Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/5.2.9
5.2.9 Economisch of sociaal beleidsoogmerk
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS299311:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 26 februari 1991, nr. C-180/89, EC vs. Italië (Toeristengids II), r.o. 20.
HvJ EG 18 januari 1979, nrs. 110/78 en 111/78, Ministère Public Chambre Syndicale des Agents Artistiques et Impresarii de Belgique, A.S.B.L. vs. Willy van Wesemael en anderen, Jur. 1979, p. 35, r.o. 28.
HvJ EG 27 maart 1980, nr. 61/79, Amministrazione delle Finanze dello Stato vs.Denkavit Italiana Srl, Jur. 1980, p. 1205, r.o. 15.
HvJ EG 17 december 1981, nr. 279/80, Strafzaak tegen Alfred John Webb, Jur. 1981, p. 3305, r.o. 19. HvJ EG 3 februari 1982, nrs. 62/81 en 63/81, De Naamloze Vennootschap naar Frans recht Seco en de Naamloze Vennootschap naar Frans recht Desquenne & Giral vs. Etablissement d'Assurance Contre La Vieillesse et l'Invalidité, Jur. 1982, p. 0223, r.o. 14. HvJ EG 27 maart 1990, nr. C-113/89, Société Rush Portuguesa LDA vs. Office National d'Immigration, Jur. 1990, p. I-1417, r.o. 18.
HvJ EG 17 september 1987, nr. 433/85, Jacques Feldain vs. Directeur Général des Impôts, Colmar (differentiële belasting op voertuigen), Jur. 1987, p. 3521.
HvJ EG 14 januari 1981, nr. 140/79, Chemial Farmaceutici vs. DAF SpA, Jur. 1981, p. 1. HvJ EG 14 januari 1981, nr. 46/80, SpA Vinal vs. SpA Orbat (belastingregeling gedenatureerde alcohol), Jur. 1980, p. 77.
HvJ EG 22 juni 1982, nr. 220/81, Strafzaak tegen Timothy Frederick Robertson en anderen (maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen), r.o. 9. HvJ EG 4 december 1986, nr. 220/83, EC vs. Frankrijk (vrij verrichten van diensten – coassurantie), Jur. 1986, p. 3663, r.o. 20. HvJ EG 4 december 1986, nr. 252/83, EC vs. Denemarken (recht van vestiging en vrij verrichten van diensten – coassurantie), Jur. 1986, p. 3713, r.o. 20. HvJ EG 4 december 1986, nr. 205/84, EC vs. Duitsland (vrij verrichten van diensten – verzekeringen), Jur. 1986, p. 3755, r.o. 30. HvJ EG 4 december 1986, nr. 206/84, EC vs. Ierland, Jur. 1986, p. 3817, r.o. 20. HvJ EG 26 februari 1991, nr. C-180/89, EC vs. Italië (Toeristengids II), r.o. 20. HvJ EG 26 februari 1991, nr. C-198/89, EC vs. Griekenland (Toeristengids III, Jur. 1991, p. I-00727, r.o. 21. HvJ EG 15 september 1994, nr. 293/93, Strafzaak tegen Ludomira Neeltje Barbara Houtwipper (vrij verkeer van goederen – edele metalen), Jur. 1994, p. I-4249, r.o. 14.
HvJ EG 25 juli 1991, nr. 288/89, Stichting Collectieve Antennevoorziening Gouda e.a. vs. Commissariaat voor de Media, Jur. 1991, p. I-4007, NJ 1992/523.
HvJ EG 1 april 1982, nrs. 141/81, 142/81 en 143/81, Officier van Justitie vs. Gerrit Holdijk, Lubbartus Mulder, Veevoederbedrijf Alpuro BV.
Onder meer: HvJ EG 8 januari 1980, nr. 21/79, EC vs. Italië (geregenereerde afgewerkte olie), Jur. 1980, p. 1. Het regenereren, dat wil zeggen herbruikbaar maken van de olie geschiedde om economische én ecologische redenen. HvJ EG 7 februari 1985, nr. 240/83, Procureur de la République vs. Association de Défense des Brûleurs d'Huiles Usagées (ADBHU). HvJ EG 20 september 1988, nr. 302/86, EC vs. Denemarken (Deense flessen), Jur. 1988, p. 4607. HvJ EG 19 mei 1992, nr. 195/90, EC vs. Duitsland, Jur. 1990, p. I-2715. HvJ EG 9 juli 1992, nr. C-2/90, EC vs. België (Waalse afvalstoffen). HvJ EG 17 mei 1994, nr. C-41/93, Frankrijk vs. EC, Jur. 1994, p. I-1829.
HvJ EG 22 juni 1982, nr. 220/81, Strafzaak tegen Timothy Frederick Robertson en anderen (maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen), r.o. 9. HvJ EG 20 februari 1979, nr. 120/78, Rewe Zentral AG vs. Bundesmonopolverwaltung für Branntwein (Cassis de Dijon), Jur. 1979, p. 649. HvJ EG 13 maart 1984, nr. 16/83, Landgericht München II vs. K. Prantl, r.o. 25-28. HvJ EG 15 september 1994, nr. 293/93, Strafzaak tegen Ludomira Neeltje Barbara Houtwipper (vrij verkeer van goederen – edele metalen), Jur. 1994, p. I-4249, r.o. 14.
HvJ EG 26 februari 1991, nr. C-154/89, EC vs. Frankrijk (Toeristengids I), Jur. 1991, p. I-00659, r.o. 17. HvJ EG 26 februari 1991, nr. C-198/89, EC vs. Griekenland (Toeristengids III, Jur. 1991, p. I-00727, r.o. 21.
