Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/4.10.14
4.10.14 Heffing en steunmaatregel beide vooraf melden
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS301743:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 25 juni 1970, nr. 47/69, Frankrijk vs. EC (steunmaatregelen Franse textielsector), Jur. 1970, p. 487, r.o. 13.
HvJ EG 25 juni 1970, nr. 47/69, Frankrijk vs. EC (steunmaatregelen Franse textielsector), Jur. 1970, p. 487, r.o. 16. HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 47.
Art. 23 en 25 EG.
HvJ EG 21 mei 1980, nr. 73/79, EC vs. Italië (surcharge on sugar Sovraprezzo), Jur. 1980, p. 1533, r.o. 11. HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 48.
HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 49. HvJ EG 13 januari 2005, nr. C-174/02, Streekgewest Westelijk Noord-Brabant (SWNB) vs staatssecretaris, Jur. 2005, p. I-87, r.o. 25-26. HvJ EG 13 januari 2005, nr. C-175/02, F.J. Pape vs. minister van LNV, Jur. 2005, p. I-127, r.o. 15.
HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 51.
Art. 88 lid 3 eerste volzin EG. HvJ EG 2 april 1998, nr. C-367/95 P, EC vs. Sytraval en Brink's France, Jur. 1998, p. I-1719, r.o. 35. HvJ EG 3 mei 2001, nr. C-204/97, Portugal vs. EC, Jur. 2001, p. I-03175, r.o. 29.
HvJ EG 23 april 2002, nr. C-234/99, Niels Nygård vs. Svineafgiftsfonden, in tegenwoordigheid van Ministeriet for Fødevarer, Landbrug og Fiskeri (nationale varkensbelasting), Jur. 2002 p. I-3657. HvJ EG 21 oktober 2003, nrs. C-261/01 en C-262/01, België vs. Eugene Van Calster en Felix Cleeren (C-261/01) en België vs. Openbaar Slachthuis NV (C-262/01), Jur. 2003, p. I-12249, r.o. 50.
HvJ EG 29 juni 1978, nr. 142/77, Statens Kontrol med Edle Metaller Flemming Kjerulff vs. Preben Larsen Statens Kontrol med Edle Metaller, Jur. 1978, p. 1543, r.o. 32-36. HvJ EG 10 maart 1981, nrs. 36/80 en 71/80, Irish Creamery Milk Suppliers’ Association e.a. vs. Ierland e.a. (36/80) en Martin Doyle e.a. vs. An Taoiseach e.a. (71/80) (binnenlandse belasting op landbouwproducten van binnenlandse oorsprong), Jur. 1981, p. 735, r.o. 23.
HvJ EG 23 april 2002, nr. C-234/99, Niels Nygård vs. Svineafgiftsfonden, in tegenwoordigheid van Ministeriet for Fødevarer, Landbrug og Fiskeri (nationale varkensbelasting), Jur. 2002 p. I-3657, r.o. 49.
HvJ EG 23 april 2002, nr. C-234/99, Niels Nygård vs. Svineafgiftsfonden, in tegenwoordigheid van Ministeriet for Fødevarer, Landbrug og Fiskeri (nationale varkensbelasting), Jur. 2002 p. I-3657, r.o. 51 en 65.
HvJ EG 16 december 1992, nr. C-17/91, Georges Lornoy en Zonen NV Jos Theys NV Van Lomel PVBA Staf Lornoy en Zonen NV vs. België, Jur. 1992, p. I-06523, r.o. 24. HvJ EG 23 april 2002, nr. C-234/99, Niels Nygård vs. Svineafgiftsfonden, in tegenwoordigheid van Ministeriet for Fødevarer, Landbrug og Fiskeri (Nationale heffing op varkens), Jur. 2002 p. I-3657, r.o. 51.
HvJ EG 23 april 2002, nr. C-234/99, Niels Nygård vs. Svineafgiftsfonden, in tegenwoordigheid van Ministeriet for Fødevarer, Landbrug og Fiskeri (Nationale heffing op varkens), Jur. 2002 p. I-3657, r.o. 52.
HvJ EG 16 december 1992, nr. C-17/91, Georges Lornoy en Zonen NV Jos Theys NV Van Lomel PVBA Staf Lornoy en Zonen NV vs. België, Jur. 1992, p. I-06523, dictum r.o. 4. Zie ook: HvJ EG 16 december 1992, nr. C-17/91, Georges Lornoy en Zonen NV Jos Theys NV Van Lomel PVBA Staf Lornoy en Zonen NV vs. België, Jur. 1992, p. I-06523. HvJ EG 16 december 1992, nr. C-114/91, Openbaar Ministerie (België) vs. Gérard Claeys, Jur. 1992, p. I-6559. HvJ EG 16 december 1992, nrs. C-144/91 en C-145/91, Gilbert Demoor en Zonen NV en anderen Westvlees NV vs. België, Jur. 1992, p. I-6613. HvJ EG 27 oktober 1993, nr. C-72/92, Herbert Scharbatke vs. Bundesamt für Ernährung und Forstwirtschaft, Jur. 1993, p. I-5509.
HvJ EG 9 oktober 1984, nrs. 91/83 en 127/83, Heineken Brouwerijen BV vs. Inspecteurs der Vennootschapsbelasting te Amsterdam en te Utrecht, Jur. 1984, p. 3435, r.o. 21.
Het HvJ EG beziet de combinatie van steunmaatregel en financieringswijze dus integraal.
