Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/5.4.3
5.4.3 Stemklassen
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197774:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
§231 lid 1 sub 1 InsO.
Niet bij het akkoord betrokken schuldeisers en aandeelhouders mogen niet stemmen, zie §237 lid 2 InsO jo. §238 lid 2 InsO jo. §238a InsO.
§225a lid 1 en lid 3 InsO.
§222 lid 1 InsO. Zie hierover o.a. MüKoInsO/Eidenmüller 2014, InsO § 222 Rn. 47-79, K. Schmidt InsO/Spliedt 2016, InsO § 222 Rn. 5-13 en Uhlenbruck/Lüer/Streit 2019, InsO § 222 Rn. 12-21.
§223 InsO jo. §49-51 InsO.
Preferente schuldeisers bestaan in beginsel niet onder de Insolvenzordnung. Zie MüKoInsO/Ehricke/Behme 2014, InsO § 38 Rn. 5. Er wordt uitgegaan van gelijkheid van schuldeisers, zie §38 InsO.
§39 InsO somt de (rangorde van de) achtergestelde schuldeisers op.
§225 InsO.
Dit is niet gebruikelijk aangezien de vorderingen van alle niet achtergestelde schuldeisers dan eerst volledig moeten zijn betaald.
§225a InsO jo. §238a lid 2 InsO. Zie hierover par. 5.4.9.1.
§226 InsO. Zie o.a. Schmidt & Uhlenbruck (red.) 2016, p. 892.
§226 lid 2 InsO.
§226 lid 2 laatste zin InsO.
MüKoInsO/Breuer 2014, InsO § 226 Rn. 10.
§222 lid 2 InsO. Het is raadzaam een oneven aantal stemklassen te creëren, omdat de meerderheid van de stemklassen voor moet stemmen bij een cross class cramdown, zie §245 lid 1 sub 3 InsO. Zie hierover par. 5.4.6.3.
§222 lid 3 InsO. De belangen van werknemers zijn dusdanig verschillend van de belangen van de andere concurrente schuldeisers omdat de arbeidsverhouding voort blijft bestaan tijdens de akkoordprocedure. Zie o.a. Gottwald e.a. 2015, p. 1202-1203 en Schmidt & Uhlenbruck (red.) 2016, p. 915-916 voor de precieze invulling van nicht unerheblichen Forderungen. Een nicht unerheblichen Forderung is bijv. een vordering die niet wordt gedekt door het Insolvenzgeld dat een werknemer krijgt van de overheid wanneer de vennootschap zijn loon niet meer kan betalen.
Wanneer duidelijk is dat de vereiste stemmeerderheid binnen één klasse reeds kan worden behaald, is een verdere onderverdeling niet nodig.
§222 lid 2 InsO. Dit is de heersende leer in de literatuur, zie MüKoInsO/Eidenmüller 2014, InsO § 222 Rn. 81-82. Sommige auteurs menen dat enkel een zakelijke rechtvaardiging is vereist en daarnaast niet is vereist dat sprake moet zijn van soortgelijke economische belangen, zie bijv. BeckOK InsO/Geiwitz/von Danckelmann 2019, InsO § 222 Rn. 18.
Zie MüKoInsO/Eidenmüller 2014, InsO § 222 Rn. 83-101 voor meer voorbeelden.
§222 lid 3 tweede volzin InsO.
MüKoInsO/Eidenmüller 2014, InsO § 222 Rn. 134.
Preferentie bestaat nog voor uit een sociaal plan voortvloeiende vorderingen van werknemers (§123 lid 2 InsO) en bepaalde boedelschulden en faillissementskosten (§53-55 InsO en §209 InsO).
§222 lid 1 sub 4 InsO.
Jurisprudentie over problemen bij de indeling van aandeelhoudersklassen is mij niet bekend.
Deutscher Bundestag Drucksache 17/5712, p. 31. Zie ook Bulgrin 2016, p. 178.
O.a. Schmidt & Uhlenbruck (red.) 2016, p. 898.
O.a. MüKoInsO/Hintzen 2014, InsO § 244 Rn. 1-21 en Gottwald e.a. 2015, p. 1222.
