Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/5.2.16
5.2.16 De minimis
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS301746:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 16 februari 1977, nr. 20/76, Schöttle & Söhne OHG vs. Finanzamt Freudenstadt, Jur. 1977, p. 247.
Report of the Panel on United States – Taxes on petroleum and certain imported substances (Superfund Act), adopted on 17 June 1987, par. 5.1.9.
HvJ EG 25 november 1981, nr. 4/81, Hauptzollamt Flensburg vs. Hermann C. Andresen GmbH & Co., KG, r.o. 20 en dictum.
HvJ EG 29 april 1982, nr. 17/81, Pabst & Richarz KG vs. Hauptzollamt Oldenburg, Jur. 1982, p. 1331, r.o. 20-22.
HvJ EG 25 november 1981, nr. 4/81, Hauptzollamt Flensburg vs. Hermann C. Andresen GmbH & Co., KG, r.o. 20. HvJ EG 29 april 1982, nr. 17/81, Pabst & Richarz KG vs. Hauptzollamt Oldenburg, Jur. 1981, p. 1331, r.o. 20.
HvJ EG 13 juli 1989, nrs. 93/88 en 94/88, Wisselink & Co BV en Abemij BV en Hart Nibbrig en Greeve BV en anderen vs staatssecretaris, r.o. 10.
HvJ EG 29 juni 1978, nr. 142/77, Statens Kontrol med Edle Metaller Flemming Kjerulff vs. Preben Larsen Statens Kontrol med Edle Metaller, Jur. 1978, p. 1543, dictum r.o. 2.
Art. 90-91 EG.
HvJ EG 21 september 1988, nr. 267/86, Pascal van Eycke vs. ASPA NV, Jur. 1988, p. 4769, beantwoording derde vraag, zesde volzin.
Het fiscaal discriminatieverbod kent geen criterium de minimis. Bijgevolg is ontsnappen eraan onmogelijk. Ook al is de door een binnenlandse belasting veroorzaakte belemmering gering en kan zij toevallig slechts door afschaffing van de belasting worden vermeden, toch is dit onvoldoende reden om het fiscaal discriminatieverbod buiten toepassing te laten, aldus het HvJ EG.1 Hetzelfde geldt in WTO-verband: ‘A demonstration that a measure inconsistent with Article III:2, first sentence, has no or insignificant effects would therefore not be a sufficient demonstration that the benefits accruing under that provision had not been nullified or impaired even if such a rebuttal were in principle permitted’.2
Het bestanddeel van de prijs van een goed dat als een belasting wordt geheven is relevant voor het fiscaal discriminatieverbod. Alle andere bestanddelen van de prijs zijn dat niet.3 Er is dus sprake van ongelijke behandeling wanneer op bepaalde goederen een last wordt gelegd, welke voor goederen afkomstig uit andere lidstaten als een fiscale last wordt gepresenteerd en op het binnenlandse goed als een nietfiscale.4 Vooral in kunstmatig met al dan niet zijdelingse overheidsinvloed vastgestelde verkoopprijzen kan een eventuele discriminerende fiscale component aanwezig zijn. Ingeval van een staatsmonopolie dat in sommige lidstaten nog hier en daar bestaan, geldt, dat de door het monopolie vastgestelde verkoopprijs van gedistilleerd alleen dat gedeelte van die prijs als belasting in de zin van het fiscaal discriminatieverbod kan worden aangemerkt, dat volgens het HvJ EG in het Andresen-arrest en het Pabst-arrest (1982) ‘het monopolie op grond van een wettelijke regeling als naar hoogte bepaalde belasting op gedistilleerd aan de schatkist moet afdragen, terwijl alle andere bij de berekening van de monopolieprijs betrokken elementen of lasten van economische of andere aard buiten beschouwing blijven’.5 Evenmin hebben volgens het HvJ EG in het Wisselink-Abemij-arrest (1989) over de Nederlandse BVB de ratio van een binnenlandse belasting noch de benaming invloed op de kwalificatie van de belastingregeling: ‘Immers, de verenigbaarheid van een nationale belasting met het gemeenschapsrecht is niet afhankelijk van haar benaming, noch van de nationale wetgevingsprocedure via welke zij in het nationale recht is ingevoerd, doch van haar objectieve kenmerken’.6 Uitsluitend de materiële werking van een belastingregeling is volgens het HvJ EG in het Flemming Kjerulff-arrest (1978) voor het gemeenschapsrecht van belang. Iedere ongelijke behandeling naar herkomst of bestemming is verboden.7 Blijkens de verdragstekst van het fiscaal discriminatieverbod8 dat ‘producten van de overige lidstaten’ als object heeft, is het fiscaal discriminatieverbodsregime volgens het HvJ EG in het ASPA-arrest (1988) alleen toepasselijk in intracommunautaire verhoudingen.9