Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/8.5.1
8.5.1 Nakoming of schadevergoeding?
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685466:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Par. 8.2.2.
Par. 8.4.2.
Par. 4.5-4.6 en par. 5.4-5.5. Dat de op de overeenkomst volgende besluiten voor rechtmatig moeten worden gehouden, staat er niet aan in de weg dat de overheid mogelijk aansprakelijk kan worden gesteld op grond van wanprestatie of niet-nakoming van een toezegging, zie hoofdstuk 5.
Aerts e.a. 2015: de lat voor een succesvol beroep op art. 6:258 BW ligt hoog.
In contracten wordt de aansprakelijkheid van de gemeente ook wel eens uitgesloten, bijvoorbeeld voor schade als gevolg van publiekrechtelijke besluiten. Zie Rb. Zeeland-West-Brabant 13 maart 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:1618, rov. 4.37.
Respectievelijk par. 8.2, par. 8.3 en par. 8.4.
Scholten 1984 stelt dat schadevergoeding voor niet-nakoming van gewekt vertrouwen, betekent dat het niet-kloppend vertrouwen niet volledig wordt gehonoreerd. M. Scheltema 1975, p. 18 noemt schadevergoeding een onaantrekkelijk surrogaat. Kortmann 2018 benadrukt dat een teleurgestelde burger primair nakoming wenst. Schlössels 2013b stelt de vraag in hoeverre gerechtvaardigd vertrouwen altijd ‘afkoopbaar’ is.
HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1957, NJ 2022/236, AB 2022/134 (Toezegging aanleg brug). Zie par. 8.4.
Indien sprake is van een eenzijdige toezegging over het aanwenden van privaatrechtelijke bevoegdheden, kan een benadeelde nakoming vorderen bij de civiele rechter.
Met betrekking tot een veroordeling tot nakoming van een eenzijdige toezegging, is eerder in dit hoofdstuk de casus van Albert Heijn beschreven,1 waarin de rechter de gemeente Tynaarlo veroordeelde tot privaatrechtelijke medewerking. Zolang de civiele rechter op grond van de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en bestuursrechter een veroordeling tot nakoming kan uitspreken (omdat er geen bestuursrechtelijke bevoegdheden in het geding zijn) en hieraan geen zwaarder wegende belangen in de weg staan, is het kortom ‘gewoon’ mogelijk met succes nakoming te vorderen. Deze nakomingsvordering komt relatief weinig voor. De redenen daarvoor zijn mij op grond van de rechtspraak niet geheel duidelijk. Het kan in ieder geval zo zijn dat nakoming vanuit de benadeelde bezien niet langer wenselijk is (zoals de casus van de theatermanager2) en vaak is het zo dat overheidstoezeggingen zien op of samenhangen met de uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheden zodat nakoming vorderen niet mogelijk is.
Ingeval de nakoming van een bevoegdhedenovereenkomst of eenzijdige toezegging strekt tot appellabele publiekrechtelijke besluitvorming of daarmee samenhangt, kan een overheid bij de civiele rechter slechts aansprakelijk worden gesteld wegens een toerekenbare tekortkoming in de nakomingsverplichting of een vordering uit onrechtmatige daad.3 Indien een overheid zich met succes kan beroepen op artikel 6:2 BW, artikel 6:248 BW, of artikel 6:258 BW om aan nakoming te ontkomen,4 resteert de burger evenzeer slechts een schadevergoedingsvordering.5
In dit hoofdstuk zijn onder andere de casus van Televerde BV, de verplaatsing van (de zelfstandige horecagelegenheid van) het attractiepark en de projectontwikkelaar die zich beriep op de samenwerkingsovereenkomst tot het bouwen van woningen aan de orde geweest als voorbeelden van een succesvolle vordering tot schadevergoeding.6
In de literatuur is meermaals opgemerkt dat het verkrijgen van schadevergoeding slechts in beperkte mate een bevredigend alternatief is voor nakoming.7 Een dergelijke teleurstelling zal vooral aanwezig zijn indien sprake is van een ongeclausuleerde, resultaatgerichte toezegging, maar een nadere belangenafweging uiteindelijk niet tot nakoming van die toezegging kan leiden. In dit verband valt te wijzen op de casus van de toezegging tot aanleg van een brug in verband met bereikbaarheid van de woning, waarin de burger uiteindelijk genoegen moest nemen met een schadevergoeding.8