderzoek om zo een efficiënte controle uit te voeren.
Werking van de Btw-richtlijn
De Btw-richtlijn heeft geen rechtstreekse werking, maar de lidstaten zijn verplicht tot implementatie in de nationale wetgeving.
Werking van de Btw-verordening
De Btw-verordening heeft in de lidstaat rechtstreekse toepassing. In de Btw-verordening zijn de bepalingen vervat die dienen ter uitvoering en uitlegging van de Btw-richtlijn.
Aangiftetijdvak
Het aangiftetijdvak waarover de omzetbelasting moet worden betaald is in beginsel het kalenderkwartaal.
Suppletieverplichting
De belastingplichtige die een aangifte omzetbelasting de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan, is gehouden om een suppletie in te dienen binnen 8 weken na constatering.
Factuurvereisten
De factuurvereisten zijn wettelijke vastgesteld in de nationale wet evenals in de Btw-richtlijn.
Onjuiste facturen
Een btw-ondernemer heeft in principe geen recht op aftrek als hij niet beschikt over een correcte en juiste factuur.
Aanvaardbare aangifte
Ondernemers en externe adviseurs streven naar een fiscaal aanvaardbare aangifte. Wat onder dit begrip wordt verstaan is niet gecodificeerd in de Algemene Wet Rijksbelastingen (AWR). Wel wordt de fiscaal aanvaardbare aangifte gehanteerd als norm vanuit de Belastingdienst.
Naheffingsaanslag
Een naheffingsaanslag, al dan niet voortvloeiend uit een suppletie of boekenonderzoek, kan binnen vijf kalenderjaren worden opgelegd indien de aangifte omzetbelasting niet juist of onvolledig is ingediend.
Bezwaar
Een belastingplichtige kan bezwaar maken tegen de voldoening op eigen aangifte of de opgelegde teruggaaf beschikking volgend uit de ingediende aangifte. Een andere mogelijkheid tot bezwaar is tegen een opgelegde naheffingsaanslag of het uitblijven van een beslissing van de Belastingdienst binnen een redelijke termijn. Zie meer hierover in het Thema: Bezwaar: het gesloten stelsel van rechtsbescherming.
Beroep
De belanghebbende kan tegen de beslissing op bezwaar door de Belastingdienst binnen zes weken na dagtekening van deze beslissing of bekendmaking beroep aantekenen. Zie meer hierover in het thema: Beroep: rechtsbescherming door de belastingrechter.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Verordening (EU) 2025/517 van de Raad van 11 maart 2025 (Pb EU 2025, 000), tot wijziging van Verordening (EU) 904/2010 wat betreft de voor het digitale tijdperk noodzakelijke regelingen voor administratieve samenwerking op het gebied van de btw
Richtlijn (EU) 2025/516 van de Raad van 11 maart 2025 (Pb EU 2025, 000), tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de btw-regels voor het digitale tijdperk
Mr. Anne Marieke Smits
Btw-specialist werkzaam bij Royal Swinkels, en werkt sinds 2015 op regelmatige basis mee aan uitgaven van Wolters Kluwer
Meer over Anne Marieke Smits
Formele aspecten van de btw. De formeelrechtelijke aspecten van het belastingrecht geven de kaders aan op welke wijze een bepaald proces gevolgd moet worden. In dit thema wordt ingegaan op de praktische invulling van het formele belastingrecht voor de heffing van btw oftewel een aangifte belasting.
In dit thema krijgt u antwoord op de volgende vragen:
Welke eisen gelden er voor een deugdelijke administratie?
Wat is een Tax Control Framework?
Tot op welke hoogte hebben btw-ondernemers een zorg- en onderzoeksplicht?
Hoe is de werking van de Btw-richtlijn en de Btw-verordening (rechtstreekse werking of implementatie)?
Wat is de suppletieverplichting uit eigen beweging?
