Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/5.2.19
5.2.19 Vrijstellingen en andere differentiaties
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS304068:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld: Overweging 24 considerans Richtlijn energiebelastingen.
Art. 18 lid 2 jo. lid 3 t/m lid 13 Richtlijn energiebelastingen. Overweging 10 considerans Structuurrichtlijn tabaksproducten.
Overweging 28 considerans Richtlijn energiebelastingen.
Zie bijvoorbeeld: HvJ EG 14 december 1962, nrs. 2/62 en 3/62, EC vs. Luxemburg en België (invoervergunningen voor ontbijtkoek), Jur. 1962, p. 853. GvEA EG 14 september 1995, nr. T-571/93, Lefebvre e.a. vs. EC, Jur. 1995, p. II-2379, r.o. 48. GvEA EG 27 september 2000, nr. T-184/97, BP Chemicals Ltd. vs. EC, Jur. 2000, p. II-03145, r.o. 61-62.
Art. 29 lid 2 Structuurrichtlijn alcoholhoudende dranken. Art. 8 en art. 10 Tariefrichtlijn alcoholhoudende dranken. Art. 25 lid 1 Richtlijn energiebelastingen. Indien en voor zover door de lidstaten toegepaste energieaccijnstarieven zijn uitgedrukt in andere meeteenheden dan die welke in de Richtlijn energiebelastingen voor de energieproducten afzonderlijk zijn omschreven (art. 7 t/m art. 10 Richtlijn energiebelastingen), delen de lidstaten de EC ook de overeenkomstige tarieven na omrekening in deze eenheden mee. Art. 25 lid 2 Richtlijn energiebelastingen. Art. 18 Structuurrichtlijn tabaksproducten. Art. 4 Tariefrichtlijn tabaksproducten. Art. 4 en art. 5 Tariefrichtlijn sigaretten.
Op basis van art. 88 lid 3 EG-verdrag.
Art. 26 lid 2 Richtlijn energiebelastingen.
Richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften, (PbEg 1983, L 109/8-12). Art. 26 lid 3 Richtlijn energiebelastingen.
Zie bijvoorbeeld: Overweging 8 considerans Richtlijn energiebelastingen. Overweging 31 considerans Richtlijn energiebelastingen.
Art. 19 lid 3 Richtlijn energiebelastingen.
De lidstaten mogen de in het accijnsregime bepaalde vrijstellingen en tariefdifferentiaties toepassen, mits die de goede werking van de interne markt niet schaden en niet tot concurrentieverstoringen leiden.1 Om toe te groeien naar nieuwe minimumtarieven of andere overeengekomen structuren of wanneer het om economische redenen gewenst is in tijdelijke afwijkingen te voorzien, biedt het accijnsregime bepaalde lidstaten gewenningsperioden en overgangsregelingen, meer bepaald om zich soepel te kunnen aanpassen aan de nieuwe communautaire verhoudingen en om negatieve neveneffecten, zoals aantastingen van prijsstabiliteiten te vermijden. Vrijstellingen worden alleen toegepast onder de voorwaarden, dat de mededinging niet significant mag worden verstoord, geen afbreuk wordt gedaan aan de goede werking van de interne markt en dat een juiste en eenvoudige toepassing kan worden gewaarborgd en fraude, ontwijking of misbruik wordt voorkomen.2 Met name voor energieproducten en elektriciteit geldt, dat bij gebreke van sterkere accijnsharmonisatie op gemeenschapsniveau, wegens een dreigende verslechtering van de internationale concurrentiepositie of op grond van sociale of milieuoverwegingen, het voortbestaan van bepaalde differentiaties een noodzaak kunnen blijken.3
Naar vaste rechtspraak van het HvJ EG behoren vrijstellingen en andere differentiaties strikt en restrictief te worden uitgelegd en toegepast. Vrijstellingen en tariefsdifferentiaties vormen immers afwijkingen van de algemene regels die borg staan voor de fundamentele communautaire beginselen van de goede werking van de interne markt.4
De lidstaten zijn gehouden jaarlijks naar de toestand op 1 januari en na elke wijziging van hun nationale wetgeving, de EC in kennis stellen van hun accijnstarieven. De lidstaten stellen de EC ook in kennis van de vrijstellingen, tariefsdifferentiaties, belastingverminderingen en teruggaafregelingen die zij op basis van de uitvoeringsrichtlijnen hebben ingesteld.5 Omdat dergelijke maatregelen staatssteun kunnen vormen, moeten deze in dat geval ook uit dien hoofde bij de EC worden aangemeld.6 Het verstrekken van informatie aan de EC op basis van de uitvoeringsrichtlijnen ontslaat de lidstaten niet van de meldplicht uit hoofde van het staatssteunregime7, noch van de meldplicht van de notificatierichtlijn.8 Op gezette tijden bestudeert de Raad aan de hand van verslagen van de EC de vrijstellingen, verlaagde tarieven en minimumaccijnsniveaus en schenkt daarbij aandacht aan mogelijke verstoringen van de mededinging, de goede werking van de interne markt, de reële waarde van de minimumaccijnsniveaus, concurrentieposities van het Europese bedrijfsleven in internationaal verband en de bredere doelstellingen van het EG-verdrag.9 Indien de EC van oordeel is dat vrijstellingen of verlagingen niet langer aanvaardbaar zijn, met name uit het oogpunt van eerlijke mededinging, verstoring van de goede werking van de interne markt, of het communautaire gezondheids-, milieu-, energie- en vervoersbeleid, dient zij bij de Raad passende voorstellen in, waarover hij vervolgens een besluit neemt.10