Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/4.4.2.8:4.4.2.8 Conclusie
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/4.4.2.8
4.4.2.8 Conclusie
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973631:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag of art. 6:89 BW van toepassing is op de verbintenis tot betaling van een geldsom wordt in de literatuur verschillend beantwoord. De conclusie van deze paragraaf is dat art. 6:89 BW zich uitstrekt tot betalingsverplichtingen op grond van een verbintenis. Die conclusie vloeit al voort uit de bevindingen in par. 4.2 met betrekking tot de vraag of art. 6:89 BW van toepassing is op alle verbintenissen. In deze paragraaf werd uitgewerkt dat het Obliegenheit-karakter van de klachtplicht er ook specifiek voor pleit dat art. 6:89 BW van toepassing is op verbintenissen strekkende tot betaling van een geldsom. De argumenten uit de literatuur tegen toepassing van art. 6:89 BW op betalingsverplichtingen acht ik onvoldoende overtuigend voor een andere conclusie.
Vervolgens werd globaal uiteengezet bij welke gevalstypen van betalingsverplichtingen een beroep op art. 6:89 BW meer of minder kans maakt.
Kort gezegd kunnen bij de meest eenvoudige vorm van een betalingsverplichting, bestaande uit de eenmalige betaling van een concreet vaststaand geldbedrag, naar de aard der zaak nauwelijks bewijsproblemen voor de schuldenaar ontstaan bij gebrekkige nakoming. In die gevallen is er daarom in beginsel geen aanleiding om een schending van art. 6:89 BW aan te nemen.
Dat ligt genuanceerder bij periodieke betalingsverplichtingen. Bij eenvoudige periodieke verplichtingen die niet veranderen, bijvoorbeeld een vastgezette renteverplichting op een lening, zal hetzelfde gelden als bij eenmalige betalingsverplichtingen. Datzelfde geldt voor beperkte wijzigingen in de verplichting, zoals inflatiecorrectie en verhoging bij loon of huur. Wanneer de hoogte van de periodieke betalingsverplichting daarentegen in zekere mate afhangt van de prestatie van de wederpartij gedurende een bepaalde periode en daardoor naar zijn aard veranderlijk is, kan over de inhoud van de betalingsverplichting naar zijn aard meer onzekerheid bestaan. Onder omstandigheden kan de klachtplicht hier eerder een rol spelen.
Aan de andere kant van het spectrum zijn er wat ik pekingeendengevallen heb genoemd. Dat zijn gevallen waarin de inhoud van de betalingsverplichting in belangrijke mate wordt bepaald door degene op wie de betalingsverplichting rust, op basis van de kwaliteit van de door de wederpartij geleverde prestatie. De inhoud van de betalingsverplichting is in die gevallen rechtstreeks gekoppeld aan de vraag hoe conform de tegenover de betalingsverplichting staande prestatie precies is. Wanneer na toepassing van het betreffende contractuele beprijzingsmechanisme bovendien niet goed meer kan worden geverifieerd of dat mechanisme correct is toegepast, bijvoorbeeld omdat het geleverde al is verwerkt of anderszins teniet is gegaan, liggen substantiële bewijsnadelen op de loer.