Welke zijn de factuurvereisten? Welke gevolgen hebben onjuiste facturen? Wat is een aanvaardbare aangifte?
Welke mogelijkheden van bezwaar en beroep zijn er?
Inleiding
Naast de materiële btw-regelgeving gelden voor btw-ondernemers ook formele bepalingen. Voor de heffing van btw wordt gekeken naar het Europese recht en naar het nationale recht. Echter, voor het formele recht geldt over het algemeen het nationale recht aangezien het formele recht niet geharmoniseerd is. Op basis van rechtspraak en wettelijke bepalingen worden eisen gesteld aan de administratie van een btw-ondernemer. De administratie vormt onder andere de basis voor het indienen van een btw-aangifte. Daarnaast is een btw-ondernemer verantwoordelijk voor het indienen van een aanvaardbare aangifte. Eventuele correcties moeten via een suppletie hersteld worden. Ook worden voorwaarden gesteld aan een factuur die een btw-ondernemer uitreikt of ontvangt.
De Raad van de Europese Unie heeft op 11 maart 2025 de 'Richtlijn BTW in het digitale tijdperk' (EU 2025/516) (VAT in the Digital Age – ViDA) formeel aangenomen. In november 2024 had de Raad een politiek akkoord bereikt. De geleidelijke inwerkingtreding van de aangenomen regelgeving zal aanzienlijke gevolgen hebben voor ondernemers die in de EU handel drijven, met name voor degenen die betrokken zijn bij grensoverschrijdende handel. ViDA brengt nieuwe wetgeving op het gebied van digitale rapportageverplichtingen, onder meer op het gebied van e-invoicing, wijzigingen op het gebied van platformeconomie en het heeft als doel het voorkomen van meerdere btw-registraties.
Eisen aan de administratie
Administratieplichtigen zijn gehouden een administratie te voeren voor de belastingheffing. Ondernemers voor de btw zijn gehouden om aantekeningen te houden van de door hem en aan hem geleverde prestaties.
Tax Control Framework
Ondernemers richten hun beheersingssystemen in om hun bedrijfsprocessen te optimaliseren en op die manier hun doelstellingen te behalen, ook de fiscale positie is daarbij ook van belang.
Zorg- en onderzoeksplicht btw-ondernemers
De belastingplichtige heeft een zorg- en onderzoeksplicht naar de status en de betrouwbaarheid van zijn afnemer. Het recht op aftrek van betaalde btw, teruggave van btw of het nultarief kunnen (achteraf) worden geweigerd.
Boekenonderzoek
Eenieder is desgevraagd (op verzoek van de inspecteur) verplicht tot inlichtingenverstrekking aan de inspecteur.
Steekproef
Een steekproef wordt door de Belastingdienst doorgaans ingezet bij een boekenonderzoek om zo een efficiënte controle uit te voeren.
Werking van de Btw-richtlijn
De Btw-richtlijn heeft geen rechtstreekse werking, maar de lidstaten zijn verplicht tot implementatie in de nationale wetgeving.
Werking van de Btw-verordening
De Btw-verordening heeft in de lidstaat rechtstreekse toepassing. In de Btw-verordening zijn de bepalingen vervat die dienen ter uitvoering en uitlegging van de Btw-richtlijn.
Aangiftetijdvak
Het aangiftetijdvak waarover de omzetbelasting moet worden betaald is in beginsel het kalenderkwartaal.
Suppletieverplichting
De belastingplichtige die een aangifte omzetbelasting de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan, is gehouden om een suppletie in te dienen binnen 8 weken na constatering.
Factuurvereisten
De factuurvereisten zijn wettelijke vastgesteld in de nationale wet evenals in de Btw-richtlijn.
Onjuiste facturen
Een btw-ondernemer heeft in principe geen recht op aftrek als hij niet beschikt over een correcte en juiste factuur.