HvJ EG 3 maart 1988, nr. 252/86, Gabriel Bergandi vs. Directeur Général des Impôts (Direction des Services Fiscaux de La Manche) (ontmoediging gebruik speelautomaten), Jur. 1988, p. 1343.
HvJ EG 10 juli 1984, nr. 72/83, Campus Oil e.a. vs. Minister van Industrie en Energie e.a., Jur. 1984, p. 2727, r.o. 7-8.
HvJ EG 8 januari 1980, nr. 21/79, EC vs. Italië (geregenereerde afgewerkte olie), Jur. 1980, p. 1.
HvJ EG 7 april 1987, nr. 196/85, EC vs. Frankrijk (belastingregeling voor natuurlijke zoete wijnen en likeurwijnen), Jur. 1987, p. 1597. HvJ EG 3 juli 1985, nr. 277/83, EC vs. Italië (verlaging van de belasting op bij de productie van Marsala gebruikte alcohol).
HvJ EG 25 juli 1991, nrs. C-1/90 en C-176/90, Aragonesa de Publicidad Exterior SA en Publivia SAE vs. Departamento de Sanidad y Seguridad Social de la Generalitat de Cataluna. HvJ EG 7 oktober 1989, nr. 125/88, Strafzaak tegen H.F.M. Nijman.
HvJ EG 5 februari 1981, nr. 53/80, Strafzaak tegen Koninklijke Kaasfabriek Eyssen BV (vrij verkeer van goederen – verbod van toevoegingsmiddelen), r.o. 14.
HvJ EG 7 april 1987, nr. 196/85, EC vs. Frankrijk (belastingregeling voor natuurlijke zoete wijnen en likeurwijnen), Jur. 1987, p. 1597.
HvJ EG 27 mei 1981, nrs. 142/80 en 143/80, Amministrazione delle Finanze dello Stato vs. Essevi SpA Carlo Salengo (belastingregeling voor gedistilleerd), Jur. 1981, p. 1413, r.o. 21. Zie ook HvJ EG 14 januari 1981, nr. 140/79, Chemial Farmaceutici vs. DAF SpA, Jur. 1981, p. 1. HvJ EG 14 januari 1981, nr. 46/80, SpA Vinal vs. SpA Orbat (belastingregeling gedenatureerde alcohol), Jur. 1980, p. 77. HvJ EG 15 maart 1983, nr. 319/81, EC vs. Italië (belasting op gedistilleerde dranken), Jur. 1983, p. 601.
HvJ EG 15 maart 1983, nr. 319/81, EC vs. Italië (belasting op gedistilleerde dranken), Jur. 1983, p. 601, r.o. 14 tweede volzin.
Een economisch of sociaal beleidsoogmerk, ofwel een dwingende reden van algemeen belang, kan zoal gelegen zijn in behoud van het nationale historisch en artistiek bezit1, beroepsethiek ter bescherming van degenen te wier behoeve diensten worden verricht 2, bescherming van de intellectuele eigendom3, bescherming van werknemers4, bevordering van de ontwikkeling van motoren met minder brandstofverbruik5, het bevorderen van distillatie van landbouwproducten6, consumentenbescherming7, cultuurbeleid8, dierenwelzijn9, duurzame ontwikkeling, waaronder milieubescherming 10, eerlijkheid van handelstransacties11, historische en artistieke rijkdommen en de ruimst mogelijke verspreiding van de kennis van de kunst en cultuur van een land12, het ontmoedigen van het gebruik van bepaalde speelapparatuur13, openbare veiligheid14, het regenereren van olie15, de strijd tegen de onderontwikkeling van bepaalde gebieden16, het uitbaten van archeologische, volksgezondheid17, voedingsgewoonten op de binnenlandse markt18 en waarborging van het voortbestaan van de productie van kwaliteitsgoederen die voor bepaalde gebieden in de Gemeenschap van bijzonder economisch belang zijn.19
Belastingdifferentiaties zijn uitsluitend verdragsconform ‘wanneer zij gericht zijn op de verwezenlijking van economische beleidsoogmerken die zelf ook met de in het Verdrag en in het afgeleide recht gestelde eisen verenigbaar zijn, en wanneer in de uitvoeringsbepalingen alle mogelijke rechtstreekse of indirecte discriminatie jegens importen uit de andere Lid-Staten en/of iedere vorm van bescherming van concurrerende nationale produkten wordt vermeden’.20 De beleidsvrijheid van een lidstaat op fiscaal gebied kan ‘geen afwijkingen rechtvaardigen van het in artikel 95 [artikel 90 EG] neergelegde fundamentele verbod van fiscale discriminatie: zij dient binnen de grenzen te blijven die deze bepaling stelt, en de daarin neergelegde verboden te respecteren’.21 Belastingdifferentiaties mogen met andere woorden handelsbelemmeringen teweeg brengen, maar die handelsbelemmeringen moeten dan zonder onderscheid zowel door buitenlandse als door binnenlandse goederen worden ondergaan en gerechtvaardigd worden door een economisch of sociaal beleidsoogmerk.
Diverse keren heeft het HvJ EG zich over mogelijke beperkingen van het intracommunautaire handels- en goederenverkeer op grond van een economisch of sociaal beleidsoogmerk uitgesproken. Deze beperkingen zijn alleen geoorloofd en gerechtvaardigd wanneer zij worden gelegd in het kader van niet-discriminerende, dus zonder- onderscheid-maatregelen. Hierna volgen enkele voorbeelden uit de zojuist genoemde reeks rechtvaardigingsgronden.