Accijnzen
Einde inhoudsopgave
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/2.2.1:2.2.1 Rechtskarakter en rechtsgevolgen
Accijnzen (FM nr. 126) 2008/2.2.1
2.2.1 Rechtskarakter en rechtsgevolgen
Documentgegevens:
Mr. dr. W.M.G. Visser, datum 27-03-2008
- Datum
27-03-2008
- Auteur
Mr. dr. W.M.G. Visser
- JCDI
JCDI:ADS296816:1
- Vakgebied(en)
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Terra 1984, p. 25.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het rechtskarakter van een belasting wordt bepaald door de rechtsbeginselen die in de heffing ervan doorklinken en door de haar typerende eigenschappen, waaraan feitelijke en juridische gevolgen kunnen zijn verbonden. De benaming of techniek van een belasting bepaalt niet noodzakelijkerwijs het rechtskarakter, maar kan bij het duiden ervan wel een rol spelen.1 Zo is de aanduiding accijns voor een belasting niet alleen een kwestie van benaming, maar bepaald ook van rechtskarakter: een indirect geheven bijzondere verbruiksbelasting. Het kenmerk dat de belasting indirect geheven wordt wil zeggen, dat de heffing plaatsvindt met behulp van derden, die de belasting verschuldigd worden en aan de fiscus voldoen, en die geacht worden de dientengevolge opgeroepen lasten via de prijzen van de belaste goederen en diensten af te wentelen op de verbruiker ervan. Het kenmerk dat de belasting een bijzondere verbruiksbelasting is wil zeggen, dat de heffing plaatsvindt ter zake van het verbruik van specifiek aangewezen goederen en diensten.
De algemeen aanvaarde gevolgen van het verbruikskarakter van de accijnzen zijn de toepassing van het bestemmingslandbeginsel en het feit dat de accijnsdruk wordt verondersteld via de prijzen te worden afgewenteld op de uiteindelijke verbruiker en daarom de belasting niet geheven wordt als een directe productiebelasting. Een productiebelasting heeft een volledig ander rechtskarakter dan een verbruiksbelasting.
Een productiebelasting wordt op basis van het profijtbeginsel van producenten geheven als bijdrage in de kosten welke een overheid in het bijzonder voor het bedrijfsleven maakt. Bij een productiebelasting staat het bedrijf op de voorgrond, niet de aard van de vervaardigde goederen en diensten, zoals bij de accijnzen.