Aanvaardbare aangifte
Ondernemers en externe adviseurs streven naar een fiscaal aanvaardbare aangifte. Wat onder dit begrip wordt verstaan is niet gecodificeerd in de Algemene Wet Rijksbelastingen (AWR). Wel wordt de fiscaal aanvaardbare aangifte gehanteerd als norm vanuit de Belastingdienst.
Naheffingsaanslag
Een naheffingsaanslag, al dan niet voortvloeiend uit een suppletie of boekenonderzoek, kan binnen vijf kalenderjaren worden opgelegd indien de aangifte omzetbelasting niet juist of onvolledig is ingediend.
Bezwaar
Een belastingplichtige kan bezwaar maken tegen de voldoening op eigen aangifte of de opgelegde teruggaaf beschikking volgend uit de ingediende aangifte. Een andere mogelijkheid tot bezwaar is tegen een opgelegde naheffingsaanslag of het uitblijven van een beslissing van de Belastingdienst binnen een redelijke termijn. Zie meer hierover in het Thema: Bezwaar: het gesloten stelsel van rechtsbescherming.
Beroep
De belanghebbende kan tegen de beslissing op bezwaar door de Belastingdienst binnen zes weken na dagtekening van deze beslissing of bekendmaking beroep aantekenen. Zie meer hierover in het thema: Beroep: rechtsbescherming door de belastingrechter.
Documenten bij dit thema
Wetgeving
Verordening (EU) 2025/517 van de Raad van 11 maart 2025 (Pb EU 2025, 000), tot wijziging van Verordening (EU) 904/2010 wat betreft de voor het digitale tijdperk noodzakelijke regelingen voor administratieve samenwerking op het gebied van de btw
Richtlijn (EU) 2025/516 van de Raad van 11 maart 2025 (Pb EU 2025, 000), tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de btw-regels voor het digitale tijdperk
Artikel 34 Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 35a Wet op de omzetbelasting 1968
Artikel 10a Algemene wet inzake rijksbelastingen
Artikel 20 Algemene wet inzake rijksbelastingen
Artikel 25, lid 3 juncto artikel 27e Algemene wet inzake rijksbelastingen
Artikel 47 Algemene wet inzake rijksbelastingen
Artikel 52 Algemene wet inzake rijksbelastingen
Artikel 67ca, lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen in samenhang met paragraaf 24b Besluit Bestuurlijke Boete Belastingdienst
Artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
Besluit administratieve verplichtingen omzetbelasting, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 1 mei 2025, nr. 2025-115705, Stcrt. 2025, 15981
Toelichting bij de suppletie omzetbelasting, Belastingdienst
Horizontaal Toezicht Convenant, Belastingdienst
Controleaanpak Belastingdienst (CAB), Belastingdienst
Btw terugvragen uit andere EU-landen, Belastingdienst
Overzicht vervallen regelgeving
Besluit van 29 oktober 1968, nr. 120, Toelichting bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (OB/BTW 14)
Besluit van 27 juni 2012, BLKB 2012/477M, Omzetbelasting. Administratieve-, facturerings- en overige verplichtingen
Besluit omzetbelasting, administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen van 6 december 2014, nr. BLKB 2014-704M, Stcrt. 2014, 36166
Besluit Woo-verzoek aangifte omzetbelasting, Besluit van de Staatssecretaris van Financiën, Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane van 12 augustus 2025, nr. 2025-524
