Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/2.1.3:2.1.3 Fiscale beslissingen op aanvraag
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/2.1.3
2.1.3 Fiscale beslissingen op aanvraag
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362946:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 1a, derde lid, artikel 5a, vijfde lid en artikel 30 van de Wet OB 1968, artikel 71, eerste lid, van de WA en de artikelen 39 en 42 van de WA.
Barkhuysen e.a. 2018, onder 5.2.4.2.
Artikel 1:3, tweede lid, van de Awb.
Klap en Groenewegen 2019, p. 45.
Artikel 4:13 van de Awb.
ABRvS 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:860.
Artikel 3:4, eerste lid, van de Awb.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de twee heffingsmethoden is voor dit onderzoek ook nog van belang dat het belastingrecht ook beslissingen kent, die de belastingdienst op aanvraag neemt. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld beslissingen op aanvragen van een aanwijzing als algemeen nut beogende instelling (ANBI) of beslissingen op aanvragen belasting per tijdvak te mogen voldoen.1 Daarnaast kent bijvoorbeeld de Wet OB 1968 een aantal beslissingen die de belastingdienst op verzoek neemt, zoals beslissingen op een teruggaafverzoek en kent de Wet op de Accijns teruggaafverzoeken en bijvoorbeeld de mogelijkheid een vergunning te verzoeken voor een accijnsgoederenplaats.2 Dergelijke verzoeken zijn aanvragen als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb.
Onder een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb wordt verstaan een verzoek van een belanghebbende aan een bestuursorgaan om een besluit te nemen. De inspecteur moet op de hiervoor genoemde verzoeken beslissen bij voor bezwaar vatbare beschikking.3 Een afwijzende beslissing op een dergelijke aanvraag is echter geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, omdat bij een afwijzing niet wordt voldaan aan het vereiste dat sprake moet zijn van een rechtshandeling. Het niet geven waar een belanghebbende om vraagt, heeft immers geen rechtsgevolg.4 Een afwijzing van een aanvraag wordt daarom met een beschikking gelijkgesteld, zodat een belastingplichtige wel bezwaar kan maken en beroep kan instellen tegen de afwijzing.5 Op de aanvragen zijn de bepalingen van de Awb voor beschikkingen op aanvraag van toepassing.6 Het bestuursorgaan moet binnen een redelijke termijn op de aanvraag beslissen.7 Het verzoek moet wel door de belanghebbende worden gedaan.8 Een bestuursorgaan moet de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afwegen en de belanghebbende onder bepaalde voorwaarden horen.9