Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.5.6:2.5.6 Beletten
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.5.6
2.5.6 Beletten
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859180:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onder het oude recht werd opzet ook aangenomen. Van der Kemp merkt bijvoorbeeld op dat het geweld moet zijn gepleegd met een bepaald doel, om de erflater te beletten over zijn bezittingen te beschikken zoals hij wil. Als een persoon de oorzaak is van het beletten zonder dit gevolg te hebben gewild of dikwijls zelfs te hebben voorzien, dan is geen sprake van onwaardigheid, Van der Kemp 1870, p. 21. Diephuis spreekt bij 885 lid 3 OBW over opzet dat wordt verijdeld, 1886, p. 56.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de uitleg van het begrip beletten kan niet te rade worden gegaan bij artikel 284 Sr. Het bestanddeel beletten is in deze bepaling niet opgenomen. De term verschaft echter uit zichzelf voldoende duidelijkheid.
Hoewel de eis niet uit de tekst van de wet volgt, moet het bij beletten gaan om opzettelijk verhinderen.1 Door deze voorwaarde te stellen, worden vormen van onopzettelijk beletten buiten het bereik van deze bepaling gebracht. Van wangedrag of een ernstige misdraging is in die gevallen geen sprake. Ik acht het daarom aannemelijk dat de wetgever bij deze bepaling enkel het opzettelijk beletten op het oog heeft gehad. Gelijk als bij de term dwang zit het opzet dus in het beletten ‘ingeblikt’.
2.5.6.1 Temporele aspecten