§39 lid 1 sub 5 InsO jo. §77 InsO jo. §237 InsO.
Tijdens de Vorprüfung van het akkoord toetst de rechter in het bijzonder of voldaan is aan de wettelijke voorschriften voor de indeling van stemklassen.1 De bij het akkoord betrokkenen stemmen in verschillende stemklassen. Schuldeisers of aandeelhouders zijn betrokken bij het akkoord – en mogen derhalve stemmen over het akkoord2 – wanneer het akkoord de vorderingen van schuldeisers wijzigt of wanneer aandeelhoudersrechten in het akkoord zijn betrokken. Dit laatste is het geval wanneer een vennootschapsrechtelijke regeling onderdeel is van een akkoord, zoals een kapitaalverhoging of een statutenwijziging.3 Iedere vennootschapsrechtelijk toelaatbare regeling kan onderdeel zijn van een akkoord. Dit komt verder aan bod in paragraaf 5.4.9.
Klassenindeling op basis van rechtspositie
De Insolvenzordnung maakt onderscheid tussen verplichte stemklassen en facultatieve stemklassen. De verplichte stemklassen worden onderscheiden op basis van rechtspositie. Er zijn vier categorieën rechtsposities.4 De eerste categorie betreft schuldeisers met zekerheidsrechten. In beginsel brengt een akkoord geen wijzigingen aan in zekerheidsrechten, tenzij in het akkoordvoorstel anders is bepaald.5 Schuldeisers met zekerheidsrechten zijn dus enkel een stemklasse wanneer het Insolvenzplan wijzigingen aanbrengt in hun rechten. De tweede categorie omvat de niet achtergestelde schuldeisers, oftewel de concurrente schuldeisers.6 Zij vormen op grond van de Insolvenzordnung altijd een stemklasse. De achtergestelde schuldeisers vormen de derde categorie.7 In beginsel vervalt van rechtswege het vorderingsrecht van achtergestelde schuldeisers.8 Alleen wanneer de vorderingen onder het akkoord wel (deels) zullen worden betaald, vormen de achtergestelde schuldeisers een aparte stemklasse.9 De aandeelhouders van de vennootschap vormen de laatste categorie. Zij zijn enkel een stemklasse wanneer het akkoordvoorstel rechten van aandeelhouders betrekt in de procedure.10 Het maakt daarbij niet uit of de aandeelhouders in of out of the money zijn.
Klassenindeling op basis van soortgelijke economische belangen
Binnen iedere stemklasse moet in beginsel sprake zijn van een gelijke behandeling van de leden van de stemklasse.11 Wanneer het akkoord aandeelhouders bijvoorbeeld verschillende regelingen aanbiedt, is in beginsel meer dan één stemklasse vereist. Een ongelijke behandeling binnen een klasse is enkel toegestaan wanneer alle minder gunstig behandelde aandeelhouders (of schuldeisers) uit de klasse instemmen met de afwijkende behandeling.12 De aanbieder van het akkoord moet dan hun instemmende verklaringen bij het akkoord voegen.13 De aanbieder kan dit eenvoudig voorkomen door schuldeisers met eenzelfde rechtspositie of aandeelhouders in te delen in meerdere stemklassen.14 Deze verdere onderverdeling in stemklassen betreft een klassenindeling op basis van soortgelijke economische belangen.15 Het gaat om de vraag of de belangrijkste insolventie-gerelateerde economische belangen (wichtigsten insolvenzbezogenen wirtschaftlichen Interessen) soortgelijk zijn.16 De Insolvenzordnung schrijft slechts één verplichte stemklasse op basis van economische belangen voor. Werknemers met nicht unerheblichen Forderungen vormen een aparte stemklasse ten opzichte van de andere concurrente schuldeisers.17 De klassenindeling op basis van soortgelijke economische belangen is verder facultatief. Vanuit strategisch oogpunt, teneinde de vereiste stemmeerderheden binnen een stemklasse te behalen, kunnen meerdere facultatieve stemklassen wenselijk zijn.18 Een klassenindeling op basis van soortgelijke economische belangen vereist een zogenoemde zakelijke afbakening (sachgerechte Abgrenzung) ten opzichte van de andere stemklasse(n).19 De zakelijke afbakening zorgt ervoor dat een rechtvaardiging bestaat voor de ongelijke behandeling tussen schuldeisers met eenzelfde rechtspositie of aandeelhouders. Het Insolvenzplan moet aangeven wat de zakelijke afbakening tussen de verschillende stemklassen is. Zo mogen bijvoorbeeld leveranciers worden gescheiden van andere concurrente schuldeisers.20