Standaardarrest
HvJ EU 21 november 2018, nr. C-664/16, ECLI:EU:C:2018:933 (Vădan), V-N 2018/65.16, H&I 2019/33
HvJ EU 21 oktober 2021, nr. C-80/20, ECLI:EU:C:2021:870 (Wilo Salmson France), V-N 2021/46.22.6, FED 2022/5, H&I 2022/136
Belangrijkste uitspraken
Hoge Raad 18 juli 2025, 24/00100, ECLI:NL:HR:2025:1169, V-N 2025/34.13, TaxVisions editie 25 juli 2025, TaxVisions 2025/29.3
Hoge Raad 18 juli 2025, 24/00735, ECLI:NL:HR:2025:1063, V-N 2025/34.11, TaxVisions editie 25 juli 2025, TaxVisions 2025/29.3
Hoge Raad 31 januari 2025, 22/04678, ECLI:NL:HR:2025:142, V-N 2025/11.16, Taxvisions editie 7 maart 2025, TaxVisions 2025/9.3
Hoge Raad 27 september 2002, nr. 36 676, ECLI:NL:HR:2002:AD8780, BNB 2003/13, V-N 2002/49.3, WFR 2002/1450, 1, FED 2003/140
Hoge Raad 6 oktober 2017, nr. 17/02556, ECLI:NL:HR:2017:2548, BNB 2017/18, V-N 2017/49.4, FED 2002/573, Belastingadvies 2002/2.3, Belastingblad 2017/418
Hoge Raad 19 januari 2018, nr. 16/06245, ECLI:NL:HR:2018:51, BNB 2018/77, V-N 2018/8.15, FED 2018/63
Hoge Raad 12 september 2025, nr. 23/03600, ECLI:NL:HR:2025:1258, BNB 2026/3, V-N 2025/40.14BNB 2026/3, V-N 2025/40.14, Belastingblad 2025/380, V-N Vandaag 2025/1754, NJB 2025/2248, AB 2025/278
Literatuur
G.J. van Slooten, 'De BTW-Verordening: mogen wijzigingen vermomd gaan als “verduidelijking”?', WFR 2012/86
M.M.W.D. Merkx en M.H.T. Verstappen, 'Italmoda: Wat past klopt niet', WFR 2015/655
A.J. Luimes, 'De vereiste aangifte', WFR 2015/1378
F.C. de Groot, 'Problemen bij de uitvoering van steekproeven door de fiscus', WFR 2019/156
C.E. van Dijk, 'Hoe voorkomt u dat u betrokken raakt bij btw-fraude?', Blog Jaeger Advocaten-Belastingkundigen, 20 juli 2021
M.E. van Hilten en H.W.M. van Kesteren, Omzetbelasting, Fed Fiscale Studieserie, nr. 6, 17e druk 2023
M.M.W.D. Merkx & M.L. Schippers (red.), Formele aspecten van het douanerecht en de indirecte belastingen (Fed Fiscale Brochures), Deventer: Wolters Kluwer 2024
J.J. Vetter, 'Bestuurdersaansprakelijkheid voor omzetbelastingschulden bij ontbreken melding betalingsonmacht is unierechtelijk geoorloofd (Zaak Herdijk)', BNB 2025/14
F.J.G. Nellen, 'De fraudebenadering van het HvJ EU in de Europese btw', WFR 2025/84
Naslag
Cursus Belastingrecht OB.6.4.1, De administratieplicht met betrekking tot de BTW
Vakstudie Omzetbelasting, art. 15 Wet op de omzetbelasting 1968, aant. 4.2 e.v.
Verwante onderwerpen
Thema: Btw-(carrousel)fraude
Thema: Recht op aftrek van btw: wanneer en hoeveel?
Thema: Artikel 10a AWR: de suppletieplicht
Thema: Bezwaar: het gesloten stelsel van rechtsbescherming
Thema: Beroep: rechtsbescherming door de belastingrechter
Thema: De aangifteverplichting in de AWR
Thema: Informatieverplichting
Thema: Informatiebeschikking: stand van zaken
Thema: E-facturering en digitale rapportage
Modellen
Fiscale Modellen I.A.9, Verzoek om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte voor een voldoenings- of afdrachtbelasting
Fiscale Modellen I.A.11, Bezwaarschrift tegen de voldoening of de inhouding, onderscheidenlijk de afdracht
Fiscale Modellen II.F.1.16, Verzoek om teruggaaf van omzetbelasting in andere lidstaten door Nederlandse ondernemers (art. 33 e.v. Wet OB 1968)