De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.6.13:6.8.6.13 Mogelijkheden voor een beroep op de bescherming van het recht op eigendom
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.6.13
6.8.6.13 Mogelijkheden voor een beroep op de bescherming van het recht op eigendom
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400776:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.11.
Zie bijvoorbeeld ABRvS 14 juli 2010, LJN BN1146 (Oliver).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 5 is al de vraag aan de orde gekomen in hoeverre het recht op eigendom aan intrekking en terugvordering van Europese subsidies in de weg kan staan.1 Uit de daar besproken jurisprudentie blijkt dat overheden niet worden beschermd door het EVRM. Dit is van belang, nu veel Europese subsidies ook aan overheden worden verstrekt. De ABRvS heeft deze jurisprudentie dan ook een aantal keren aangehaald in geschillen over Europese subsidies waarin de eindontvanger een overheid was.2 In veel gevallen gaat het om schending van de redelijke termijn, dat wil zeggen artikel 6 EVRM. Dit belet de ABRvS echter niet om te toetsen aan het daaraan ten grondslag liggende rechtszekerheidsbeginsel. Er zijn nog geen uitspraken waarin een overheid als ontvanger van een Europese subsidie een beroep doet op artikel 1, eerste protocol bij het EVRM. Mijn verwachting is dat de ABRvS in dat geval eveneens zal overwegen dat het EVRM niet van toepassing is op een geschil tussen overheden. Het lijkt echter wel mogelijk om een beroep te doen op het recht van eigendom zoals dat is neergelegd in artikel 17 van het Handvest van de Grondrechten van de EU. Het Handvest kent immers geen bepaling waaruit volgt dat overheden niet door het Handvest worden beschermd.