Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/5.2.7
5.2.7 Reikwijdte fiscaal discriminatieverbod
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS304066:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 29 april 1982, nr. 17/81, Pabst & Richarz KG vs. Hauptzollamt Oldenburg, Jur. 1982, p. 1331, r.o. 19.
HvJ EG 29 juni 1978, nr. 142/77, Statens Kontrol med Edle Metaller Flemming Kjerulff vs. Preben Larsen Statens Kontrol med Edle Metaller, Jur. 1978, p. 1543, r.o. 27.
HvJ EG 7 april 1987, nr. 196/85, EC vs. Frankrijk (belastingregeling voor natuurlijke zoete wijnen en likeurwijnen), Jur. 1987, p. 1597, r.o. 10 laatste volzin.
HvJ EG 10 december 1968, nr. 7/68, EC vs. Italië (voorwerpen van artistiek, historisch, archeologisch of ethnografisch belang), Jur. 1968, p. 0617, r.o. 2.
HvJ EG 7 mei 1987, nr. 193/85, Cooperativa Co-Frutta Srl vs. Amministrazione delle Finanze dello Stato, Jur. 1987, p. 2085, r.o. 26 en 28.
HvJ EG 21 september 1988, nr. 267/86, Pascal van Eycke vs. ASPA NV, Jur. 1988, p. 4769, beantwoording derde vraag, zevende en achtste volzin.
Art. 49 t/m art. 55 EG. HvJ EG 3 februari 1982, nrs. 62/81 en 63/81, De Naamloze Vennootschap naar Frans recht Seco en de Naamloze Vennootschap naar Frans recht Desquenne & Giral vs. Etablissement d'Assurance Contre La Vieillesse et l'Invalidité, Jur. 1982, p. 0223.
Art. 51 lid 2 EG.
Panel Report 20 mei 1994, United States – Restrictions affecting direct and indirect imports of tuna and tuna products (Tuna III), DS29/R, par. 5.8, zesde volzin.
Panel Report 20 mei 1994, United States – Restrictions affecting direct and indirect imports of tuna and tuna products (Tuna III), par. 5.8, slotzin.
Panel Report 20 mei 1994, United States – Restrictions affecting direct and indirect imports of tuna and tuna products (Tuna III), par. 5.9.
Art. 90-91 EG.
HvJ EG 29 april 1982, nr. 17/81, Pabst & Richarz KG vs. Hauptzollamt Oldenburg, Jur. 1982, p. 1331, r.o. 19.
Art. 90-91 EG. Naar vaste rechtspraak van het HvJ EG vormen de eerste en tweede alinea van art. 90 EG in het stelsel van het EG-verdrag een aanvulling op de bepalingen van het EG-verdrag betreffende de afschaffing van douanerechten en heffingen van gelijke werking (HGW). HvJ EG 7 mei 1987, nr. 193/85, Cooperativa Co-Frutta Srl vs. Amministrazione delle Finanze dello Stato, Jur. 1987, p. 2085, r.o. 25. HvJ EG 17 juni 1998, nr. C-68/96, Grundig Italiana SpA vs. Ministero delle Finanze, Jur. 1998, p. I-3775, r.o. 11.
Zie onder meer: HvJ EG 26 juni 1991, nr. C-152/89, EC vs. Luxemburg, Jur. 1991, p. I-3141, r.o. 21. HvJ EG 17 juni 1998, nr. C-68/96, Grundig Italiana SpA vs. Ministero delle Finanze, Jur. 1998, p. I-3775, r.o. 12. HvJ EG 3 februari 2000, nr. C-228/98, Charalampos Dounias vs. Ypourgio Oikonomikon, Jur. 2000, p. I-00577, r.o. 41. HvJ EG 15 maart 2001, nr. C-265/99, EC vs. Frankrijk, Jur. 2001, p. I-2305, r.o. 40.
HvJ EG 27 mei 1981, nrs. 142/80 en 143/80, Amministrazione delle Finanze dello Stato vs. Essevi SpA Carlo Salengo (belastingregeling voor gedistilleerd), Jur. 1981, p. 1413, r.o. 22
Panel Report 23 oktober 1958, Italian Discrimination Against Imported Agricultural Machinery, 7S/60, 64, par. 12.
