Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.10.4
4.10.4 Vereisten kwalificatie staatssteun
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS301742:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
Als bedoeld in art. 87 lid 1 EG.
HvJ EG 21 maart 1990, nr. C-142/87, België vs. EC (Tubemeuse), Jur. 1990, p. I-959, r.o. 25. HvJ EG 14 september 1994, nr. C-278/92, 279/92 en C-280/92, Spanje vs. EC, Jur. 1994, p. I-4103, r.o. 20 HvJ EG 16 mei 2002, nr. C-482/99, Frankrijk vs. EC, Jur. 2002, p. I-4397, r.o. 68.
HvJ EG 24 juli 2003, nr. C-280/00, Altmark Trans GmbH en Regierungspräsidium Magdeburg vs. Nahverkehrsgesellschaft Altmark GmbH, in tegenwoordigheid van Oberbundesanwalt beim Bundesverwaltungsgericht, Jur. 2003, p. I-7747, r.o. 75. HvJ EG 3 maart 2005, nr. C-172/03, Wolfgang Heiser vs. Finanzamt Innsbruck (herziening voorbelasting), Jur. 2005, p. I-1627, r.o. 27.
HvJ EG 7 september 2006, nr. C-526/04, Laboratoires Boiron SA vs. Union de recouvrement des cotisations de sécurité sociale et d’allocations familiales (Urssaf) de Lyon, die in de rechten en verplichtingen is getreden van de Agence centrale des organismes de sécurité sociale (ACOSS) (heffing verschuldigd door farmaceutische laboratoria en niet door groothandelaars-distributeurs), www.curia.europa.eu/jurisp/cgi-bin/form.pl?lang=nl, r.o. 56.
Het begrip staatssteun bevat verschillende elementen. Naar vaste rechtspraak van het HvJ EG vereist de kwalificatie staatssteun, dat cumulatief aan alle (vier) voorwaarden 1 is voldaan.2 Zoals het HvJ EG in zijn Altmark-arrest (2003) uiteenzet, zijn deze vier voorwaarden: dat (1) het gaat om een financiële maatregel van de staat of met staatsmiddelen bekostigd, (2) de maatregel het vrije goederenverkeer ongunstig kan beïnvloeden, (3) de maatregel verschaft de begunstigde een voordeel, en dat (4) de maatregel specifiek of selectief is, dat wil zeggen dat zij de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalst of dreigt te vervalsen. Het vaststellen van de verenigbaarheid van steunmaatregelen met de gemeenschappelijke markt behoort tot de uitsluitende competentie van de EC, maar wordt desgevraagd getoetst door de gemeenschapsrechter.3 Het gemeenschapsrecht verzet zich niet tegen de toepassing van nationaalrechtelijke bepalingen die de teruggaaf van een verplichte bijdrage afhankelijk stellen van te leveren bewijs (1) dat het voordeel dat vermeende begunstigden behalen omdat zij niet aan die bijdrage zijn onderworpen, groter is dan de extra kosten die zij dragen om te voldoen aan andere publieke verplichtingen die hen bij die nationale bepalingen zijn opgelegd, en (2) – in het bijzonder – dat ten minste één van de Altmark-voorwaarden niet is vervuld.4