De Insolvenzordnung biedt de mogelijkheid tot het vormen van een facultatieve stemklasse met zogenoemde ‘kleine’ schuldeisers of ‘kleine’ aandeelhouders. Kleine aandeelhouders zijn aandeelhouders die deelnemen in het geplaatst kapitaal van de vennootschap voor minder dan één procent of minder dan 1000 euro.21 Het maakt niet uit of deze aandeelhouders onderling wel of niet gelijksoortige economische belangen hebben. De gedachte achter dergelijke stemklassen is dat de vorderingen van kleine schuldeisers volledig worden voldaan en de kleine aandeelhouders hun aandelenbelang mogen behouden. Het akkoord wijzigt aldus niet hun vorderingen of rechten waardoor zij ook niet betrokken zijn bij het Insolvenzplan.22 Dit leidt tot een eenvoudigere akkoordprocedure.
De Nederlandse WHOA kent een vergelijkbare klassenindeling. Afgezien van het feit dat de WHOA een ‘negatieve’ klassenindeling hanteert (meerdere stemklassen indien van een vergelijkbare positie geen sprake is) en de Duitse akkoordprocedure een ‘positieve’ klassenindeling (een klassenindeling is mogelijk indien), is een groot verschil dat de WHOA meer verplichte stemklassen kent dan de Duitse regeling. Wanneer schuldeisers of aandeelhouders een verschillende rang bij het verhaal op het vermogen van de vennootschap hebben, moeten zij onder de WHOA in verschillende stemklassen worden ingedeeld.23 Binnen deze categorieën is een verdere onderverdeling in stemklassen mogelijk. De verplichte stemklassen in Nederland hangen samen met het feit dat in Nederland voorrechten bestaan, dit in tegenstelling tot Duitsland waar voorrechten zijn afgeschaft.24
Aandeelhoudersklassen
Sinds de invoering van het ESUG in 2012 is in de Insolvenzordnung opgenomen dat aandeelhoudersrechten onderwerp van een akkoordprocedure kunnen zijn. Aandeelhouders vormen dan verplicht een stemklasse.25 In de literatuur bestaat nauwelijks tot geen aandacht voor de vorming van meerdere aandeelhoudersklassen, dat wil zeggen de indeling van aandeelhouders in meerdere stemklassen op basis van gelijksoortige economische belangen.26 Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat aandeelhouders doorgaans out of the money zijn en geen uitkering ontvangen onder een akkoord. De indeling van aandeelhouders in meerdere stemklassen is met name relevant wanneer een akkoord aandeelhouders verschillend behandelt.27 Het Insolvenzplan dient duidelijk de zakelijke afbakening aan te duiden tussen de verschillende aandeelhoudersklassen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk aandeelhouders die bereid zijn extra financiering in te brengen, in een aparte stemklasse in te delen.28 Het is ook mogelijk ‘kleine’ aandeelhouders in te delen in een aparte stemklasse.
Een aandeelhouder die tevens schuldeiser is, wordt ingedeeld in meerdere stemklassen – een schuldeisersklasse en een aandeelhoudersklasse – en mag in iedere stemklasse (verschillend) stemmen.29 Een aandeelhouder die schuldeiser is omdat hij een lening heeft verstrekt aan de vennootschap, is echter in Duitsland aan te merken als een achtergestelde schuldeiser en heeft in beginsel geen stemrecht, tenzij zijn achtergestelde vordering onder het akkoord wel (gedeeltelijk) wordt voldaan.30