Panel Report 7 november 1989, United States – Section 337 of the Tariff Act of 1930, BISD 36S/345, 386-387, par. 5.11.
Panel Report 17 juni 1987, United States – Taxes on petroleum and certain imported substances (Superfund Act), BISD 34S/136, par. 5.1.9
Panel Report 7 november 1989, United States – Section 337 of the Tariff Act of 1930, BISD 36S/345, 386-387, par. 5.14
Notes and Supplementary Provisions, Ad Article III GATT.
Report of the Panel on United States – Measures affecting alcoholic and malt beverages, adopted on June 19, 1992, BISD 39S/206.
Het fiscaal discriminatieverbod is een ruim begrip. Eronder vallen volgens het HvJ EG in het Pabst-arrest (1982): ‘alle fiscale regelingen die inbreuk kunnen maken op de gelijkheid van behandeling van nationale en ingevoerde produkten’1 en ‘elke fiscale discriminatie van produkten die naar andere Lid-Staten worden uitgevoerd’.2 Volgens het HvJ EG in het Franse zoete wijnen en likeurwijnen-arrest (1987) kan de Franse belastingregeling voor natuurlijke zoete wijnen en likeurwijnen die zonder onderscheid geldt voor binnenlandse en voor van elders afkomstige wijnen niet worden geacht in strijd te zijn met het gemeenschapsrecht om de enkele reden, dat zij op discriminerende wijze kan worden toegepast, zolang niet is aangetoond dat dat ook metterdaad gebeurt.3
De werkingssfeer van het fiscaal discriminatieverbod wordt bepaald door de identieke begrippen goed of product, dat wil zeggen alle voorwerpen die in het kader van handelstransacties over een grens worden vervoerd, ongeacht de aard van die transacties.
Het EG-verdrag definieert deze begrippen niet. Het HvJ EG verstaat onder goederen en producten: ‘de waren die op geld waardeerbaar zijn en als zodanig het voorwerp van handelstransacties kunnen vormen’.4 Een voorwaarde is, dat die goederen zich in het vrije verkeer van de Gemeenschap bevinden, daaronder begrepen goederen herkomstig uit derde landen.5 Goederen en producten zijn in dit verband tastbare voorwerpen. Verzekeringen en andere financiële ‘producten’ zijn niet tastbaar en zijn daarom diensten en vallen als zodanig onder het dienstenregime van het EG-verdrag.
Ook documenten die een bepaalde waarde vertegenwoordigen, zoals waardepapieren, geld en vergunningen zijn geen goederen. Diensten zijn volgens het HvJ EG in het ASPA-arrest (1988) geen producten in de zin van het fiscaal discriminatieverbod.6
Belastingen en andere heffingen die het intracommunautaire dienstenverkeer kunnen beperken, moeten volgens het Seco en Desquenne-arrest (1982) worden getoetst aan het dienstenregime van het EG-verdrag.7 Voor kapitaalmarkt- en financiële diensten gelden de bijzondere regels voor de liberalisatie van het kapitaalverkeer.8
Artikel III GATT 1947 heeft alleen betrekking op goederen en op bestanddelen van goederen die fysiek bestanddeel zijn blijven uitmaken van eindproducten. Artikel III is niet van toepassing op diensten, niet op producenten of hun winsten, niet op de omzet of de omvang van een onderneming en niet op productieprocessen: ‘In particular, Article III:1, which sets out the principle underlying Article III, refers to treatment resulting from measures applied to products. (...) The Panel found therefore that the Note ad Article III could only permit the enforcement, at the time or point of importation, of those laws, regulations and requirements that affected or were applied to the imported and domestic products considered as products’.9 Te ver verwijderde verbanden met de goederen als zodanig zouden afdwingbaarheid van het nondiscriminatiebeginsel van artikel III en derhalve de handhaafbaarheid van de doelstellingen van de WTO ernstig in gevaar kunnen brengen: ‘The Note [bij artikel III GATT 1947] could therefore not apply to the enforcement at the time or point of importation of laws, regulations or requirements that related to policies or practices that could not affect the product as such, and that accorded less favourable treatment to like products not produced in conformity with the domestic policies of the importing country’.10 Wanneer dus een maatregel de toegang van goederen afhankelijk stelt van de wijze waarop die goederen zijn geproduceerd of van het in en uitvoerbeleid van landen via welke die goederen worden geïmporteerd, zijn niet meer de goederen als zodanig in het geding. Er moet dan worden teruggevallen op verdragsbepalingen die de kwantitatieve invoer- en uitvoerbeperkingen en maatregelen van gelijke werking regelen: ‘(...) and that none of these practises, policies and methods could have any impact on the inherent character of tuna as a product’.11
