Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/2.2.10
2.2.10 Rechtskarakter en het ontbreken van een accijnsdefinitie
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS300499:1
- Vakgebied(en)
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1989/90, 21 368, nr. 3, p. 25.
Missive van 20 juni 1805, n°. 17/3, van den Raadpensionaris aan Hun Hoog Mogenden, Vertegenwoordigende het Bataafsche Gemeenebest. Het ‘plan van algemeene belastingen’, dat in die missive wordt voorgedragen, wordt door Hun Hoog Mogenden op 10 juli 1805 goedgekeurd, en twee dagen daarna op 12 juli 1805 bij Staats-Besluit bekrachtigd. Het vervangt gewestelijke belastingen, uit het tijdperk van de Republiek der Vereenigde Nederlanden, door een aaneensluitend geheel van algemene landsbelastingen, een vervanging waartoe sedert het jaar 1796 herhaaldelijk vruchteloze pogingen waren gedaan. Kamerstukken II 1915/16, 198, nr. 3, p. 4 rk.Terra 1984, p. 26.
Wet van 12 juli 1821, Stb. 1821, 9.
Wet van 26 augustus 1822, Stb. 1822, 38.
Conclusie A-G Fennelly van 12 november 1998 voor HvJ EG 10 juni 1999, nr. C-346/97, Braathens Sverige AB, voorheen Transwede Airways AB, vs. Riksskatteverket Zweden, Jur. 1999, p. I-3419, overweging 18.
Hulst 1932, p. 17.
Concluderend is het rechtskarakter van accijnzen indirecte belastingheffing, kunstmatige prijsvorming, waarmee wordt beoogd ongeacht herkomst het binnenlands verbruik te treffen van selectief aangewezen goederen en diensten met de bedoeling daarmee zowel substantiële opbrengsten te vergaren alsmede de bestedingen aan die goederen en diensten kunstmatig te sturen.1 Ondanks de eeuwenlange ontwikkelingsgang van de accijnzen is nergens in de Accijnsrichtlijn, de Wet op de accijns (Wa), de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm), de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten (Wet AVD), de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (Wet BPM), de Wet op belasting van rechtsverkeer (Wet BR) of in oudere of oude nationale wetgeving, zoals het Plan van algemeene belastingen2van Isaac Jan Alexander Gogel van 12 juli 1805, dat het eerste landelijke belastingstelsel bevat, de Stelselwet 18213 of de Algemeene Wet 18224 een definitie te vinden van wat onder accijnzen moet worden verstaan en waaruit zo mogelijk het rechtskarakter kan worden afgeleid. In EG-verband bestaat evenmin een algemeen aanvaarde accijnsdefinitie.5 ‘De wetgeving duidt in hare redactie sommige belastingen aan als accijnzen, maar op het hoe en waarom geeft zij nimmer een rechtstreeksch antwoord’, aldus Hulst (1932).6 Mutatis mutandis is ook nergens een bepaling te vinden die er toe zou kunnen leiden aan te nemen, dat zonder deze benaming een belasting geen accijns kan zijn. Ondanks het feit dat accijnzen met en zonder de aanduiding accijns in diverse gedaanten worden geheven, is het niet de benaming, noch de vorm (de wijze van heffing), maar het rechtskarakter dat bepaalt of er sprake is van een accijns.