Zelfs al voldoet de belastingregeling aan de andere vereisten van het EGverdrag, met name aan die van het fiscaal discriminatieverbod, dan betekent dat nog niet dat deze regeling getoetst aan het steunregime ook rechtmatig is.1 Het is mogelijk dat een steunmaatregel op zichzelf het handelsverkeer tussen lidstaten niet wezenlijk beïnvloedt en daarom kan worden toegelaten, maar dat zijn steeds verstorende werking wordt versterkt door de financieringswijze ervan, die de combinatie als geheel onverenigbaar maakt met de gemeenschappelijke markt.2 De EC kan, als een specifiek ter financiering van een steunmaatregel bestemde belasting in strijd blijkt te zijn met andere bepalingen van het EG-verdrag, bijvoorbeeld het verbodsregime voor heffingen van gelijke werking3 of met het regime van het fiscaal discriminatieverbod, met de steunregeling waarvan de heffing deel uitmaakt, onverenigbaar achten met de gemeenschappelijke markt.4 De wijze van financiering van een steunmaatregel kan het geheel van de ermee gefinancierde steunregeling onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt maken.
De EC moet bij haar onderzoek in ieder geval rekening houden met de financieringswijze wanneer die duidelijk en integraal deel van de steunmaatregel uitmaakt.5 In zo’n geval is ook de betrokken lidstaat gehouden de voorgenomen steunmaatregel tezamen met de financieringsregeling aan te melden om de EC in staat te stellen haar onderzoek van stond af aan op basis van de combinatie van steun én financiering te laten verrichten.6 Het EG-verdrag voorziet in een bijzondere procedure van voortdurend onderzoek van en toezicht op staatssteun door de EC. Met betrekking tot nieuwe steunmaatregelen van lidstaten is voorzien in een voorafgaande procedure, zonder welke geen steunmaatregel kan worden geacht op regelmatige wijze te zijn vastgesteld. De EC wordt van elk voornemen tot invoering of wijziging van steunmaatregelen op de hoogte gebracht voordat die maatregelen ten uitvoer worden gelegd.7
Wordt in zo’n geval toch alleen de steunmaatregel gemeld, dan bestaat de kans, dat EC op grond van niet volledige gegevens de steunmaatregel verenigbaar met de gemeenschappelijke markt acht en zij, als zij van de aard van de financieringsregeling op de hoogte zou zijn geweest, een andere beslissing zou hebben genomen, waarbij zij de combinatie onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt zou hebben verklaard, zoals in de zaak van de Deense varkensbelasting is gebeurd.8 Het Deense Svineafgiftsfonden (varkensheffingsfonds), een publiekrechtelijk orgaan, het heft een belasting die volgens dezelfde criteria wordt geheven op varkens die in een lidstaat zijn geproduceerd voor de slacht op de binnenlandse markt of voor de levende uitvoer naar andere lidstaten. Een deel van de opbrengsten worden aangewend ter verbetering van de ontwikkelingsmogelijkheden en het concurrentievermogen van de varkensvleessector.
Deze ondersteuning is door de EC goedgekeurd. Niels Nygård, een Deense varkensexporteur, weigert de belasting wegens de uitvoer van levende varkens naar Duitsland te voldoen, omdat hij in Duitsland al een productieheffing heeft betaald voor elk varken dat hij aan Duitse slachthuizen heeft geleverd. Het gemeenschapsrecht verbiedt een dergelijke dubbele belasting nog niet; opheffing ervan kan slechts het resultaat zijn van harmonisatie van de nationale belastingstelsels.9 De Deense varkensbelasting is een binnenlandse belasting en dus geen verboden heffing van gelijke werking als een uitvoerrecht. Wél kan de varkensbelasting als een verboden discriminerende binnenlandse belasting worden gekwalificeerd, indien en voor zover de voordelen die voortvloeien uit de bestemming van de opbrengst ervan gedeeltelijk de last compenseren die drukt op de productie van varkens voor de slacht in de betrokken lidstaat, en aldus de productie van varkens voor de levende uitvoer naar andere lidstaten wordt benadeeld.10 Ondanks dat sprake is van een reeds door de EC goedgekeurde steunmaatregel staat deze beoordeling aan nationale rechter.11 Bepalingen met rechtstreekse werking, zoals die van het verbod op heffingen van gelijke werking en het fiscaal discriminatieverbod, doen voor belanghebbenden rechten ontstaan die door de nationale rechter worden gehandhaafd.12 Een belasting die deel uitmaakt van een steunregeling wordt getoetst aan het verbod op heffingen van gelijke werking dan wel aan het fiscaal discriminatieverbod.13 Bij de beoordeling of sprake is van verboden staatssteun moet de EC alle daarmee gepaard gaande omstandigheden van feitelijke en juridische aard in aanmerking nemen en moet met name worden nagegaan of er geen wanverhouding bestaat tussen de verdeling van de lasten over de betrokken ondernemingen of producties enerzijds en de voordelen voortvloeiende uit toekenning van de hierbedoelde steun anderzijds. Een belastingregeling kan ‘naar gelang van het gebruik van de opbrengst ervan een met de gemeenschappelijke markt onverenigbare staatssteun opleveren wanneer aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 92 van het EEG-verdrag [artikel 87 EG] is voldaan, met dien verstande dat het aan de Commissie staat, dit volgens de daartoe in artikel 93 van het EEG-verdrag
[artikel 88 EG] bepaalde procedure te beoordelen’.14 Het steunregime maakt immers geen onderscheid naar de oorzaken of doeleinden van een maatregel, maar ziet op zijn uiteindelijke effect op mededingingsposities. Ten aanzien van eenmaal goedgekeurde belastingvrijstellingen is geen op zichzelf staande beoordeling meer nodig.15