Een belasting die deel uitmaakt van een algemeen stelsel van binnenlandse belastingen waardoor van elders afkomstige goederen volgens dezelfde criteria stelselmatig worden getroffen als soortgelijke in het binnenland voortgebrachte goederen, valt onder het bereik van het fiscaal discriminatieverbod.12 Het fiscaal discriminatieverbod bereikt volgens het Pabst-arrest (1982) alle fiscale regelingen die inbreuk kunnen maken op de gelijkheid van behandeling van binnenlandse goederen en van goederen van elders afkomstig13 en waarborgt onder normale mededingingsvoorwaarden de neutraliteit tussen deze goederen doordat het alle nationale fiscale wetgeving van discriminerende of protectionistische aard ten aanzien van ‘produkten van de overige Lid-Staten’ verbiedt.14 Een belastingstelsel is volgens het HvJ EG in de Luxemburgse en Belgische warm wort-arresten (1991) slechts verenigbaar met het fiscaal discriminatieverbod wanneer het zodanig is ingericht, dat het in alle gevallen is uitgesloten, dat vanuit andere lidstaten afkomstige goederen zwaarder worden belast dan binnenlandse goederen.15
In het Essevi en Salengo-arrest (1981) geeft het HvJ EG een oordeel over de diritto erariale, de Italiaanse accijnswetgeving voor gedistilleerd. De diritto erariale bevatte een verlaagd accijnstarief voor gedistilleerde dranken, aan de vereisten waarvan gedistilleerde dranken van buiten Italië nimmer konden voldoen. Van het belastingvoordeel kon alleen worden geprofiteerd als tijdens de productie in Italië door de Italiaanse overheid kon worden gecontroleerd. Dergelijke belastingmaatregelen kenmerken zich overduidelijk door de bedoeling te discrimineren en door de duidelijke discriminerende werking.16
Artikel III GATT 1947 heeft betrekking op: ‘any laws or regulations which might adversely modify the conditions of competition between the domestic and imported products’17, met als doel de ‘effective equality of opportunities for imported products’.18 Het toepassingsgebied van artikel III GATT 1947 is naar vaste WTO-rechtspraak ruim: ‘A demonstration that a measure inconsistent with Article III:2, first sentence, has no or insignificant effects would therefore not be a sufficient demonstration that the benefits accruing under that provision had not been nullified or impaired even if such a rebuttal were in principle permitted’.19 In een andere paneluitspraak luidt het dat ‘the ‘no less favourable’ treatment requirement of Article III:4 has to understood as applicable to each individual case of imported products’.20 Het toepassingsgebied van artikel III GATT 1947 is ook volgens de ‘Notes and Supplementary Provisions, Ad Article III GATT’ breed: ‘(...) any law, regulation or requirement (...) which applies to an imported product and to the like domestic product and is (...) enforced in the case of the imported product at the time or point of importation, is nevertheless to be regarded as (...) a law, regulation or requirement (...) subject to the provisions of Article III’.21
De reikwijdte van artikel III GATT 1947 is niet los te zien van de doelstelling van artikel II GATT 1947: ‘(...) but also in the light of the purpose of Article II, which is to ensure, that internal taxes and regulations “not be applied to imported or domestic products so as to afford to domestic production” ‘.22
Geen enkele bepaling in de GATT 1947 of het EG-verdrag, noch een algemeen beginsel van WTO-recht of Europees recht staat er overigens aan in de weg, dat binnenlands voortgebrachte goederen ongunstiger worden behandeld dan uit andere gebieden van WTO-lidstaten of EU-lidstaten binnengebrachte goederen (omgekeerde discriminatie).